Drie suiker- of strooppotten van een Rotterdamse suikerraffinaderij

anoniem, 1700 - 1841

Deze potten zijn in 2021 opgegraven in Rotterdam, op de plek waar in de 19de eeuw de familie Van Beeftingh woonde. Zij waren actief in de suikerraffinage. De ruwe suiker die in Suriname door mensen in slavernij was verbouwd en verwerkt, werd in Nederland gezuiverd tot stroop en tafelsuiker. De stroperige massa werd door een trechter in dit soort aardewerken potten gegoten om uit te lekken.

  • Soort kunstwerkpot
  • ObjectnummerNG-2023-74
  • Afmetingenhoogte 27,5 cm, onder: diameter 23,5 cm, boven: diameter 14
  • Fysieke kenmerkenterracotta

Identificatie

  • Titel(s)

    • Strooppot afkomstig van een Rotterdamse suikerraffinaderij
    • Drie suiker- of strooppotten van een Rotterdamse suikerraffinaderij
  • Objecttype

  • Objectnummer

    NG-2023-74

  • Beschrijving

    Gedrongen buikige strooppot met uitstekende rand en standring als bodem. Dit soort potten werd gebruikt om de ruwe suiker die vanuit Zuid-Amerika werd aangevoerd, en daar door mensen in slavernij was verbouwd en verwerkt, verder te zuiveren tot stroop en tafelsuiker voor consumptie. Deze pot is gevonden bij funderingswerkzaamheden onder een pand aan de Walenburgerweg in Rotterdam. Een grote hoeveelheid potten was op elkaar gestapeld en gebruikt om een sloot te dempen bij de bouw van het pand in 1905. Ze zijn naar alle waarschijnlijkheid afkomstig van de suikerraffinaderij van de familie Van der Dussen-Beeftingh die tot 1841 een suikerraffinaderij had in Rotterdam en tot 1881 op het landgoed Walenburg woonde.


Vervaardiging

  • Vervaardiging

    pottenbakker: anoniem, Nederland

  • Datering

    1700 - 1841

  • Zoek verder op


Materiaal en techniek

  • Fysieke kenmerken

    terracotta

  • Afmetingen

    • hoogte 27,5 cm
    • onder: diameter 23,5 cm
    • boven: diameter 14

Toelichting

  • Bij werkzaamheden onder een pand aan de Walenburgerweg in Rotterdam werd in april 2021 een grote hoeveelheid stroop- en trechterpotten gevonden van een suikerbakkerij uit de 18e of vroeg 19e eeuw. De potten waren op elkaar gestapeld en gebruikt om een sloot te dempen bij de bouw van het pand in 1905. De potten werden gebruikt om de ruwe suiker die vanuit Zuid-Amerika werd aangevoerd, en daar door mensen in slavernij was verbouwd en verwerkt, in Rotterdam verder te zuiveren tot stroop en tafelsuiker voor consumptie. Op enkele potten en vormen uit de vondst bevinden zich merken: een achtpuntige ster, een gestempeld ovaal met daarbinnen de letters VD&K. De letters VD verwijzen naar alle waarschijnlijkheid naar Van der Dussen (van Beeftingh). Op de plek van het huidige pand stond in het midden van de 19de eeuw de villa van Pieter van der Dussen van Beeftingh (1794-1875), zoon van de suikerraffinadeur Arnout van Beeftingh. De suikerpotten maakten hoogstwaarschijnlijk deel uit van de boedel van deze fabriek. De familie Van der Dussen Van Beeftingh is van het begin van de 18e eeuw tot 1841 actief in de suikerraffinage in Rotterdam. Er zijn maar enkele potten gevonden die gemerkt zijn. De potten in de collectie van het Rijksmuseum zijn niet gemerkt.


Dit werk gaat over

  • Onderwerp

  • Plaats


Verwerving en rechten

  • Credit line

    Schenking van de heer A. van Bruchem, Rotterdam

  • Verwerving

    schenking 2023-12-12

  • Copyright


Documentatie

  • De suikerraffinage te Rotterdam, H. van Oordt van Lauwenrecht.


Duurzaam webadres