Daarnaast vervult ze de rol van secretaris bij het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap en is ze een tijdje conservator bij het Joods Historisch Museum. Op het moment dat de Tweede Wereldoorlog dreigt, zorgt Bottenheim dat de collecties boeken, tekeningen en prenten van het Rijksprentenkabinet in veiligheid worden gebracht. Tijdens de bezetting dwingen de nazi’s, vanwege haar Joodse afkomst, haar ontslag af. In de daaropvolgende jaren duikt ze onder bij de boekbinder van het museum. Na de oorlog wordt Bottenheim opnieuw in dienst genomen door het Rijksprentenkabinet, waar ze blijft werken tot haar pensionering in 1965. Naast haar werk verzamelt ze prenten en kunstvoorwerpen, waarvan ze twaalf objecten aan het Rijksmuseum schenkt.
Aan de slag met de collectie:





























