Gerrit Rietveld ontwierp in 1932 het basismodel voor de bekende Zigzagstoel. Het ontwerp was een eigenzinnige interpretatie van de populair geworden achterpootloze buisstoel en gebaseerd op de zogenoemde Sitzgeiststuhl van de Duitse broers Heinz en Bodo Rasch. Aanvankelijk was het ontwerp gedacht als een vloeiende S-lijn - waarvan 4 exemplaren ook daadwerkelijk werden gemaakt - maar al snel maakte hij varianten in buismetaal en van vurenhouten plankdelen of kastplanken. De laatste versie is in de eenvoudige uitvoering als rechte stoel het meest bekend geworden en uitgegroeid tot een van de iconen van Rietvelds werk. Vanaf 1932 tot ca. 1942 experimenteerde Rietveld met verschillende uitvoeringen en varianten op de eenvoudige rechte stoel. Behalve eenmalige experimenten met andere materialen (fiber en multiplex, verstevigd met staal, beide in het Stedelijk Museum) ontstond een grote familie van verwante ontwerpen. Het betrof rechte stoel met en zonder leuningen en/of gaten in de rug en diverse leunstoelen in verschillende formaten, met diverse typen armleuningen en al dan niet met gaten in de rug. De "Zigzagstoel met gaten en korte armleuningen" is in een zeer klein aantal exemplaren gemaakt. Er zijn drie exemplaren in Nederlandse openbare collecties bekend, met kleine variaties in uitvoering. Daarnaast zijn er twee exemplaren uit veilingen bekend (1999 en 2005), deze echter zonder betrouwbare datering en/of herkomst. Rietveld liet er hoogstwaarschijnlijk twee exemplaren van maken voor eigen gebruik door zijn vaste meubelmaker Gerard van de Groenekan.