Incense burner with lid

anonymous, c. 1670 - c. 1690

Wierookbrander van porselein in de vorm van een ronde kom met voetring en een platte, geribde rand, op drie pootjes, met twee rechthoekige oren, met een bolle deksel bekroond met een shishi (leeuwhond) met openingen in de vorm van een waaier, een kersenbloesem en een enkel kersenbloesemblad. Beschilderd op het glazuur in blauw, rood groen en zwart met prunustakken en een rand van driehoeken met lijnen op de deksel. Deksel is gerestaureerd. Kakiemon.

  • Artwork typeincense burner
  • Object numberAK-NM-6351-B
  • Dimensionsheight 9.9 cm x height 6.4 cm, diameter 14.6 cm, diameter 5.3 cm, height 4.4 cm x diameter 11.6 cm
  • Physical characteristicsporselein met emailkleuren

Identification

  • Title(s)

    Incense burner with lid

  • Object type

  • Object number

    AK-NM-6351-B

  • Description

    Wierookbrander van porselein in de vorm van een ronde kom met voetring en een platte, geribde rand, op drie pootjes, met twee rechthoekige oren, met een bolle deksel bekroond met een shishi (leeuwhond) met openingen in de vorm van een waaier, een kersenbloesem en een enkel kersenbloesemblad. Beschilderd op het glazuur in blauw, rood groen en zwart met prunustakken en een rand van driehoeken met lijnen op de deksel. Deksel is gerestaureerd. Kakiemon.


Creation

  • Creation

    • potter: anonymous, Japan
    • potter: anonymous, Arita
  • Dating

    c. 1670 - c. 1690

  • Search further with

  • School / Style


Material and technique

  • Physical description

    porselein met emailkleuren

  • Dimensions

    • height 9.9 cm x height 6.4 cm
    • diameter 14.6 cm
    • diameter 5.3 cm
    • height 4.4 cm x diameter 11.6 cm

Explanatory note

  • AK-NM-6351 Twee wierookbranders • Japans gekleurd porselein – Kakiemon • Onderdeel van Royers porseleincollectie • Mogelijk onderdeel van Huygens’ porseleincollectie • Gepubliceerd: Fitski 2011, afb. 47 Deze wierookbranders behoren tot de kleine maar opvallende groep Kakiemon-porselein in Royers collectie die haar oorsprong wellicht heeft in de verzameling van Constantijn Huygens. In dit geval beschikken we over de aanwijzing dat Royer waarschijnlijk deze stukken overnam uit de nalatenschap van zijn oudtante Susanna Louise Huygens (1714-1785). In de beschrijving van Susanna Louises inboedel vinden we bij het gekleurde porselein: ‘Twee kommetjes met uitgeschulpte randen, oiren, pooten en dekzels’, een vrij adequate beschrijving van deze wierookbranders. Omdat Susanna Louise in het Huygenshuis woonde dat ononderbroken door de familie was bewoond, is het mogelijk dat Susanna’s porselein voor een deel van haar overgrootvader Constantijn afkomstig was. Van Constantijn is bekend dat hij een groot liefhebber was van Aziatische luxegoederen. Menno Fitski merkte op dat deze vorm, een navolging van bronzen branders, zeker niet specifiek voor de export naar Europa werd geproduceerd. Zo’n vertaalslag in porselein werd juist in Japan gewaardeerd. Toch waren deze stukken dus waarschijnlijk aan het eind van de 17de eeuw in Den Haag en werd in Dresden in 1723 een identiek exemplaar gekocht voor de collectie van August de Sterke [Reichel 1980, pl. 32; een Meissen exemplaar in het Rijksmuseum: BK-1962-64]. Vergelijkbare stukken zijn ook in andere Europese collecties bekend [Eastern ceramics...Reitlinger 1981, nr. 178; Ayers 1990, nr. 104. Het is een interessant aspect van de vroege periode van de productie en handel in Japans porselein dat deze markten (binnenland en Europa) nog niet strikt gescheiden waren. Bronnen: Friedrich Reichel, Altjapanisches Porzellan: Arita-Porzellan in der Dresdener Sammlung, Leipzig, 1980. Eastern ceramics and other works of art from the collection of Gerald Reitlinger, Oxford, 1981. John Ayers, Porcelain for palaces: the fashion for Japan in Europe 1650-1750 (tent.cat. British Museum), Z.pl., 1990. Menno Fitski, Kakiemon porcelain: a handbook, Leiden/ Amsterdam, 2011.


Acquisition and rights

  • Copyright

  • Provenance

    ...; collection Jean Theodore Royer (1737-1807), The Hague;{Note RMA.} bequeathed by his widow to King William I, 1814;{Note RMA.}; transferred to the Royal Cabinet of Curiosities, The Hague, 1816;{Note RMA.} from whom transferred to the museum, 1885


Documentation


Related objects

  • Parts

  • Related


Persistent URL