Bijbel voor kunstenaars
‘Alles verandert, niets verdwijnt’, dat is de kern van Ovidius’ Metamorfosen, geschreven rond het jaar 8 n.Chr. Mensen, dieren en goden nemen voortdurend andere gedaanten aan: van Arachne, de weefster die in een spin verandert, tot Jupiter, die zich vermomt als stier, zwaan of regen van goud om zijn jaloerse echtgenote en zijn slachtoffers te misleiden. De Nederlandse schilder en schrijver Karel van Mander noemde de Metamorfosen in 1604 een 'Bijbel voor kunstenaars'. Geen overdrijving, blijkt wel uit de rijkdom en veelzijdigheid die het werk heeft voortgebracht.