Vincent Bijlo
Cabaretier, schrijver, spreker
Hij hoort wat wij niet horen
hij denkt muziek, hij zet de tonen
met in zijn hoofd zijn oren.
En als de tonen noten worden
Horen wij wat hij niet hoort.
Maar hij weet de muziek
Want hij is de muziek
Hij kent de klank van pauk en bekken,
Van bariton, van alt, tenor
de sopranen zingen luid en hoog
Dat alle Menschen Brüder werden
Hij ziet hun Ode an die Freude
Hij ziet applaus, hij ziet gejuich
Zijn wanhoop, zijn woede en zijn vreugde
Ze zijn verwoord, ze zijn gehoord.
Corrie Tijsseling
Wijsgerig en historisch pedagoog, Senior onderzoeker bij Kentalis, bouwer van het Nederlands Dovenarchief
Een norse kop, de mondhoeken staan omlaag. Geen wonder, zou je denken: de arme man was musicus maar werd gedurende zijn leven doof. Het woord ‘gehoorverlies’ is geheel van toepassing op Beethoven: hij ‘verloor’ zijn gehoor en daarmee de zin in het leven. Dat geldt niet voor vroegdoven: degenen die doof geboren zijn of al jong doof worden. Voor hen heeft geluid geen of weinig waarde, je kunt namelijk niet iets verliezen wat je niet had. Dat onderscheid is soms lastig te begrijpen. Beethoven is beklagenswaardig omdat hij zijn gehoor verloor en daardoor zijn talent niet meer kon benutten. Maar laten we stoppen met mensen te beklagen die niets verloren hebben. Vroegdove mensen verdienen het dat hun talenten gezien worden, in plaats van alleen maar hun vermeende ‘gehoorverlies’.
Jan Pelsdonk
Conservator Numismatiek
De Weense beeldhouwer en medailleur Arnold Hartig (1878–1972) maakte deze penning met het portret van de beroemde componist en dirigent Ludwig van Beethoven. Het hoofd is krachtig weergegeven, met de kenmerkende woeste haardos. Met een collectie van zo’n 20.000 munten en penningen is het actualiseren van alle objectbeschrijvingen een grote uitdaging. Deze penning is hiervan een goed voorbeeld.
Hartig was een productief medailleur. Deze penning is waarschijnlijk gemaakt bij de Oostenrijkse Munt, waar hij werkte. Van deze Beethovenpenning bestaat ook een ongesigneerde versie, die op 1927 wordt gedateerd vanwege Beethovens honderdste sterfjaar. Het exemplaar in het Rijksmuseum draagt echter de signatuur ‘ARNOLD HARTIG 1919’. In het collectiebestand is het jaartal daarom inmiddels aangepast naar 1919. Waarom Hartig de penning juist in 1919 maakte, is onbekend. Mogelijk hield dit verband met Beethovens volledige – en voor hem rampzalige – doofheid rond 1819, maar daarvoor ontbreekt bewijs.





















