10 dingen over de Metamorfosen van Ovidius

In zijn epische gedicht Metamorfosen toont Ovidius hoe goden, mensen en dingen voortdurend van gedaante wisselen. Zijn verhalen laten zien dat verandering onvermijdelijk is, maar dat niets volledig verloren gaat.

In het echt zien?

Wil je de werken in het echt zien? Kom dan langs in het Rijksmuseum! We vertellen je er daar graag nog meer over.

Boek een bezoek

Publius Ovidius Naso

Ovidius (43 v.Chr. – 17/18 n.Chr.) was een Romeinse dichter. Metamorfosen is zijn bekendste werk. Het bevat ruim tweehonderd verhalen waarin gedaantewisselingen de leidraad vormen. In al deze verhalen staat één idee centraal: alles is voortdurend in verandering.

Strijd der elementen

Volgens Ovidius begon alles met chaos. De vier elementen – aarde, lucht, vuur en water – worstelden om hun plek. Een onbekende godheid bracht orde: vuur steeg naar de hemel, water vulde de zeeën, aarde bleef stevig en lucht zweefde ertussen. Zo vonden de elementen hun harmonie en brachten de wereld in evenwicht.

Kosmos en het paradijs

Een paradijselijke tijd brak aan: mensen leefden zorgeloos in harmonie met de natuur. De aarde was vruchtbaar, het weer mild en arbeid of oorlog bestond niet. Daarna volgden de zilveren, bronzen en ijzeren tijden, waarin de wereld steeds verder aftakelde, geweld toenam en mensen steeds harder moesten werken om te overleven.

Prometheus

Niet alleen de wereld verandert, ook de relatie tussen goden en mensen is voortdurend in beweging. De titaan Prometheus gaf de mens vuur om te overleven en zich te ontwikkelen. Woedend over deze daad, liet oppergod Jupiter hem aan een rots vastbinden, waar een adelaar dagelijks zijn lever at, die ’s nachts steeds herstelde. Uiteindelijk bevrijdde Hercules hem door de adelaar te doden en de ketenen te verbreken.

Jupiters liefdes

In Metamorfosen neemt Jupiter verschillende gedaanten aan om vrouwen te verleiden. Zijn liefdes zijn zelden wederzijds en vaak overrompelend. Een van zijn slachtoffers is Io, een priesteres van Jupiters vrouw Juno. In Ovidius’ mythe bedekt Jupiter de aarde met nevel om zijn daad te verbergen. Om Io te verbergen voor zijn echtgenote, veranderde Jupiter haar in een witte koekalf.

Leda en de zwaan

Zeus had zijn ogen ook gericht op Leda, koningin van Sparta. Omdat hij haar niet kon overtuigen om geslachtsgemeenschap met hem te hebben, veranderde hij zichzelf in een zwaan en overweldigde haar. Beschaamd zocht Leda diezelfde avond haar echtgenoot op. Negen maanden later volgde een tweeling, geboren uit een ei.

Medusa

Medusa, priesteres van Minerva, wordt in de tempel verkracht door Neptunus. Niet hij, maar het slachtoffer, wordt gestraft. Woedend veranderde Minerva haar in een monster met slangenhaar en een blik die iedereen in steen veranderde. Ze leefde verder in isolatie, tot Perseus haar onthoofdde en haar hoofd als wapen gebruikte. Ooit bedoeld om te intimideren, is haar hoofd nu een symbool van kracht: een wapen en teken van vrouwelijke woede en veerkracht.

Narcissus

Soms komt de kracht van verandering niet van de goden, maar van de mens zelf. Narcissus, een knappe jongen, weigerde iedereen die van hem hield. Op een dag zag hij zijn eigen spiegelbeeld in een vijver en werd er smoorverliefd op. Hij beseft niet dat het maar een vluchtige reflectie is, en dat leidt tot zijn ondergang. Volgens Ovidius verandert hij uiteindelijk in een narcis aan de oever. Met dit schilderij laat Caravaggio zien dat ook schilderkunst slechts een spiegel van de werkelijkheid is.

Pygmalion en Galatea

Pygmalion, een begaafde beeldhouwer, wilde niets van echte vrouwen weten en schiep daarom uit ivoor een volmaakte vrouwelijke figuur. Hij werd verliefd op zijn eigen kunstwerk en vroeg Venus het beeld tot leven te brengen. Zijn wens werd vervuld: het beeld kwam tot leven, en Pygmalion trouwde met Galatea.

Alles verandert, niets gaat teloor

In de verhalen van Ovidius veranderen mensen, goden en dingen steeds van gedaante, maar niets verdwijnt echt. Dat geldt ook voor Marsyas, een overmoedige satyr. Hij daagde Apollo uit voor een muzikale wedstrijd - en verloor. Apollo vilde hem levend. In de Renaissance werd dit verhaal gezien als een metafoor: de ziel wordt bevrijd en kan zo op weg naar een ander lichaam. Als de ziel dat nieuwe lichaam heeft toegeëigend, heeft de metamorfose plaatsgevonden.