AK-NM-6913 Twee kommen • Overgangsporselein • Onderdeel van Royers porseleinverzameling • Met dank aan Fan Lin, Qinxin He and Erika Riccobon, Universiteit Leiden, voor informatie over de voorstelling Bloemen representeren vaak de een van de seizoenen. Deze kommen hebben vijf en niet vier medaillons dus een verbeelding van de vier seizoenen gaat niet precies op. Omdat de associaties zo sterk zijn, volgen hier toch per kom de bloemen en hun seizoenen. Soms zijn bloemen moeilijk te herkennen dus er is enig voorbehoud. AK-NM-6913-A: perzikbloesem (voorjaar), lotus (zomer), chrysant (herfst) en pruimenbloesem (winter). AK-NM-6913-B camelia (voorjaar), zonnebloem (zomer), pruim (winter), pioen (zomer), perzik[vrucht] (zomer). Dergelijke kommen komen geregeld voor in Nederlandse collecties – zie Jörg 1997, nr. 71 en de daar genoemde verwijzingen. Een VOC-dienaar merkte in 1634 op dat ‘doorluchtich off doorsneede porceleyn’ zeer gevraagd was in Nederland. Die vraag bleef blijkbaar bestaan, want ook in de Hatcher jonk (gezonken in 1643) kwamen deze kommen nog voor [Sheaf en Kilburn 1988, pl. 110]. In datzelfde jaar bestelde de VOC 2000 ‘dito [copkens] heel doorsneden’ (volgt op halfdoorsneden copkens: reliëf) bij de porseleinkoopman Jousit [Ketel 2021, Appendices, p. 154]. Opengewerkte keramiek past in een Chinese traditie [Welsh 2004], binnenlandse en buitenlandse vraag bepaalden samen het assortiment dat werd geproduceerd. Over het algemeen wordt van dit type kom aangenomen dat het specifiek voor de Europese markt werd gemaakt. Maar een iets latere, maar verder identieke kom, van volstrekt uitmuntende kwaliteit bevindt zich in de collectie van het Palace Museum in Peking [Chen 2005, nr. 124]. Daaruit mogen we opmaken dat ook aan het hof interesse bestond voor keramiek die in de dynamiek van de internationale commerciële wereld ontstond. Het is interessant dat de liefde voor dergelijke opengewerkte kommen blijkbaar in Parijs in de 18de eeuw voortleefde. De marchand mercier Laurent Danet had in 1720 vier koffiekoppen in zijn assortiment ‘worked in filigree openwork, painted blue’ [Castelluccio 2013, p. 104]. Sporen van een 18de-eeuwse belangstelling voor ouder porselein zijn van betekenis voor een goed begrip van Royers porseleincollectie die in vrijwel in haar geheel uit oud porselein bestond. Bronnen: Colin Sheaf en Richard Kilburn, The Hatcher porcelain cargoes: the complete record, Oxford 1988. Christiaan J.A. Jörg, Chinese ceramics in the collection of the Rijksmuseum, Amsterdam: the Ming and Qing dynasties, Londen, 1997. Linglong (cat. Jorge Welsh, introd. Teresa Canepa), Londen, 2004. Runmin Chen, Qing shunzhi kangxi chao qinghuaci, Peking, 2005. Stephane Castelluccio, Collecting Chinese and Japanese porcelain in pre-revolutionary Paris, Los Angeles 2013. Christine Louise Ketel, Dutch demand for porcelain: the maritime distribution of Chinese ceramics and the Dutch East India Company (VOC), first half of the 17th century, N.pl., 2021.