Titelprent voor portefeuille 20 van de Atlas Ottens (Amsterdam, deel 1: plattegronden en profielen)

Jacob Folkema (vermeld op object), 1717 - 1718

Deze prent is hier gebruikt als titelprent van een deel van een ongebonden atlas; een verzameling cartografische en topografische prenten en tekeningen. Oorspronkelijk was de prent echter bedoeld als titelpagina voor een gebonden atlas met kaarten van Friesland, waardoor een deel van de hier volgende beschrijving betrekking heeft op die context. Op het voetstuk in het midden staat de personificatie van de cartografie, met in haar hand een aardbol die ze met een passer meet. Op haar bovenbeen rust een blad met het handgeschreven deel van de atlas (oorspronkelijk een kaart van Friesland). Aan haar voeten een meetketting, een rond (land)meetkundig instrument en een portret van Willem IV van Oranje-Nassau. Daaronder de handgeschreven titel van dit deel van de atlas. Ze houdt een wakend oog op Wispelturigheid (Wispeltuer), linksonder. Oorspronkelijk staat hij voor de wispelturigheid waar het Friese land zich naar moest schikken: een bos kon opeens onder water staan, want zijn lichaam smelt door het zoute water van de zee. Linksboven zijn hoofd een wapenschild met het wapen van Friesland (met schuinbalken en pompeblêden). De dreiging van de zee is rechtsonder verbeeld door een onstuimige Neptunus (Zeevoogd). Links en rechts van Cartografie nog meer figuren die oorspronkelijk betrekking hadden op Friesland en haar vruchtbare natuur, visserij en landbouw. Links, met haar arm leunend op een kruik waar water uitstroomt, een stroomgodin (Stroomvoogdess) met rechts van haar de personificatie van de visserij (Visschevang). Boven hen van links naar rechts: een sater met fluit als personificatie van de natuur (Natuer), de personificatie van de bossen met eikenloven (Woudman) en personificatie van de turfwinning (vrouw Veenbrand). Rechtsonder haar vrouw Onland, die rouwt om de schade die de turfwinning aan het land veroorzaakt. Rechts van Cartografie zit Flora en/of Ceres (vrouw Veldgewas) met korenaren en cornucopia, ze staat voor de overvloed die voortvloeit uit het land. Boven haar, op de achtergrond, twee vrouwelijke personificaties die in verband staan met groene weides en/of grasvelden: Beemdeheil en Graazevol. Rechts, met in haar ene hand een bazuin met daarop een vrijheidshoed en in de andere hand een schild met het wapen van Amsterdam, de personificatie van het gebied van dit deel van de atlas (oorspronkelijk de Friese Maagd met het provinciewapen met twee leeuwen). Op de achtergrond een landschap met kenmerkende Friese elementen, zoals het Sjaerdemaslot te Franeker en de vuurspuwende Rode Klif te Gaasterland (zou in de oudheid een vulkaan zijn geweest).

  • Soort kunstwerkprent, titelprent
  • ObjectnummerRP-P-AO-20-0
  • Afmetingenplaatrand: hoogte 466 mm x breedte 289 mm
  • Fysieke kenmerkenets en gravure met pen in zwart en bruin

Identificatie

  • Titel(s)

    • Verzameling van Platte Gronden der Stad Amsterdam Zo als de Zelve van Tyd tot Tyd zijn in het Licht gebragt (titel op object)
    • Atlas van Amsterdam Ie: Deel (titel op object)
    • Titelprent voor portefeuille 20 van de Atlas Ottens (Amsterdam, deel 1: plattegronden en profielen)
  • Objecttype

  • Objectnummer

    RP-P-AO-20-0

  • Beschrijving

    Deze prent is hier gebruikt als titelprent van een deel van een ongebonden atlas; een verzameling cartografische en topografische prenten en tekeningen. Oorspronkelijk was de prent echter bedoeld als titelpagina voor een gebonden atlas met kaarten van Friesland, waardoor een deel van de hier volgende beschrijving betrekking heeft op die context. Op het voetstuk in het midden staat de personificatie van de cartografie, met in haar hand een aardbol die ze met een passer meet. Op haar bovenbeen rust een blad met het handgeschreven deel van de atlas (oorspronkelijk een kaart van Friesland). Aan haar voeten een meetketting, een rond (land)meetkundig instrument en een portret van Willem IV van Oranje-Nassau. Daaronder de handgeschreven titel van dit deel van de atlas. Ze houdt een wakend oog op Wispelturigheid (Wispeltuer), linksonder. Oorspronkelijk staat hij voor de wispelturigheid waar het Friese land zich naar moest schikken: een bos kon opeens onder water staan, want zijn lichaam smelt door het zoute water van de zee. Linksboven zijn hoofd een wapenschild met het wapen van Friesland (met schuinbalken en pompeblêden). De dreiging van de zee is rechtsonder verbeeld door een onstuimige Neptunus (Zeevoogd). Links en rechts van Cartografie nog meer figuren die oorspronkelijk betrekking hadden op Friesland en haar vruchtbare natuur, visserij en landbouw. Links, met haar arm leunend op een kruik waar water uitstroomt, een stroomgodin (Stroomvoogdess) met rechts van haar de personificatie van de visserij (Visschevang). Boven hen van links naar rechts: een sater met fluit als personificatie van de natuur (Natuer), de personificatie van de bossen met eikenloven (Woudman) en personificatie van de turfwinning (vrouw Veenbrand). Rechtsonder haar vrouw Onland, die rouwt om de schade die de turfwinning aan het land veroorzaakt. Rechts van Cartografie zit Flora en/of Ceres (vrouw Veldgewas) met korenaren en cornucopia, ze staat voor de overvloed die voortvloeit uit het land. Boven haar, op de achtergrond, twee vrouwelijke personificaties die in verband staan met groene weides en/of grasvelden: Beemdeheil en Graazevol. Rechts, met in haar ene hand een bazuin met daarop een vrijheidshoed en in de andere hand een schild met het wapen van Amsterdam, de personificatie van het gebied van dit deel van de atlas (oorspronkelijk de Friese Maagd met het provinciewapen met twee leeuwen). Op de achtergrond een landschap met kenmerkende Friese elementen, zoals het Sjaerdemaslot te Franeker en de vuurspuwende Rode Klif te Gaasterland (zou in de oudheid een vulkaan zijn geweest).

  • Opschriften / Merken

    verzamelaarsmerk, recto, gestempeld: Lugt 19


Vervaardiging

  • Vervaardiging

    • prentmaker: Jacob Folkema (vermeld op object)
    • naar ontwerp van Johannes Hilarides (vermeld op object)
    • naar ontwerp van Gerbrandus van der Haven (vermeld op object)
    • uitgever: François Halma (vermeld op object), Leeuwarden [verworpen toeschrijving]
  • Datering

    • 1717 - 1718
    • 1720 - 1772
  • Zoek verder op


Materiaal en techniek

  • Fysieke kenmerken

    ets en gravure met pen in zwart en bruin

  • Afmetingen

    plaatrand: hoogte 466 mm x breedte 289 mm


Toelichting

  • Deze prent was oorspronkelijk bedoeld als titelpagina voor: Schotanus à Sterringa, Bernardus. Uitbeelding der Heerlijkheit Friesland. Zoo int algemeen, als in haare XXX bijzondere grietenijen (...). Leeuwarden: François Halma, 1718. Dit exemplaar is echter speciaal gemaakt als titelprent voor portefeuille 20 (Amsterdam, deel 1: plattegronden en profielen) van de Atlas Ottens. Dit is geen gebonden atlas, maar een atlas in de betekenis van een verzameling cartografische en topografische prenten en tekeningen. Deze collectie dankt haar naam aan de bekende Amsterdamse (kaart)uitgevers- en drukkersfamilie Ottens. Reinier Ottens II verkocht de collectie - zijn persoonlijke verzameling, deels geërfd van zijn oom Reinier I - in 1772-1773 aan het militair kabinet van stadhouder Willem V. De Atlas Ottens heeft 28 topografische portefeuilles - negentien van de Nederlanden en negen van Amsterdam - en één portefeuille met hemelkaarten. In ieder geval hadden alle topografische portefeuilles oorspronkelijk een titelprent als deze. Het merendeel is bewaard gebleven en in de collectie van het Rijksmuseum te vinden. Voor een exemplaar van de oorspronkelijke prent zie RP-P-AO-2-23. Waarschijnlijk was de koperplaat van deze prent in het bezit van de familie Ottens, evenals de platen van de kaarten uit ‘Uitbeelding der Heerlijkheit Friesland’, die voorkomen in het zevende deel van de door hen uitgegeven Atlas Maior (1725-1750). Voor de titelprenten van de Atlas Ottens zijn bij het afdrukken van de koperplaat telkens drie delen afgedekt: de kaart op het bovenbeen van Cartografie, de titel op het voetstuk en het wapenschild bij de Friese Maagd rechts. Deze delen konden vervolgens met de hand worden ingevuld voor elke portefeuille. Het is niet duidelijk wanneer ze precies zijn gedrukt, maar het moet tussen 1720 (toen overleed Halma, waarna de plaat waarschijnlijk in het bezit van Ottens is gekomen) en 1772, toen de verzameling werd verkocht, zijn geweest.


Dit werk gaat over

  • Onderwerp

  • Plaats


Verwerving en rechten


Documentatie


Duurzaam webadres