00:00:03
Janine Abbring: In de Amsterdamse Kalverstraat, op de plek waar nu toeristen met tassen goedkope kleding rondsjouwen, was 500 jaar geleden het atelier van een van de beroemdste kunstenaars van de Nederlanden, Jacob Cornelisz. Hij runde een familiebedrijf met klanten uit heel Europa. Het Rijksmuseum heeft een fascinerend portret van hem. Een man zonder wenkbrauwen, met donkere ogen, die ons vijf eeuwen later nog altijd recht aankijkt. Wie was hij? Hoe zag Amsterdam er in zijn tijd uit? Mijn naam is Janine Abbring en dit is 'In het Rijksmuseum'. De podcast van het Rijksmuseum, waarin we bijzondere verhalen vertellen over voorwerpen en hun makers. Dit keer heb ik het over de innovatieve kunstondernemer Jacob Cornelisz van Oostsanen met Matthias Ubl, conservator Vroege schilderkunst.
00:00:55
Janine Abbring: Voordat we deze podcastopname begonnen, keken we samen naar dit portret en becommentarieerden zijn uiterlijk. Zodra je ernaar kijkt, raak je gefascineerd door de blik en het feit dat hij geen wenkbrauwen heeft. Als jij hem zo aankijkt, wat voor indruk maakt deze man dan op jou, Matthias?
00:01:18
Matthias Ubl: Ik keek er vaak naar en vond het een intrigerend portret. Wat is het nu? Ik bedacht dat de wenkbrauwen en wimpers ontbreken. De ogen puilen een beetje uit.
00:01:29
Janine Abbring: Lacht hij?
00:01:33
Matthias Ubl: Het is een zijdelings lachje.
00:01:36
Janine Abbring: Een glimlachje.
00:01:37
Matthias Ubl: Ja. Zijn bovenlichaam is driekwart in het beeldvlak gedraaid. Zijn hoofd is een beetje naar ons gedraaid en hij kijkt ons direct aan. Dat heeft ermee te maken dat dit een kopie is. Een versie na het zelfportret dat hij zelf moet hebben geschilderd. Als je een zelfportret schildert, kijk je altijd in de spiegel. Daarom heb je die directe blik waar je naar jezelf kijkt, maar die nu naar ons kijkt.
00:02:06
Janine Abbring: Je zou denken dat het een zelfportret is, maar daar zit een verhaal achter. Daar komen we zo op. Wat zien we? Mensen luisteren en hebben niet meteen een beeld. Wat heeft hij aan?
00:02:18
Matthias Ubl: Een jas met een bontkraag, over een overhemd. Best chic. En een zogenaamde bonnet. Dat is een hoofddeksel met oorflappen, dat groot is. Het is zwart en de bontkraag ook.
00:02:33
Janine Abbring: Hij heeft een flinke muts op. Zijn oren zijn erdoor bedekt. Je ziet nog een klein beetje haar. Het woord 'zelfportret' is gevallen, maar de term 'kopie' ook. Dat is verwarrend voor mensen. Men dacht lang dat dit een zelfportret was. Toch kijken we niet per se naar een zestiende-eeuwse selfie.
00:02:52
Matthias Ubl: We kijken naar een latere versie van dat zelfportret. Na lang onderzoek is gebleken dat het niet de schildertechniek van de schilder Jacob Cornelisz zelf is. Het zit dicht bij alles wat in zijn studio en werkplaats is gemaakt. We moeten ervan uitgaan dat een van zijn zoons, die ook in die werkplaats hebben gewerkt, of een andere medewerker dat heeft gemaakt. Hij is geportretteerd voor zo'n geelgroene achtergrond. Met twee speldjes is daar een stukje papier op gespeld. Het lijkt opengevouwen. Op dat papier staat zijn monogram. Dat is groot in verhouding tot het portret. Dat wil ons iets vertellen.
00:03:42
Janine Abbring: We zien die man, hij kijkt ons aan. Er is een briefje gespeld ter hoogte van zijn kin. Voor jou is het logisch, want je zegt dat zijn zoon dit waarschijnlijk heeft geschilderd in zijn werkplaats. Dan heeft zijn zoon een voorbeeld zien hangen van dat zelfportret en naar aanleiding daarvan mogelijk dit schilderij gemaakt.
00:04:03
Matthias Ubl: We weten dat er een ander portret is. Dat hangt vandaag de dag in het Toledo. Daar is hetzelfde portret te zien, maar uitgebreider. Dat is Jacob Cornelisz, zittend voor een ezel met een schilderspalet en penseel, werkend aan een ander portret. Daar werkt hij aan het portret van zijn vrouw.
00:04:28
Janine Abbring: Dat intrigerende briefje is op de achtergrond gespeld. Er staan initialen en cijfers op.
00:04:38
Matthias Ubl: Ja. Er staan een I en een A, voor Jacob en Amsterdam. Jacob van Amsterdam. In het midden staat een wonderlijk teken. Dat noemen we een huismerk of kenmerk. Dat huismerk stond in de late middeleeuwen vaak als keurmerk op gebouwen of objecten. Daaraan kon je zien wie het gemaakt had en dat het goed was. In dit geval is dit waarschijnlijk het teken van het bedrijf. Van de firma Jacob Cornelisz in Amsterdam.
00:05:08
Janine Abbring: Een soort monogram. Kun je dat zo zeggen?
00:05:11
Matthias Ubl: De I en de A is een monogram. Dat huismerk is een merkteken. Als je dat wilt ontcijferen, zou je daar een hoofdletter W ondersteboven kunnen lezen, met een kleine V daarin verwerkt.
00:05:26
Janine Abbring: Wat grappig. Het is zijn bedrijfslogo.
00:05:32
Matthias Ubl: Ja.
00:05:33
Janine Abbring: Dat is niet zo gek, want hij was meer dan alleen schilder. Hij was ondernemer, had een enorm bedrijf. Al die zonen werkten daarin. Zijn levensverhaal is fascinerend. Over het fenomeen zelfportret. Het is bijna 500 jaar geleden. Had een portret in die tijd dezelfde functie als nu? Waarom zou zoiets zijn gemaakt?
00:06:00
Matthias Ubl: Dit portret is waarschijnlijk gemaakt ter herinnering. Mensen wilden altijd herinnerd worden. Door een gelijkend portret te schilderen, kon je langer in leven blijven, hoewel je er niet meer was.
00:06:18
Janine Abbring: Zeker, omdat ze de herinnering levend houden.
00:06:19
Matthias Ubl: Dat doen we nu ook als we het over selfies hebben. Selfies met vrienden of foto's van vrienden en familie. We willen altijd momenten, herinneringen. Het gaat om die memoria, die herinnering. In die tijd had het een religieuze connotatie, maar het ging er ook om de herinnering aan de persoon levend te houden. In dit geval is dat monogram met dat bedrijfslogo heel prominent in het midden. Hier ging het waarschijnlijk ook om roem. Het was een succesvol bedrijf dat heel Holland heeft bediend. Van Alkmaar en Egmond tot Amsterdam, en waarschijnlijk nog meer plekken. Het was een bekende persoon in zijn tijd. Zeker in het toen nog kleine Amsterdam. Als je zo'n stukje papier op zo'n formaat ernaast zet, geef je een boodschap mee.
00:07:20
Janine Abbring: Het ging niet alleen om de persoon, maar over zijn zijn, alle succes. Het bedrijfssucces, het familiebedrijf.
00:07:27
Matthias Ubl: Zoiets kan in de zaak hebben gehangen als herinnering.
00:07:32
Janine Abbring: Boven de toonbank. Waren die portretten altijd realistische weergaven? Is dit een realistische weergave?
00:07:39
Matthias Ubl: Dat is een goede vraag. Iedere schilder heeft zijn eigen stijl en doet het anders. We weten dat veel schilders idealiserend bezig waren. Mensen vroegen om iets anders.
00:07:54
Janine Abbring: Maak mijn neus wat kleiner.
00:07:55
Matthias Ubl: Of een beetje dunner. Zoals dat nu met die filters ook gebeurt. In dit geval vraag ik me dat af. Hij is vrij eerlijk over hoe hij eruit zag. Dit is een prachtig portret.
00:08:12
Janine Abbring: Wenkbrauwen of niet. Wie was Jacob Cornelisz?
00:08:15
Matthias Ubl: Jacob Cornelisz werd waarschijnlijk geboren rond 1475. Er zijn ideeën dat het zelfs nog vroeger kan zijn, in '65-'60. Hij is waarschijnlijk in 1533 overleden. We weten dat zijn vrouw op 18 oktober 1533 weduwe was. Dat staat geschreven.
00:08:32
Janine Abbring: Dat staat ergens genoteerd.
00:08:34
Matthias Ubl: De geboortedatum wordt bedacht uit de leeftijd en de geboortedata van zijn kinderen. Dat wordt teruggerekend.
00:08:45
Janine Abbring: Dat kun je deduceren.
00:08:45
Matthias Ubl: Aan de hand van wat normaal is in die tijd. Wanneer je gaat trouwen, wanneer je klaar bent met je opleiding enzovoort. In een beroemd boek dat rond 1600 is geschreven door Karel van Mander staat dat hij op hoge leeftijd is overleden.
00:08:59
Janine Abbring: In die tijd op hoge leeftijd. Hoe oud zou hij ongeveer geweest zijn bij zijn overlijden?
00:09:06
Matthias Ubl: Als hij in '70 geboren was, was hij 65. Als hij van '60 was, was hij 75.
00:09:10
Janine Abbring: Dat is voor die tijd stokoud. Hij wordt gezien als een grote meester, al zal nu niet iedereen zijn naam kennen. We kennen hem ook als Jacob Cornelisz van Oostsanen. Waar komt die achternaam opeens vandaan?
00:09:25
Matthias Ubl: Dezelfde meneer die over hem heeft geschreven rond 1600 zegt dat hij uit Oostsanen komt. Rond 1900 hebben kunsthistorici hem die bijnaam erbij gegeven. Hij komt uit 'Oostsanen in Water-landt', net boven Amsterdam. Daar is hij geboren. In 1500 heeft hij een huis gekocht in de Kalverstraat. Dat weten we.
00:09:48
Janine Abbring: Hij was dus getrouwd. We hadden het over zijn weduwe, dus hij is op zeker moment getrouwd.
00:09:53
Matthias Ubl: We weten niet wanneer. Helaas kennen we haar achternaam ook niet. We weten alleen dat zij Anna heette en hij minimaal vier kinderen had.
00:10:01
Janine Abbring: Getrouwd, vier kinderen. Die Kalverstraat speelt een enorm belangrijke rol in zijn leven.
00:10:11
Matthias Ubl: Spannend.
00:10:12
Janine Abbring: Hij heeft veel werken gemaakt. We hebben het nu over deze kopie van een zelfportret. Dit is waarschijnlijk gemaakt door zijn zoon.
00:10:23
Matthias Ubl: Een van hen.
00:10:23
Janine Abbring: Er hangen veel werken van hem in het Rijksmuseum.
00:10:27
Matthias Ubl: Ja. We hebben een drieluik met de aanbidding der koningen. We hebben een fantastisch schilderij met een zeldzaam verhaal van Saul bij de heks van Endor, met gekke bosachtige figuren die door de lucht vliegen en een heksensabbat op de voorgrond.
00:10:43
Janine Abbring: Een soort Jeroen Bosch-achtig gevoel.
00:10:45
Matthias Ubl: Dat moet je bekijken als je een keer bij ons bent.
00:10:47
Janine Abbring: Hij produceerde veel, maakte veel werken en deed dat vanuit zijn atelier in de Kalverstraat. Atelier dekt de lading niet. Wat was dat voor bedrijf?
00:10:58
Matthias Ubl: Dat was één groot huis met een achterhuis erbij. Daar moeten ze hebben gewoond en gewerkt. Ze hebben niet alleen schilderijen gemaakt, maar ook plafondschilderijen in kerken. In Warmenhuizen, maar ook in Alkmaar. Het is vandaag de dag nog te zien. Hij was een van de meest belangrijke prentmakers, naast Dürer en Lucas van Leyden. Een enorm oeuvre aan houtsneden. Hij maakte ook ontwerpen voor gebrandschilderd glas en kerkelijk borduurwerk. Hij was veelzijdig. Die werkplaats moet groot geweest zijn. We weten dat zijn zoons meewerkten, maar hij had ook medewerkers. We weten dat hij in 1512 een medewerker had, Jan van Scorel, die later beroemd zou worden.
00:11:51
Janine Abbring: Waar kennen we Jan van Scorel van?
00:11:55
Matthias Ubl: Dat is interessant. Hij reisde rond de jaren '20 naar Rome en Jeruzalem. Daarna werd hij conservator van de pauselijke verzamelingen in Rome. Daarna kwam hij terug. Hij was een geestelijke. Hij bedacht polders, dus hij was ook een architect. Die Jan van Scorel was een belangrijk figuur in de Noordelijke Nederlanden in de zestiende eeuw.
00:12:19
Janine Abbring: Zijn zonen werkten mee in die werkplaats. Ze deden al die dingen, dus prenten, houtsneden, plafonds en ramen. Een allround familiebedrijf. Wat was dat voor plek in die Kalverstraat? Wat weten we daarvan?
00:12:37
Matthias Ubl: Dat moet een bedrijvige plek geweest zijn. Wat vandaag de Dam is, heette toen 'de Plaetse', met het oude stadhuis. Nu hebben we het grote stadhuis, maar er was een kleiner stadhuis. De kerk stond er ook, dus het was een hele centrale plek. Net de Kalverstraat in woonden en werkten Jacob Cornelisz, zijn familie en al die medewerkers. Een stukje verder is The Amsterdam Dungeon.
00:13:09
Janine Abbring: Die kerkerattractie.
00:13:11
Matthias Ubl: Ja. Daar was de Heilige Stede. Dat was een bedevaartskapel van het Mirakel van Amsterdam. In 1345 woonde op die plek een zieke man. Hij was zo ziek dat hij dacht dat hij ging overlijden en er een priester moest komen. Die kwam snel aangerend van de Oude Kerk en heeft hem de laatste hostie gegeven. Hij was zo ziek dat hij die hostie later uitbraakte. Er was een verpleegster. Die hostie moest worden verbrand, omdat het het lichaam van Christus is.
00:13:44
Janine Abbring: Dat mag je niet ophoesten.
00:13:45
Matthias Ubl: Nee. Die werd in het vuur gegooid, maar bleek niet te verbranden.
00:13:54
Janine Abbring: Het klinkt als zo'n verhaal over de tranen van Maria. Het is een bedevaartsoord geworden. Is het een kapelletje?
00:14:02
Matthias Ubl: Dat was een grote kerk.
00:14:04
Janine Abbring: Dit was in de buurt van dat atelier, van die werkplaats?
00:14:07
Matthias Ubl: Dat was in de straat wat nu het Rokin is. Het Rokin is nu een straat, maar was toen de Amstel. Die Heilige Stede, die kerk, grensde aan de achterkant aan de Amstel en aan de voorkant aan de Kalverstraat. Het waren buren.
00:14:23
Janine Abbring: Waarom is dit zo belangrijk in het levensverhaal van Jacob Cornelisz?
00:14:27
Matthias Ubl: Die bedevaartsplek werd beroemd. Er kwamen veel mensen uit Europa en de Lage Landen naar Amsterdam. Amsterdam was een kleine stad.
00:14:36
Janine Abbring: Een trekpleister voor pelgrims.
00:14:38
Matthias Ubl: Op een gegeven moment werd het zo druk dat ze zelfs een aparte route moesten instellen voor die pelgrims. Je moet je voorstellen dat Jacob Cornelisz daar letterlijk schuin tegenover een werkplaats heeft. Hij verkoopt prenten met allerlei mogelijke religieuze voorstellingen en schilderijen.
00:14:56
Janine Abbring: Het is alsof je je toko naast Lourdes hebt staan.
00:15:00
Matthias Ubl: Dan kun je verkopen. Er zullen welvarende mensen op bedevaart geweest zijn. Zij konden een drieluik mee naar huis nemen. Anderen hebben een prentje of iets anders meegenomen.
00:15:14
Janine Abbring: Het was goede business op die manier.
00:15:16
Matthias Ubl: Ja.
00:15:18
Janine Abbring: Ik bedenk opeens dat je de Kalverstraat hebt, maar dat er ook een Heiligeweg is. Een zijstraatje. Daar liepen die pelgrims door. Daarom heet dat de Heiligeweg.
00:15:25
Matthias Ubl: Ja, het ging naar de Heilige Stede. Dat was een héél belangrijke plek voor Amsterdam.
00:15:32
Janine Abbring: Ieder jaar hebben de katholieken een processie.
00:15:36
Matthias Ubl: Dan heb je een stille tocht door de binnenstad van Amsterdam, om dat Mirakel van Amsterdam te herinneren en gedenken.
00:15:46
Janine Abbring: Er is ieder jaar nog een stille tocht ter herinnering aan die gebeurtenis in 1345.
00:15:52
Matthias Ubl: Dat is lang geleden.
00:15:54
Janine Abbring: Op die manier wordt die herinnering levend gehouden.
00:15:58
Matthias Ubl: Een mooie traditie.
00:16:01
Janine Abbring: Ik heb nooit geweten dat Amsterdam zo in en in religieus was.
00:16:07
Matthias Ubl: Ja, het was een religieuze stad. Ik denk de nasleep van dat wonder en die pelgrimage-industrie. Er waren op een bepaald moment veertien kloosters in Amsterdam. Er moet hier een enorme hoeveelheid aan kloosterlingen hebben rondgelopen.
00:16:27
Janine Abbring: En kerken. Liep Jacob Cornelisz binnen op die manier? Werd hij rijk?
00:16:33
Matthias Ubl: Dat weten we niet precies. Hij had wel een bontkraag.
00:16:36
Janine Abbring: Ja, dus hij moet aardig goed geboerd hebben. Die werkplaats, een atelier, de Kalverstraat. Een bloeiend bedrijf dankzij dat kapelletje dat daar schuin tegenover zat. De klandizie kwam letterlijk voorbij gewandeld. Hoe groot was Amsterdam in die tijd? Hoeveel inwoners bijvoorbeeld?
00:16:56
Matthias Ubl: Rond 1500 ongeveer 10.000.
00:17:00
Janine Abbring: Zo weinig?
00:17:00
Matthias Ubl: Ja. Dat groeide binnen 60 jaar naar 30.000.
00:17:07
Janine Abbring: De Kalverstraat was dus al een drukke straat. Niet alleen door die pelgrims, maar er was ook veel levendigheid. Was het al een winkelstraat?
00:17:15
Matthias Ubl: Winkelstraat weet ik niet. Hij had een winkel, dus daar zullen andere ambachten geweest zijn. Het heet de Kalverstraat omdat de kalvermarkt op de Dam was. Er zullen dus slagers geweest zijn. We weten dat de Warmoesstraat de Goudkust van Amsterdam was in die tijd.
00:17:33
Janine Abbring: De Warmoesstraat?
00:17:34
Matthias Ubl: Ja.
00:17:36
Janine Abbring: Dat was toen de P.C. Hooftstraat, voor je gevoel.
00:17:38
Matthias Ubl: Ja, maar de Kalverstraat was ook een belangrijke straat.
00:17:41
Janine Abbring: Een paar deuren verderop woonde een van de machtigste mannen van Europa.
00:17:46
Matthias Ubl: Ja, rond 1510 komt Pompeius Occo de stad binnen.
00:17:51
Janine Abbring: Een goede naam.
00:17:52
Matthias Ubl: Ja. Hij heette oorspronkelijk Poppe Occeszoon en kwam uit Noordwest-Friesland. Duitsland dus. Hij was een Duits-Nederlandse bankier, handelaar en humanist. Hij behoorde tot de humanistische elite in die tijd. Hij was ook rijk. Hij werd naar Amsterdam gestuurd door de Fuggers. Dat was een Augsburgse bankiers- en handelsfamilie. De Fuggers hadden de financiële en economische handel in Europa in handen. Zij financierden oorlogen, keizers en pausen. Zij waren enorm invloedrijk in heel Europa.
00:18:32
Janine Abbring: Fuggers Ik ken die naam niet. Van Rothschild heb je wel eens gehoord.
00:18:36
Matthias Ubl: Dat was in de zestiende eeuw. Zijn oom woonde in Augsburg, dus er was een familieconnectie. Vervolgens werd hij naar Amsterdam gestuurd. Amsterdam was een opkomende, nog marginale markt rond 1510. Antwerpen was de grootste stad boven Parijs, in het noorden. Financieel een enorme economie.
00:19:01
Janine Abbring: Een havenstad.
00:19:03
Matthias Ubl: Amsterdam was klein. Dat kleine betekent niet dat het onbelangrijk was. Er werd hout, bier, zeep en van alles verhandeld. Dat groeide steeds meer.
00:19:16
Janine Abbring: Wat maakte Pompeius Occo zo'n hotshot?
00:19:20
Matthias Ubl: Hij had veel contacten in Europa. Bijvoorbeeld met de Deense koning Christiaan II.
00:19:27
Janine Abbring: Het was een superinvloedrijk man.
00:19:28
Matthias Ubl: Een mecenas, ook voor de kunsten. Hij had in die Kalverstraat het huis 'het Paradijs'. Dat ging van de Amstel tot de Kalverstraat. Een enorm huis. Daar kwamen humanisten, werden feesten gevierd en werd gegeten. Alle belangrijke mensen die je je kunt voorstellen, kwamen daar over de vloer. Hij had een van de belangrijkste bibliotheken in de Lage Landen, met meer dan 2.000 boeken. Dat is voor die tijd enorm.
00:19:59
Janine Abbring: Als je een stad hebt met 10.000 inwoners en je hebt 2.000 boeken, dan snap je de verhouding.
00:20:04
Matthias Ubl: Belangrijke boeken. In het Hebreeuws, Latijn en Grieks. Belangrijke teksten.
00:20:11
Janine Abbring: Het was niet zomaar een buurman. Op welke manier heeft onze Jacob daarvan geprofiteerd?
00:20:15
Matthias Ubl: We weten dat niet 100%. We weten dat Pompeius bij hem werk in opdracht heeft gegeven. De zoon van Jacob Cornelisz heeft een portret van Pompeius gemaakt. Dat hangt in het Rijksmuseum.
00:20:28
Janine Abbring: Dat is Dirk Jacobsz. Dat is vermoedelijk dezelfde jongeman die ook deze kopie heeft gemaakt van het zelfportret waar we mee begonnen.
00:20:34
Matthias Ubl: Het is mogelijk, of een andere medewerker. Dat weten we niet 100%.
00:20:39
Janine Abbring: Zonen Cornelis en Dirk Jacobsz waren ook schilders?
00:20:44
Matthias Ubl: Ja, ze waren allemaal schilders. Alleen van Dirk Jacobsz weten we meer. Hij werd de portrettist van de elite van Amsterdam. Vanaf 1530 schilderde hij veel belangrijke mensen in Amsterdam.
00:21:04
Janine Abbring: Die Kalverstraat was al begin 1500 niet zomaar een winkelstraat, maar het kloppend hart van een soort nieuw Amsterdam dat is ontstaan.
00:21:12
Matthias Ubl: De Warmoesstraat, de Kalverstraat en de Dam in het midden. Dat was het kloppende hart van Amsterdam. Waar nu het Centraal Station is, was de haven. Het Centraal Station bestond niet. Daar kwamen al die grote schepen aan. De kleinzoon van Jacob Cornelisz heeft in 1538 een kaart geschilderd van Amsterdam. Dat laat Amsterdam zien vanuit vogelvluchtperspectief. Het is een mengeling van een stadsgezicht en een plattegrond. Daar zie je mooi hoe Amsterdam er rond 1540 uit heeft gezien. Met de haven in het noorden en het galgenveld waar nu Amsterdam-Noord is.
00:21:54
Janine Abbring: Wat een legacy heeft die Jacob Cornelisz. Eerst die zonen en blijkbaar ook die kleinzoon. Misschien is het een soort trots die we kunnen aflezen in zijn ogen, want hij heeft het uiteindelijk goed gedaan.
00:22:08
Matthias Ubl: Ja, dat denk ik wel. Het is moeilijk om een portret na 500 jaar te psychologiseren.
00:22:16
Janine Abbring: Om te zeggen hoe hij zich voelt.
00:22:17
Matthias Ubl: We kunnen door zijn kleding en het formaat van dat stukje papier ernaast met zijn initialen wel stellen dat het een belangrijk persoon geweest moet zijn. Hij heeft een bedrijf opgezet dat niet alleen in de Kalverstraat bekend was, maar in heel Holland en daarbuiten. We weten dat zijn houtsneden al in de zestiende eeuw zijn verzameld door mensen. Niet in Amsterdam, maar daarbuiten. In Europa.
00:22:48
Janine Abbring: Hij heeft zijn stempel gedrukt. Waarom blijft dit gezicht voor jou 500 jaar later nog steeds levend?
00:22:57
Matthias Ubl: Die intrigerende blik. Dat hij je zo aankijkt en je er altijd weer naar kijkt. Wat zou hij hebben gedacht op dat moment? Dan ben ik weer met psychologie bezig, maar dat doen we allemaal.
00:23:14
Janine Abbring: Zeker. Dit was een aflevering van 'In het Rijksmuseum'. Heb je vragen, opmerkingen of wensen? Stuur dan een audiobericht naar podcast@rijksmuseum.nl of laat een comment achter. De volgende aflevering reizen we met de negentiende-eeuwse schilder Raden Saleh van Java naar Nederland en weer terug. Tot volgende week. Abonneer je op deze podcast, dan krijg je een seintje als er een nieuwe aflevering is.






