Maria van Bourgondië (1457-1482) wordt op 19-jarige leeftijd vorstin van de Nederlanden, en krijgt de macht over grote delen van het huidige Frankrijk, België en Nederland.

In haar regeerperiode eisen de gewesten en onderdanen rechten terug, die haar vader eerder heeft afgenomen. Er komen afspraken, die in 1477 worden vastgelegd in het ‘Groot Privilege’. Zo verleent Maria van Bourgondië, enigszins gedwongen, de gewesten in de Nederlanden privileges die tot die tijd ongekend waren. In hetzelfde jaar trouwt ze met Maximiliaan I van Oostenrijk, waardoor de Bourgondische Nederlanden opgaan in het Habsburgse Rijk. Maria blijft zich inzetten voor de Bourgondische nalatenschap. Dat blijkt ook uit de pleurants, die Maria laat maken voor het praalgraf van haar moeder, Isabella van Bourbon. Ze verbeelden vijf generaties voorouders en symboliseren zo het belang van de Bourgondische dynastie.