
Huisraad, souvenirs en geschenken
Aandenkens uit een koloniale tijd
Een luxe zilveren uitvoering van een waterschep uit Curaçao die mee naar Nederland kwam toen de eigenaren terugkeerden van een verblijf in de koloniën. Of een fotoalbum dat als persoonlijke herinnering door achterblijvers is geschonken aan een collega die definitief terugkeerde naar Nederland. In de collectie van het Rijksmuseum bevindt zich een groot aantal objecten dat gemaakt is in de koloniën, maar dat geen oorlogsbuit is. Soms gaat het om officiële aandenkens, die mensen vanwege hun functie kregen aangeboden door een lokale machthebber. Elk van deze objecten heeft een eigen verhaal, maar wat deze uiteenlopende voorwerpen gemeen hebben, is dat ze afkomstig zijn uit een tijd en wereld waarin koloniale machtsverhoudingen bepalend waren. Daarom moet er in sommige gevallen onderzocht worden of er sprake is geweest van het afdwingen van een geschenk of dat er sprake is van een andere vorm van onrechtmatig bezit.
Een koloniaal huishouden
De VOC (Verenigde Oost-Indische Compagnie), WIC (West-Indische Compagnie) en andere handelsmaatschappijen, en later de Nederlandse overheid, hebben vele Nederlanders en andere Europeanen naar gekoloniseerd gebied gebracht. Ze kwamen vaak op bevoorrechte posities terecht binnen het koloniaal bestuur, het leger of op plantages en bij mijnen als toezichthouder op het werk van de mensen in slavernij en later de contractarbeiders.
Wat misschien eerst bedoeld was als een tijdelijk verblijf om snel geld te verdienen, kreeg vaak een langdurig of permanent karakter. Mannen zochten in de kolonie een vrouw en doordat men steeds sneller kon reizen, kwamen in de 19de eeuw ook steeds meer Nederlandse vrouwen naar de koloniën. De huisraad van al deze gezinnen bestond uit een mengeling van culturele invloeden. Het was bezit dat werd gekoesterd, en dat later door nazaten mee naar Nederland werd genomen. Een voorbeeld hiervan is het servies van de familie Swellengrebel.
Bijzondere geschenken voor het thuisfront
Soms werd een kist thee, een opgezette vogel of een kleine maar kostbare hoeveelheid peper opgestuurd naar familie en bekenden in Nederland om hen deelgenoot te maken van de koloniale wereld. Ook kunstnijverheid van lokale ambachtslieden vond zo een weg naar Europa. Een bijzonder voorbeeld van zo’n koloniaal geschenk is het wapenrek dat Cornelis Tromp cadeau kreeg van een jeugdvriend. Cornelis Wemans maakte deel uit van het koloniale bestuur in Jakarta (destijds genaamd Batavia) en wilde Tromp bedanken voor het portret dat hij van hem had ontvangen. Hij stuurde hem een bijzondere verzameling Aziatische wapens. Wemans liet met zijn cadeau zien in wat voor een bijzondere wereld hij leefde. Tromp gaf op zijn beurt het wapenrek een prominente plek in zijn huis, zodat iedereen zag hoe goed zijn connecties waren.
In functie gekregen
Het uitwisselen van geschenken speelt een belangrijke rol in het diplomatieke verkeer. Hoe groot of hoe kostbaar is het geschenk dat men geeft of krijgt? Door wie en aan wie wordt het gegeven? En is er ook een tegengeschenk? Het geven of uitwisselen van cadeaus is nooit vrijblijvend en dat is het zeker niet wanneer er sprake is van ongelijke machtsverhoudingen tussen de twee partijen. Daarom is het belangrijk om te onderzoeken onder welke omstandigheden geschenken zijn gegeven.
Bij terugkeer naar Nederland
In de collectie van het Rijksmuseum bevindt zich een groot aantal herinneringsobjecten dat is geschonken aan Nederlandse bestuurders, militairen of personen die actief waren op plantages of andere ondernemingen. Bij een bijzonder jubileum of als dank voor hun inzet en ter herinnering aan hun verblijf in de kolonie kregen zij bijvoorbeeld een rijk versierd fotoalbum, een zilveren bokaal of een mooi voorbeeld van lokale kunstnijverheid voorzien van een toepasselijke inscriptie.
Souvenirs voor reizigers
Waar reizigers komen, ontstaat al snel een handel in souvenirs en dat was in de koloniën niet anders. Sommige werkplaatsen legden zich speciaal toe op de vervaardiging van voorwerpen die aantrekkelijk waren voor Europese reizigers en als het even kon ook makkelijk konden worden meegenomen in de bagage. Dat laatste gold niet voor maquettes zoals die van een Javaanse marktstal die in speciale werkplaatsen als kostbare souvenirs werden gemaakt. In Suriname waren de diorama’s van een du (plantagefeest van mensen in slavernij) en van inheemse nederzettingen een geliefd, maar kostbaar souvenir. Wie echt uitpakte kocht bij Gerrit Schouten, de maker van deze diorama’s, van allebei één om als set mee naar huis te nemen.













