13-10-2026 - Janine Abbring en conservator Anna Ślączka, conservator Zuid-Aziatische kunst
Ze zijn symbolen van pracht en praal, status en wijsheid. Op sommige plaatsen worden ze zelfs gezien als heilig: olifanten spelen tot op de dag vandaag een belangrijke rol in Azië. Janine Abbring spreekt met Anna Ślączka, conservator Zuid-Aziatische kunst, over olifanten in oeroude mythen en robotslurven in hedendaagse tempels.
Luister
Lees het uitgeschreven gesprek
00:00:03
Janine Abbring: Willem de Kooning geldt als een van de grootste schilders van de twintigste eeuw. Zijn wilde, energieke kunstwerken veranderden de moderne kunst voorgoed. Dat zie je niet alleen terug in musea en kunstgeschiedenisboeken, maar ook op de kunstmarkt. Een van zijn schilderijen behoort tot de tien duurste doeken die ooit zijn verkocht. Voor honderden miljoenen dollars wisselde het van eigenaar. Wie is de man achter die duizelingwekkende bedragen, die steeds op zoek was naar vernieuwing en ooit op zijn 22e als verstekeling vertrok van Rotterdam naar New York? Mijn naam is Janine Abbring en dit is 'In het Rijksmuseum'. De podcast van het Rijksmuseum, waarin we bijzondere verhalen vertellen over voorwerpen en hun makers.
00:00:44
Janine Abbring: Deze aflevering gaat over de tentoonstelling 'Willem de Kooning at work'. Ik praat met twee van de samenstellers van de tentoonstelling, Ludo van Halem en Marian Cousijn. Het is onmogelijk om de stijl van De Kooning in een paar zinnen te schetsen, omdat hij zichzelf zijn hele leven bleef vernieuwen. Stel, wij staan met zijn drietjes voor het schilderij getiteld 'Excavation', oftewel opgraving. Het is gemaakt in 1950 en tot dan toe een van zijn grootste werken. Het is wandvullend. Ludo, we staan er voor. Wat zien we?
00:01:19
Ludo van Halem: Je ziet een veld van allerlei vormen die in elkaar grijpen en door elkaar lopen. Het is crèmekleurig, met zwarte lijnen en hier en daar rode en okergele accenten. Het lijkt een enorme dynamische puzzel waar je naar kijkt. Her en der herken je fragmentjes van een figuur. Herkenbare fragmenten uit de werkelijkheid, maar het zijn losse vormen die toch samenhang hebben, terwijl ze helemaal over het vlak van het schilderij verspreid zijn. Er zit een enorme beweging en spanning in het doek. Tegelijkertijd klopt het binnen dat hele grote vlak. Het is ook een eenheid.
00:02:08
Janine Abbring: Marian, wat zie jij?
00:02:10
Marian Cousijn: Wat interessant is, is dat er geen voor- en achtergrond is. Het midden is niet het belangrijkste en aan de zijkanten wordt het niet rustig. Het is all over, zoals de Amerikanen dat noemen. Op het hele doek is van alles te doen en te zien. Het is een chaos, maar soms zie je ineens een oogje, grijns of deurtje.
00:02:34
Janine Abbring: Een neus misschien? Tanden?
00:02:36
Marian Cousijn: Precies. Het is wel met jazzmuziek vergeleken. Een totale explosie van energie. Wat vooral leuk is, is daar met je neus op gaan staan. Als je heel dicht bij kijkt, zie je nog de sporen dat hij daar met zijn kwast een lijn heeft gezet. Of een stukje heeft getekend en dat weer uitgegumd heeft. Dan weer een beetje verf eraf heeft geschraapt en weer verf erop heeft gedaan. Als je er heel dicht op staat, kun je als een soort archeoloog bekijken welke laag er eerst zat en welke er daarna op kwam. Wat hij allemaal heeft gedaan. Het is een soort crimescene.
00:03:13
Janine Abbring: Is daar die titel 'Opgraving' uit voortgekomen?
00:03:18
Marian Cousijn: Willem de Kooning was niet geïnteresseerd in titels. Die werden later vaak bedacht door mensen om hem heen, zoals de galeriehouder of zijn vrouw. Het is zo dat je er van alles uit kan halen en in kan zien. Hij woonde in Manhattan. Daar waren op dat moment allerlei bouwputten. Er is gespeculeerd of hij dat daar vandaan zou hebben. Het is niet zo dat hij bedacht om een opgraving na te schilderen en dat dit was wat eruit kwam.
00:03:45
Janine Abbring: Ik las ergens dat hij refereerde aan rijstvelden. Of is dat een van de vele interpretaties, Ludo?
00:03:52
Ludo van Halem: Er zijn enorm veel interpretaties op dit schilderij losgelaten. Je kan er van alles op projecteren. Het is belangrijk dat je goed ziet dat dit schilderij en andere schilderijen van De Kooning uit deze periode, het resultaat zijn van een werkproces. Wat je ziet is de neerslag van een proces. Dat is de reden waarom de term action painting in zwang kwam. Het schilderij is het resultaat van een handeling, een action, van de daad van het schilderen, van het werken.
00:04:27
Janine Abbring: Het is houtskool en olieverf. Wat is het nog meer?
00:04:32
Ludo van Halem: Hij tekende en schilderde door elkaar. Het is in de tentoonstelling opgenomen omdat het een tekenachtig schilderij is. Het zijn getekende vormen in een ondergrond of overlay van verf. Verf en houtskool zijn door elkaar gebruikt. Dat is typerend voor De Kooning.
00:04:55
Janine Abbring: Willem de Kooning is een meesterschilder op het niveau van Mondriaan en Van Gogh. Ik kan nog een lijstje namen opnoemen. Er hangt niet voor niets een werk van hem op de eregalerij. Wat maakt iemand een meesterschilder?
00:05:09
Marian Cousijn: Willem de Kooning werd heel klassiek opgeleid. Hij heeft een enorm arsenaal aan methodes, technieken en materialen waarvan hij goed weet hoe hij ze moet gebruiken en in kan zetten. Als je kijkt naar zo'n abstract schilderij, vraag je je misschien af of hij iets na kan tekenen. In zijn allervroegste werken zie je dat dat bijna foto's zijn. Dat is zó gedetailleerd en precies. Hij kan het heel goed.
00:05:39
Janine Abbring: Het is heel ambachtelijk, traditioneel en figuratief.
00:05:41
Marian Cousijn: Totaal. Hij weet héél goed waar hij mee bezig is. Vervolgens kiest hij ervoor om bepaalde dingen los te laten en bepaalde technieken en ambachten op een nieuwe manier in te zetten. Dat is er meesterlijk aan. Hij is ontzettend vernieuwend. Hij heeft bijvoorbeeld geen middelpunt van het schilderij, het is over het hele vlak heen. Dat is in de kunstgeschiedenis erg vernieuwend.
00:06:07
Janine Abbring: Wat maakt hem voor jou een meesterschilder, Ludo?
00:06:09
Ludo van Halem: Hij durft dingen te doen met het materiaal, met vorm en kleur, die je geen enkele andere kunstenaar op dat moment ziet doen. Het is een waaghalzerij met verf en houtskool door elkaar. Hij schildert op karton, scheurt dat in stukken en zet dat weer in elkaar. Het is iemand die zichzelf voortdurend aan het verrassen is. Als je dat je hele leven vol kan houden en elke keer door die verrassing van jezelf als kunstenaar tot een nieuw resultaat kan komen, behoor je tot een uitzonderlijke categorie kunstenaar.
00:06:56
Janine Abbring: Ik denk dat dat een van de redenen is waarom de tentoonstelling die jullie hebben samengesteld 'at work' heet. Niet 'De meesterwerken van Willem de Kooning', maar 'aan het werk'. Waarom vonden jullie het belangrijk om dat werkproces centraal te zetten?
00:07:12
Marian Cousijn: Zoals Ludo al zei, gaat dat action painting over de actie van het maken. Dat is het belangrijkste. In veel klassieke schilderijen wordt geprobeerd om een hand zo naturel of mooi mogelijk af te beelden. Als je dan van heel dichtbij kijkt, zie je huid, haartjes of nagels, maar niet de kwaststreek. Het gaat om de illusie dat je echt naar een hand kijkt. Bij Willem de Kooning zie je die druppels, spetters en kwaststreken soms. Het is een herinnering aan die handeling. Dat wilden we in deze tentoonstelling graag centraal stellen. Hij scheurt, knipt, plakt, kopieert, stempelt en krast. Al die actieve dingen die hij in het atelier doet. We willen graag dat mensen dicht op het werk staan en kijken naar dat werkproces.
00:08:05
Ludo van Halem: Er is een mooie beschrijving van Willem de Kooning door een kunstcriticus. Die zei: De Kooning is a hand with a man attached.
00:08:14
Janine Abbring: Een hand met een man eraan vast.
00:08:15
Ludo van Halem: Als je inzoomt op dat werk, zie je zijn hand. Je ziet zijn bewegingen, wat hij probeert, waar hij op terugkomt, weer corrigeert, herhaalt en waar hij nog een keer overheen gaat. Hij stond erom bekend dat hij niet op kon houden. Een werk was pas af op het moment dat er een tentoonstelling gemaakt moest worden en de vrachtauto voor kwam rijden. Hij was een notoire doorwerker en twijfelaar. Hij bleef maar doorgaan en kon niet beslissen wanneer het af was.
00:08:55
Janine Abbring: Hij bleef maar finetunen. Daar spreekt een soort onzekerheid uit.
00:09:01
Marian Cousijn: Rusteloosheid.
00:09:03
Ludo van Halem: Zoeken, proberen, jezelf uitdagen.
00:09:09
Marian Cousijn: Ontevredenheid misschien. Wat je vaak ziet is dat hij een kunstwerk tijdens het maken ineens op zijn kop zet of een kwartslag kantelt, om zichzelf uit balans te brengen. Dan voelt het middelpunt van de compositie ineens raar. Dat vindt hij juist interessant. Hij zet het op zijn kop en zoekt daar een interessante vorm. Dan gaat hij verder en vervolgens draait hij het weer een kwartslag. Hij heeft gezegd dat later in zijn carrière, hij in sommige gevallen pas op het moment dat hij zijn handtekening zette, wist welke kant onder was. Dat kan dus nog lang veranderen.
00:09:46
Janine Abbring: Wat grappig. Waarom spelen tekeningen in de tentoonstelling ook een grote rol?
00:09:52
Marian Cousijn: De tentoonstelling is een overzicht van zijn getekende werk door zijn hele leven heen. We hebben er een aantal schilderijen bij gedaan, zoals 'Excavation', die iets tekenachtigs hebben, maar dit is een overzicht van zijn getekende oeuvre.
00:10:06
Janine Abbring: Tekeningen waren voor hem geen voorstudies.
00:10:11
Ludo van Halem: Nee. Er wordt vaak naar tekeningen gekeken als voorstudies. Hij tekende en schilderde door elkaar, vaak op hetzelfde doek of vel papier. Voor hem was er weinig verschil tussen tekenen en schilderen. Een mooi voorbeeld is het gebruik van fixeerspray. Tekenen met houtskool is heel poederig en dat smet ontzettend.
00:10:40
Janine Abbring: Dan spuit je er een soort haarlak op.
00:10:41
Ludo van Halem: Ja, een fixatief. Hij gebruikte dat fixatief in zo'n overvloedige hoeveelheid dat dat houtskool weer vloeibaar werd. Je ziet soms een nevel ontstaan op dat vel papier. Of je ziet druipers. Hij gebruikte het ongewone materiaal fixatief om mee te tekenen.
00:11:10
Janine Abbring: Marian, wat zie je pas als je niet alleen naar zijn schilderijen kijkt, maar ook naar zijn tekeningen?
00:11:16
Marian Cousijn: Hij dacht door te tekenen. Dat was zijn manier om zijn gedachten op orde te zetten. Hij kijkt vaak tv of is in gesprek met iemand. Ondertussen is hij aan het tekenen, tekenen en tekenen. Er zijn een aantal mooie late tekeningen. Dat is een blad papier uit een schrift. Daar heeft hij bijna gedachteloos een hand op getekend, maar dat is zo ontzéttend goed. Hij was veel langer mee bezig met die schilderijen. Dat zijn lagen en lagen op elkaar en er weer afgeschraapt. Dat tekenen is superdirect. Dat is een directe connectie tussen zijn hersenen en zijn handelen.
00:11:56
Janine Abbring: Heel intuïtief.
00:11:57
Marian Cousijn: Ja. Het is leuk om dat daaraan te zien. Het is simpel, maar tegelijkertijd spreekt daar een enorme kunde uit. Het is bijna een soort muscle memory. Hij heeft decennialang dezelfde figuren zo vaak opnieuw, opnieuw en opnieuw getekend. Zoals zo'n hand.
00:12:14
Janine Abbring: Dat is weer die hand met die man eraan. Dat idee.
00:12:18
Marian Cousijn: Het gaat bijna vanzelf.
00:12:21
Janine Abbring: Die hand met die man eraan werd wereldberoemd vanuit Amerika, maar is geboren in Rotterdam in 1904. Hij doet daar de kunstacademie, maar op zeker moment lonkt Amerika. Waarom wilde hij zo graag naar Amerika?
00:12:35
Ludo van Halem: We kunnen er alleen maar naar raden, want hij heeft daar nooit duidelijke uitspraken over gedaan. Amerika lokte in de jaren twintig sowieso veel mensen. Het was de nieuwe wereld. Daar kon je geld verdienen. Hij ging naar de academie en werkte in verschillende decoratie- en reclameateliers in Rotterdam. Het was niet zijn ambitie om een vrij kunstenaar te worden. Kunstenaars of academiestudenten van zijn generatie vonden reclame en decoratiewerk een aantrekkelijk perspectief, want daar kon je geld mee verdienen. Hij heeft gezegd dat voor een ezel staan met een palet in je hand iets voor mannen met baarden was. Er zijn foto's van al zijn leraren op de academie. Die hebben inderdaad allemaal baarden.
00:13:28
Ludo van Halem: De moderne kunstenaar was gladgeschoren en had moderne kleding aan. Die stond niet voor een ezel aan een landschapje te prutsen.
00:13:38
Janine Abbring: Hij begon dus niet als die wilde vernieuwer waar we hem nu voor kennen?
00:13:44
Marian Cousijn: Nee, niet zozeer als een onafhankelijk vrije kunstenaar dat wil. Dat is pas later gekomen. Als hij in Amerika is, krijgt hij eerst een baantje als huisschilder.
00:13:55
Janine Abbring: Ik wil één stapje terug doen. Misschien is het een geromantiseerd verhaal dat ik heb gelezen. Is de manier waarop hij in Amerika belandt Titanic-achtig?
00:14:07
Marian Cousijn: Dat is de legende.
00:14:10
Ludo van Halem: Hij is niet gezonken.
00:14:11
Janine Abbring: Nee. Ik wek misschien veel verwachtingen. Er was geen ijsberg of grote romantiek op het schip. Hij gaat als verstekeling en dat schip gaat naar Argentinië. Sneakt hij er ergens af?
00:14:27
Ludo van Halem: Hij gaat inderdaad als verstekeling mee op een Britse vrachtboot, het stoomschip 'Shelley'. Dat heeft als bestemming Argentinië, maar ze gaan eraf in de Verenigde Staten. Ze komen boven New York in een haven terecht. Alles is plat. Een polder zou je kunnen zeggen. Hij heeft het gevoel dat hij in Nederland van boord stapt. Hij is teleurgesteld, want hij heeft dat beeld van Manhattan en die grote stad voor ogen. Dat leefde in Nederland. Je had in Rotterdam de Holland-Amerika Lijn, dus er waren voortdurend mensen die heen en weer pendelden.
00:15:09
Janine Abbring: Zij kwamen met wilde verhalen.
00:15:10
Ludo van Halem: Ja. Zij namen Amerikaanse tijdschriften mee. Er waren veel Amerikaanse films te zien in Rotterdam. Amerika was cultureel gezien erg aanwezig in Rotterdam en breder in Nederland. Veel emigranten vertrokken vanuit Rotterdam naar Amerika. Dat leefde sterk. Toen hij daar van boord stapte, was het even slikken. Uiteindelijk is hij snel in een boardinghouse in Hoboken terechtgekomen en in Manhattan aan het werk gegaan. Hij heeft zich snel in Manhattan gevestigd.
00:15:50
Janine Abbring: Richting de Big Apple.
00:15:51
Ludo van Halem: Ja, en is daar aan het werk gegaan. Met allerlei baantjes, inderdaad ook als huisschilder.
00:15:57
Janine Abbring: Dat raakte me in zijn levensverhaal. Hij krijgt pas laat in zijn leven succes. Hoe knoopt hij in Amerika aanvankelijk de eindjes aan elkaar?
00:16:05
Marian Cousijn: Eerst dus als huisschilder. Daar verdient hij meteen veel geld mee. Dat doet hij maar even. Als hij naar Manhattan verhuist, gaat hij bij zo'n designfirma aan de slag. Net zoals hij in Rotterdam deed. Hij ontwerpt reclames, maar ook etalages en interieurs. Als toegepast kunstenaar doet hij het vrij goed. In zijn vrije tijd gaat hij veel naar galeries. Daar ziet hij kunst. Hij gaat naar musea. Dan gaat hij als Sunday painter - iemand die in het weekend schilderijen maakt - toch vrij werk maken.
00:16:45
Janine Abbring: Een vrijetijdsschilder?
00:16:48
Marian Cousijn: Ja. Nadat hij al een jaar of twintig in Amerika is, maakt hij resoluut de keuze om dat werk in opdracht ernaast te doen. Hij is nu een kunstenaar. Het duurt lang voordat hij die keuze maakt.
00:17:07
Janine Abbring: Dat is onder invloed van zijn echtgenote?
00:17:09
Ludo van Halem: Dat klopt. Hij trouwde met Elaine Fried. Zij kwam uit een betere familie. Zij was actief als kunstcritica. Het was een interessant koppel. Hij kreeg daardoor meer vaste voet in de New Yorkse kunstwereld.
00:17:29
Janine Abbring: Zij was daar de ingang. Het werk waarmee Willem de Kooning echt wereldberoemd is geworden, 'Woman I', hangt nu zelfs in de eregalerij.
00:17:42
Ludo van Halem: Zeker.
00:17:42
Janine Abbring: Met Vermeer.
00:17:44
Ludo van Halem: Ja. Samen met 'Woman and Bicycle', in één kabinet op de eregalerij tegenover Rembrandt. In de buurt van Vermeer en alle andere zeventiende-eeuwse Nederlandse grootheden.
00:17:57
Janine Abbring: Hoe ziet 'Woman I' eruit, Marian?
00:18:01
Marian Cousijn: Daar vraag je me wat. Het is een explosie van vormen, kleuren en energie. Je ziet veel kwaststreken en daar doemt een vrouwenfiguur uit op. Ze heeft een grote grijns en grote ogen met grote pupillen. Een beetje stripfiguurachtig.
00:18:23
Janine Abbring: Een beetje robotachtig.
00:18:24
Marian Cousijn: Ze heeft hele brede schouders. Grote borsten, wat een soort pantser kan zijn. Als je goed kijkt, zijn er beneden twee benen. Ze zit en kijkt je recht aan. Haar schouders staan recht vooruit. Ze is geen bevallige vrouw die zich over een stoel drapeert.
00:18:47
Janine Abbring: Het is misschien een boze vrouw?
00:18:49
Marian Cousijn: Een beetje manisch. Ik vind haar niet boos. Ze heeft een vrolijke grijns, maar ik weet niet of je haar 's avonds in een donker steegje tegen wilt komen.
00:19:00
Janine Abbring: Dit werk is zowel een doorslaand succes als een groot schandaal. Hoe waren de reacties?
00:19:09
Ludo van Halem: Er werd heftig op gereageerd. Het werd monsterlijk gevonden. Er zou een vrouwonvriendelijk mensbeeld achter zitten. Hij zou afrekenen met zijn moeder. De reacties waren al heftig toen het in 1953 tentoongesteld werd. Ook later is het eindeloos onderwerp geweest van speculaties en interpretaties. Ook De Kooning zelf is er over bevraagd. Hij heeft daar verschillende visies op gegeven. Uiteindelijk is het een schilderij, geen persoon. Als schilderij is het intrigerend door het kleurgebruik. Hij heeft er lang aan gewerkt. Dit was een van de schilderijen die hij maar niet af kon krijgen. Hij is er aan begonnen, heeft het weg gezet en is er weer aan begonnen. Uiteindelijk moesten ze het bijna uit zijn handen rukken omdat die tentoonstelling eraan kwam.
00:20:06
Ludo van Halem: Er zitten allerlei elementen in die opmerkelijk zijn. Aan de rechterkant zit bijvoorbeeld een hele strook metallic-achtige verf, waardoor je het gevoel hebt dat er iets met de ruimte is. Tegelijkertijd is er allerlei zwarte verf overheen gesmeerd dat naar de onderkant van het schilderij druipt. Het geeft de indruk dat die verf nog steeds nat is. Je kijkt erg nadrukkelijk naar verf.
00:20:37
Janine Abbring: Naar het proces. Het is geen toegankelijk werk of meteen esthetisch aantrekkelijk. Marian, kun je duiden waarom dit hem wereldberoemd maakte? Los van alle kritiek was er ook succes.
00:20:54
Marian Cousijn: Als hij eindelijk zijn eigen stijl vindt, wordt hij abstract expressionist genoemd. Iedereen denkt dat het bij deze schilders, zoals Jackson Pollock met zijn druipers en spetters, niet meer over figuratie gaat. Wat doet Willem de Kooning in zijn volgende tentoonstelling? Hij laat vrouwenportretten zien. Dat is een súperklassiek kunsthistorisch onderwerp. Van die hele avant garde en al die vernieuwende schilders waar hij mee werkte, waren veel mensen die zich afvroegen wat hij deed. Waarom ga je ineens terug naar de menselijke figuur? Hij had die menselijke figuur nooit losgelaten. Zelfs in die hele abstracte dingen is vaak nog een glimmertje menselijke figuur te zien. Het was een succès de scandale. Je kon niet meer om hem heen.
00:21:41
Marian Cousijn: Hij heeft eerst zijn naam gevestigd als vernieuwer en vervolgens doet hij dit. Dat werk wordt meteen door het MoMA aangekocht. De commissie zegt dat ze het een behoorlijk angstig schilderij vond, maar het toch gekocht heeft.
00:21:54
Janine Abbring: Beangstigend?
00:21:55
Marian Cousijn: Ja. In het aankoopverslag staat 'quite frightening'.
00:21:59
Janine Abbring: Het is als een muzikant die platen uitbrengt. Als er een nieuwe plaat komt, moet die weer zo goed zijn als de vorige. Ik kan me voorstellen dat met die beroemdheid een soort druk komt.
00:22:10
Ludo van Halem: Zeker.
00:22:11
Janine Abbring: Weten we hoe hij dat heeft ervaren? Pollock stond erom bekend een flinke drinker te zijn. Wat weten we van de manier van Willem de Kooning om daarmee te dealen?
00:22:20
Ludo van Halem: De Kooning dronk ook. Dat is zijn leven lang een probleem gebleven. Je ziet dat De Kooning en andere kunstenaars uit die groep in de picture stonden. Het werd geëxporteerd naar het buitenland. Het ging naar Venetië, naar de Biënnale. Er waren rondreizende tentoonstellingen die soms door zes of acht verschillende landen of musea toerden. Tijdschriften en kranten schreven erover. Het waren sterschilders, dus die druk was hoog. Dat betekent dat er allerlei commerciële partijen zijn die zich daarmee gaan bemoeien. Kunsthandelaren wilden er ook een graantje van meepikken. Dat geeft er een bepaalde atmosfeer omheen. Dat was voor hem de reden om uiteindelijk definitief een eigen plek op Long Island te kiezen.
00:23:25
Janine Abbring: Op een gegeven moment had hij dat commerciële succes en wat geld. Daarmee heeft hij een huis en een atelier laten bouwen op Long Island.
00:23:33
Ludo van Halem: Hij heeft het zelf ontworpen. Al bouwend is het ontworpen. Het is een groot huis met een atelier waar hij zich terug kon trekken. Hij had geen rijbewijs en kon niet autorijden. Met zijn fiets kon hij in de omgeving rondrijden. Naar de duinen, het strand en de haventjes daar.
00:23:51
Janine Abbring: Voor het beeld van de mensen: dat is plat gezegd het platteland rondom New York. Het is upstate, dus je gaat bij New York omhoog en daar beginnen de vakantiehuizen en uitgestrekte velden.
00:24:05
Ludo van Halem: De naam Long Island zegt het al. Het is een schiereiland dat zich uitstrekt naar de Atlantische Oceaan.
00:24:11
Janine Abbring: Met lange stranden.
00:24:12
Ludo van Halem: Ja, en kleine dorpjes en vissershaventjes.
00:24:18
Janine Abbring: Heel rustiek. Die verandering van omgeving zien we terug in zijn werk. Op welke manier?
00:24:25
Marian Cousijn: Het werk dat hij in New York maakte wordt als stads beschouwd. Die jazz, die energie en dat rusteloze. Als hij naar Long Island verhuist, komt er steeds meer rust en licht in zijn werk. De nabijheid van het water is belangrijk voor hem. Hij komt uit Rotterdam. Daar was hij vaak in de haven te vinden. Het licht dat je aan zee hebt, de schittering in het water, de beweging die daardoor ontstaat, de wolken en het vrije uitzicht op de hemel komen steeds meer in zijn werk terug. Je ziet heel letterlijk dat de schildersstreken groter worden. Niet meer van die rusteloze lijnen, maar één grote baan die bijvoorbeeld de indruk van een lucht geeft.
00:25:16
Janine Abbring: Hij had een lange zoektocht, elke keer pogingen tot vernieuwen en verschillende stijlen. Hebben jullie de indruk dat hij daar tot rust is gekomen?
00:25:27
Ludo van Halem: Dat denk ik wel. Omdat hij zichzelf oplegde om steeds iets nieuws te vinden, waren er grote periodes van twijfel. Die probeerde hij weg te spoelen met drank. Er zit een mate van onzekerheid en zoeken in. Dat schilderen wat De Kooning deed, was passé in de jaren zestig. Dat speelt ook een rol. Tegelijkertijd waren er allerlei kunsthandelaren die dat werk nog in voorraad hadden en daar geld mee probeerden te verdienen. Vanuit zichzelf probeerde hij als kunstenaar toch weer nieuwe wegen te bewandelen. Die nieuwe omgeving was een factor van belang. Het is een enorm complex van factoren hoe zich dat ontwikkelt. Je ziet uiteindelijk dat het erg gestaag gedurende de jaren zestig en zeventig naar een laat hoogtepunt toegaat.
00:26:36
Janine Abbring: In de jaren tachtig?
00:26:37
Ludo van Halem: Ja.
00:26:37
Janine Abbring: Als je naar het werk uit de jaren tachtig kijkt, is dat bijna het tegenovergestelde van 'Excavation'. Veel leger en rustiger.
00:26:46
Marian Cousijn: Hij heeft die landschapsachtige werken en blijft altijd vrouwen schilderen. Nu veel vrouwen op het strand of vrouwen in een bootje. Op gegeven moment is er een periode dat hij heel nat werk maakt. Het is heel vloeibaar. Je hebt veel verf door elkaar en het glinstert. Het zijn een soort kolkende, vloeiende schilderijen. Richting de jaren tachtig wordt het steeds leger. In plaats van kleurvlakken staan lijnen weer centraal. Ik zou het niet zen noemen, maar het gaat weer meer om die lijn. De achtergrond is heel rustig. Het wordt bijna doorzichtig als je het van dichtbij bekijkt. Het lijkt alsof daar rust in komt.
00:27:38
Janine Abbring: Zijn jullie anders naar De Kooning of zijn werk gaan kijken door deze tentoonstelling te maken?
00:27:44
Ludo van Halem: Ik ben erg geïntrigeerd geraakt door de enorme variëteit die er in dat oeuvre zit. Als je in de breedte naar zijn ontwikkeling kijkt, zie je een kunstenaar die niet alleen zichzelf probeert uit te dagen en te verrassen, maar ook degene die naar zijn werk kijkt. Het is voor ons als makers van die tentoonstelling en straks voor het publiek, heel bijzonder om dat te volgen. Het volgen van zo'n ontwikkeling en proberen mee te denken en te kijken.
00:28:21
Janine Abbring: Ik las dat hij soms expres met links ging werken om zichzelf uit te dagen. Of dat hij opeens een schilderij omdraaide en het van een andere kant bekeek.
00:28:32
Marian Cousijn: Ja, of zelfs met zijn ogen dicht. Dat klopt. Hij blijft zichzelf de hele tijd uitdagen. Wat ik heb geleerd en erg leuk vind, is dat ik nu zelfs in abstracte kunst meer op zoek durf te gaan naar figuratie. Als ik vroeger naar een abstract kunstwerk keek, dacht ik dat ik moest kijken naar de uitdrukking van emoties, kleurgebruik en expressie. Soms zie je er een gezichtje in. Dat durf je dan niet zo goed te zeggen, want dat zal vast niet de bedoeling zijn geweest van de kunstenaar. Als je Willem de Kooning over zijn werk hoort spreken en ziet hoe dat proces is, is het menselijk lichaam toch vaak het uitgangspunt. Dan sta je voor een abstract werk van De Kooning en zie je een vrouw. Die vlekken daar zijn knieën, dat is een hand en dat zijn ogen.
00:29:31
Marian Cousijn: Het is superleuk om met andere mensen naar zo'n werk te gaan en er tien minuten voor stil te staan. Op een gegeven moment vraag je je af hoe je niet hebt kunnen zien dat het een vrouw is.
00:29:41
Janine Abbring: Je mag er iets in zien?
00:29:43
Marian Cousijn: Ja.
00:29:44
Marian Cousijn: Dat zag hij zelf ook en zo praatte hij over die werken. Dat vind ik leuk.
00:29:48
Ludo van Halem: Dat maakt het meekijken en meedenken met een kunstenaar spannend. Die verrassing van die vondsten is fascinerend in zijn werk.
00:29:58
Janine Abbring: Het is een ontdekkingsreis.
00:30:00
Ludo van Halem: Zeker. We proberen de bezoeker mee te nemen door dat oeuvre, Door die reis die De Kooning gemaakt heeft. Door zijn eigen ogen en te laten kijken naar die zoekende hand.
00:30:18
Janine Abbring: De tentoonstelling 'Willem de Kooning at work' is te zien van 9 oktober 2026 tot en met 17 januari 2027. Luister volgende week weer. Dan gaat het over olifanten uit Azië. Van een beeld van Ganesha tot een slaapmat gemaakt van ivoor. Tot volgende week en vergeet je niet te abonneren op deze podcast.
Abonneer je op In het Rijksmuseum met je favoriete podcastspeler
Met dank aan
In het Rijksmuseum is powered by ING.


Anoniem, Het temmen van de wilde olifant, ca. 1725 - ca. 1745.
1 | 4


Amar Singh II op neushoornjacht, 1700 - 1710.
1 | 4


Paneel met Kama en Rati, ca. 1700 - ca. 1800.
1 | 4


Chinese slaapmat, ca. 1700 - ca. 1750.
1 | 4








