In de late 17de eeuw geeft de Amsterdamse Petronella Oortman (1656-1716) opdracht aan een meubelmaker om een uniek poppenhuis te bouwen.

Poppenhuizen zijn de verzamelaarskasten en kunstkabinetten van vrouwen; een ideale huishoudelijke wereld op kleine schaal. In Amsterdam, met curiositeiten, luxegoederen en vakmanschap binnen handbereik, spendeert Oortman een fortuin om haar kunstkabinet te vullen. Mandenmakers, naaiers, glasblazers en houtsnijders werken maandenlang om alle objecten op kleine schaal en in hun object-eigen materiaal in de hoogste kwaliteit na te maken. Van schilderijen en geschilderde decoraties tot zilveren voorwerpen, meubelen, glas, aardewerk, porselein en textiel. De kostbare kast zelf wordt belijmd met schildpad en tin. Het maakt Oortmans poppenhuis uniek in zijn soort en al beroemd in haar eigen tijd.