Jeneverkruik in de vorm van een Japanse vrouw op een kar

1 min. - Silke Veld, Hielke Bosch, Menno Fitski

Uit de serie Lichaamsverhalen: tekst en beeld

01-10-2026 - Lichaamsverhalen

Silke Veld

Singer-songwriter


Mijn Lijf

Ik plant mezelf tussen het gras
Duw mijn wortels in de aarde
Waar ik groei tot grote hoogte
Waar ik blijf tot ik weer ga

Want ik zal gaan

Naar het ruisen van de stad
Waar de mensen op me wachten
Waar we dansen, janken, praten
Tot het weer eens veel te laat is
 Plant mezelf voor een paar slagen in de holtes van hun hart

Ik stop ze in mijn zak
Wanneer ik weer vertrek
Want hoe graag ik soms ook blijf
Ik moet bewegen met dit lijf

Dit lijf, dat ik van de mensen heb gekregen
Dit lijf, dat me door seizoenen laat bewegen
Dit lijf, dat misschien voor u geen lichaam is
Voor mij, alles wat ik anders had gemist

Dus lieve mensen, het was fijn
In deze galerij te mogen staan
Maar excuseert u mij,

 Het is tijd om weer te gaan

Hielke Bosch

Mediamaker, verslaggever RTV1, woordvoerder Stichting Rick


Deze kruik laat zien dat hulpmiddelen geen uitvinding van deze tijd zijn. Al eeuwenlang bedenken mensen manieren om zelfstandig te kunnen leven en bewegen. Nog te vaak wordt een rolstoel gezien als iets uitzonderlijks, terwijl vrijwel iedereen er ooit mee te maken kan krijgen: tijdelijk, door bijvoorbeeld een beenbreuk. Incidenteel, omdat een afstand te ver lopen is. En natuurlijk de mensen die er volledig van afhankelijk zijn. Dit geeft gelijk het belang van toegankelijkheid aan. Dit is namelijk geen behoefte voor een kleine groep, maar een investering in ons allemaal, al ontbreekt dit besef helaas nog wel eens. Deze kruik herinnert eraan dat mobiliteit én toegankelijkheid altijd al menselijke behoeftes zijn geweest. De techniek is door de jaren heen veranderd, maar de wens om vrij te kunnen bewegen en volwaardig mee te doen is van alle tijden.

Menno Fitski

Hoofd van de afdeling Aziatische kunst en Conservator Oost-Aziatische kunst


Het is een merkwaardig geheel. Een Japanse vrouw zit te kijk op een versierde kar, met in haar linkerhand een bloesemtak. Met de andere houdt ze haar kimono omhoog en toont haar blote benen. Dat werd als ondeugdelijk en spannend gezien; uit haar kleding- en haarstijl blijkt dat ze iemand uit de wereld van vermaak is.
Het geheel is zo’n 30 cm hoog en vormt een jenevervat van porselein. Het gat in de voorkant van de kar is voor een metalen kraantje en de stop wordt gevormd door het wiebelende achteroverleunende hoofd van de vrouw. Keramieken drankvaten waren populair in de 18de eeuw en hadden vaak een humoristische inslag. Deze kruik is een parodie; de vrouw zit op een koshi , een speciale kar waarmee normaal leden van de hoge aristocratie werden vervoerd bij ceremoniële gelegenheden.