Dit object behoort tot een groep die op Lombok in 1894 is buitgemaakt door de militaire arts kapitein J.W. Portengen (1857-1917). Nederland voerde in dat jaar een koloniale oorlog gericht tegen de heersende vorst van Lombok. Portengen maakte deel uit van het koloniale leger. Na afloop van de strijd heeft hij wapens en enkele kunstvoorwerpen, hoogstwaarschijnlijk van het verwoeste paleisterrein Cakranegara, afgenomen van de verslagen tegenstanders. Deze persoonlijke oorlogsbuit, die Portengen misschien zag als slagveldsouvernirs, nam hij enkele maanden na de oorlog mee naar Nederland. In augustus 1896 schonk Portengen deze voorwerpen aan het Rijksmuseum. Het Rijksmuseum dankte de militaire arts in kort briefje voor de “op Lombok buitgemaakte voorwerpen”.