Dansende derwisjen

Jean Baptiste Vanmour, ca. 1720 - ca. 1737

In het religieus tolerante Istanbul namen de derwisjen een bijzondere plaats in. Zij probeerden door gebed, muziek en wervelende dans in trance te raken en zo in contact te komen met Allah. Twee keer per week hielden zij hun dansceremonie, waarbij bezoekers konden komen kijken. Vanmour zal geregeld op de tribune hebben gezeten om het draaien van de derwisjen te bestuderen.

  • Soort kunstwerkschilderij
  • ObjectnummerSK-A-4081
  • Afmetingenhoogte 76 cm x breedte 101 cm, geheel: gewicht (eigenschap) 7,2 kg
  • Fysieke kenmerkenolieverf op doek

Identificatie

  • Titel(s)

    Dansende derwisjen

  • Objecttype

  • Objectnummer

    SK-A-4081

  • Beschrijving

    Derwishen of islamitische heiligmannen namen in het religieus tolerante Istanbul een bijzondere plaats in. Net als christelijke monniken zwierven sommige derwishen over het platteland of door de stad, terwijl anderen in gemeenschappen of ordes leefden. De bekenste orde is die van de Mevlevi-derwishen, de volgelingen van de filosoof en mystieke dichter Jalal ad-Din Rumi (1207-1273), die ook wel Mevlana, ‘onze meester’ wordt genoemd. Mevlevi-derwishen proberen door middel van gebed, muziek en wervelende dans in contact te komen met Allah. Hun rechterhand is bij de dans omhoog gericht om de hemelse zegen te ontvangen, die ze met de linkerhand doorgeven naar de aarde. De volgelingen van Mevlana woonden in tekkes, ook wel Mevlevihanesi genoemd. Vanmour heeft de Mevlevihane geschilderd die vlakbij het Palais de Hollande in Pera stond. Het was de oudste van de stad en bestond naast een gebedshal of danszaal (semahane), uit kamers voor de derwishen, een kamer en een speciale gebedsruimte voor hun leider de sheikh, een vrouwensectie, een bibliotheek, een eetzaal en keuken, een publieke fontein, een klokkenkamer van waaruit het gebedsuur werd aangekondigd en een begraafplaats. De ceremonie begon wanneer de leider van de derwishen zijn zetel verliet en aan de rand van de dansvloer ging staan om zijn volgelingen toe te spreken. Vanmour heeft hem rechts op het schilderij afgebeeld in de contemplatieve houding die hij gedurende de gehele ceremonie zou aannemen. Hierna groetten de derwishen hun leider één voor één, zoals de twee mannen op de voorgrond dat doen en vervolgens begonnen zij hun gebed. Door op het ritme van de muziek op dezelfde plek rondjes te draaien raakten ze in een trance. De derwishen dragen de kenmerkende cilindervormige hoed, de sikke, en lange wollen kleding die bij het ronddraaien in een mooie cirkel om hen heen zwierde.Op het balkon, dat we links boven zien, wordt fluit gespeeld. Vanmour heeft twee toeschouwers wel heel prominent afgebeeld. Zij staan achter de balustrade vlakbij de stoel van de religieus leider en hun gelaatstrekken lijken sterk op die van Patrona Halil en zijn handlanger Muslu Bese. Waarom Vanmour deze hoofdrolspelers uit de Opstand van 1730 zo prominent heeft afgebeeld is onduidelijk. Het helpt ons wel bij de datering van het schilderij, dat tot stand moet zijn gekomen tussen oktober 1730 (net na de opstand) en november 1730 (de moord op Patrona Halil en zijn medestanders).


Vervaardiging

  • Vervaardiging

    schilder: Jean Baptiste Vanmour

  • Datering

    ca. 1720 - ca. 1737

  • Zoek verder op


Materiaal en techniek

  • Fysieke kenmerken

    olieverf op doek

  • Afmetingen

    • hoogte 76 cm x breedte 101 cm
    • geheel: gewicht (eigenschap) 7,2 kg

Dit werk gaat over

  • Onderwerp

  • Plaats

  • Periode

    1726 - 1744


Tentoonstellingen


Verwerving en rechten


Documentatie

    • Mirjam Shatanawi, 'On the In-Betweenness of the Paintings of Jean Baptiste Vanmour (1671–1737) at the Rijksmuseum' in: Susanne Leeb en Nina Samuel (red.), Museums, Transculturality, and the Nation-State, Independent Academic Publishing 2022, p. 123-158.
    • Renate Meijer en Günay Uslu, ‘Op bezoek bij de sultan : in de sporen van Cornelis Calkoen’, Rijksmuseum Kunstkrant 29 (2003) nr. 3, p. 4-7.

Duurzaam webadres