De dieren worden met harpoenen gedood, waarna repen spek worden afgesneden en gekookt. De walvistraan die dit oplevert, wordt gebruikt voor lampolie, kaarsen en zeep. Ook van de baleinen van de walvis worden allerlei objecten gemaakt. Traankokerijen veroorzaken in Nederland veel overlast en staan bekend als ‘stinckerijen’. De walvisvaart bereikt een hoogtepunt in de eerste helft van de 18de eeuw en maakt dan ongeveer 20 procent van de Nederlandse scheepvaart uit. Na de Tweede Wereldoorlog probeert de Nederlandse regering de walvisvaart nieuw leven in te blazen. Dit wordt geen succes, vooral door het schrikbarend tempo waarmee de walvispopulatie slinkt. De laatste Nederlandse walvisexpeditie vindt plaats in 1963.
Aan de slag met de collectie:











































