Het betreft een van de twee nog bekende terracotta voorstudies van het belangrijkste beeld dat Quellinus voor Antwerpen maakte, de Petrus voor het grafmonument van Pieter Saboth (Sint Andrieskerk, Antwerpen). Het andere model is aanwerkelijk groter (90 cm hoog) en grover van afwerking. Het bevindt zich in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België te Brussel (inv. 2428). beide modellen zijn evidente eigenhandige voorstudies, die op kleinere onderdelen afwijken van het uitgevoerde beeld. In het hier voorgestelde terracotta is de stand van de voeten van Petrus en van zijn attribuut, het kruis, afwijkend van het marmer. Ook zijn er variaties in de plooibehandeling van zijn gewaad. Vergelijking met de terracotta voorstudies voor het Amsterdamse stadhuis toont aan dat dezelfde hand werkzaam is geweest, met eenzelfde gebruik van werktuigen. Een opmerkelijk detail, waarin de hand van de meester zich verraadt, is de eigenaardige wijze waarop de handen van Petrus zijn gevouwen: twee vingers van zijn linkerhand worden omvouwd door die van zijn rechter, een kernmerk dat ook gevonden wordt in het reliëf van Seleucus voor de Vierschaar van het stadhuis (BK-AM-51-23). Voor de kop van Petrus liet Quellinus zich inspireren door de zogenaamde kop van de oude Seneca, een klassieke buste die in het milieu van Rubens goed bekend was. De hoge afwerkingsgraad van de Petrus en zijn formaat doen vermoeden dat het gaat om een vidimus, dat mogelijk na voltooiing van de opdracht aan de opdrachtgever werd geschonken. In kwaliteit van modellé en afwerking is dit terracotta gelijkwaardig aan de beste stukken voor het Amsterdamse stadhuis. [F. Scholten, 2012-02-08]