Model van een mortierstelling op een bombardeerkorvet

Rijkswerf Rotterdam, ca. 1842 - ca. 1847

Model van de dwarsdoorsnede van een schip, waarop tweemaal de constructie van de ondersteuning van een mortierstelling is aangegeven, op standaard op grondplank. Aan één kant is de constructie geheel uitgewerkt en kan geheel uit elkaar genomen worden, aan de andere is zij slechts ten dele weergegeven. Het schip heeft twee dekken; onder iedere mortierstelling zijn in het ruim vijf kattesporen aangebracht, gaande van de ene kant naar de andere onder de dekbalken van het onderste dek. Tussendeks zijn in lengterichting twee wanden aangebracht van opeengestapelde balken, verbonden door zwaluwstaarten, die het bovendek ondersteunen. Het uitgewerkte deel is verder geheel volgebouwd met balken en stutten, waardoor in het ruim twee kasten ontstaan, het geheel afgewerkt met een groot aantal toegevoegde metalen en kunstknieën. Dit deel is ook gedetailleerd met de mortier op haar affuit à pivot. Delen van het dek moeten verwijderd worden om de pivot te laten draaien. Het mortier is 6.8 cm lang en heeft een 15 mm kaliber. Het andere, niet uitgewerkte gedeelte, is voorzien van de kap waarmee het geschut afgedekt wordt. Tussen beide mortierstellingen is een luik met roosters aangebracht. Het model heeft vier geschutpoorten aan iedere zijde aangebracht. Schaal 1:20 (volgens Obreen).

  • Soort kunstwerkdemonstratiemodel
  • ObjectnummerNG-MC-120-1
  • Afmetingenmodel: hoogte 47 cm x breedte 72,5 cm x diepte 50 cm, capsule: hoogte 56 cm x breedte 79,5 cm x diepte 55 cm
  • Fysieke kenmerkenhout, messing en ijzer

Identificatie

  • Titel(s)

    Model van een mortierstelling op een bombardeerkorvet

  • Objecttype

  • Objectnummer

    NG-MC-120-1

  • Beschrijving

    Model van de dwarsdoorsnede van een schip, waarop tweemaal de constructie van de ondersteuning van een mortierstelling is aangegeven, op standaard op grondplank. Aan één kant is de constructie geheel uitgewerkt en kan geheel uit elkaar genomen worden, aan de andere is zij slechts ten dele weergegeven. Het schip heeft twee dekken; onder iedere mortierstelling zijn in het ruim vijf kattesporen aangebracht, gaande van de ene kant naar de andere onder de dekbalken van het onderste dek. Tussendeks zijn in lengterichting twee wanden aangebracht van opeengestapelde balken, verbonden door zwaluwstaarten, die het bovendek ondersteunen. Het uitgewerkte deel is verder geheel volgebouwd met balken en stutten, waardoor in het ruim twee kasten ontstaan, het geheel afgewerkt met een groot aantal toegevoegde metalen en kunstknieën. Dit deel is ook gedetailleerd met de mortier op haar affuit à pivot. Delen van het dek moeten verwijderd worden om de pivot te laten draaien. Het mortier is 6.8 cm lang en heeft een 15 mm kaliber. Het andere, niet uitgewerkte gedeelte, is voorzien van de kap waarmee het geschut afgedekt wordt. Tussen beide mortierstellingen is een luik met roosters aangebracht. Het model heeft vier geschutpoorten aan iedere zijde aangebracht. Schaal 1:20 (volgens Obreen).

  • Opschriften / Merken

    • opschrift, op het voetstuk: ‘Mortier Stelling / van de / BOMBARDEER CORVETTEN / PROSERPINA / HEKLA EN MEDUSA’
    • etiket, op de wand: ‘120’ voormalig inventarisnummer
  • Onderdeel van catalogus


Vervaardiging

  • Vervaardiging

    • modelmaker: Rijkswerf Rotterdam, Rotterdam
    • naar ontwerp van Pieter Glavimans, Rotterdam
  • Datering

    ca. 1842 - ca. 1847

  • Zoek verder op


Materiaal en techniek

  • Fysieke kenmerken

    hout, messing en ijzer

  • Afmetingen

    • model: hoogte 47 cm x breedte 72,5 cm x diepte 50 cm
    • capsule: hoogte 56 cm x breedte 79,5 cm x diepte 55 cm

Toelichting

  • De bombardeerkorvetten Hekla (1819-1821, afgevoerd 1830), Proserpina (1818-1821, afgevoerd 1835) en Medusa (1827, afgevoerd 1835) hadden alle een dergelijk verband ter ondersteuning van hun mortierstelling. Zij werden alle door P. Glavimans Jz. te Rotterdam gebouwd en waren 36.23 m lang. Het model werd pas in 1842 bij de Rijkswerf te Rotterdam besteld.


Dit werk gaat over

  • Persoon

  • Onderwerp


Verwerving en rechten

  • Copyright

  • Herkomst

    …; transferred from the Ministerie van Marine (Department of the Navy), The Hague, to the museum, 1883


Documentatie

    • J.N. Calten, Leiddraad bij het onderrigt in de zee-artillerie, met platen, Medemblik 1842 [2nd ed.], p. 105 ff., 190 ff, pl. 2, afb. 5, pl. 3.
    • J.N. Calten, Leiddraad bij het onderrigt in de zee-artillerie, Delft 1832, p. 42 ff., 84, pl. 2, afb.. 5, pl. 6 afb. 3.

Gerelateerde objecten

  • Gerelateerd


Duurzaam webadres


Rijkswerf Rotterdam

Model of the Mortar Bed of a Bomb Sloop

Rotterdam, Rotterdam, c. 1842 - c. 1847

Inscriptions

  • inscription, on the base:Mortier Stelling / van de / BOMBARDEER CORVETTEN / PROSERPINA / HEKLA EN MEDUSA
  • label, on the wall:120 former inventory label

Conservation

  • , c., 7 maart 2022 - c. 29 maart 2022
  • Ab Hoving, juni 2002: minor repairs

Provenance

…; transferred from the Ministerie van Marine (Department of the Navy), The Hague, to the museum, 1883

Object number: NG-MC-120-1


Entry

Construction model of the cross-section of a ship, mounted on a wooden base, showing twice the ship’s construction reinforcing a mortar bed.

On one side the construction is only partly present, on the other it is completely finished and can be taken apart. The ship has two decks. Underneath each mortar bed five riders in the hold go from one end to the other below the deck beams of the lower deck. Between decks two longitudinal walls, made of beams joined by dovetails, support the upper deck. The finished part is completely filled with beams and stanchions forming two cupboards in the hold, and the whole structure is reinforced with a large number of composite and metal knees. This part is also detailed with the mortar on its bed on a pivot. Parts of the deck must be removed for the pivot to turn. The gun is 6.8 centimetres long and has a 15 millimetre calibre. The unfinished part only shows the cover for the gun. Between both parts there is a hatch with gratings. The model has four gun ports in either side.

Although Obreen mentions only one model,1J.M. Obreen, Catalogus der verzameling modellen van het Departement van Marine, The Hague 1858, no. 120. two were found (NG-MC-120-2) and their designs differ slightly. The bomb sloops Hekla (1819-21, decommissioned 1830), Proserpina (1818-21, decommissioned 1835) and Medusa (1827, decommissioned 1835)2A.J. Vermeulen, De schepen van de Koninklijke Marine en die der gouvernementsmarine 1814-1962, The Hague 1962, pp. 17-18, 20. all had such a reinforcement for their mortar bed. These three ships were all built by Pieter Glavimans Jansz (1768-1850) in Rotterdam and were 36.23 metres long. The model was not ordered before 1842.

Scale (according to Obreen)3J.M. Obreen, Catalogus der verzameling modellen van het Departement van Marine, The Hague 1858, no. 120. 1:20.


Literature

J.N. Calten, Leiddraad bij het onderrigt in de zee-artillerie, Delft 1832, pp. 42 ff., p. 84, pl. II, fig. 5, pl. VI, fig. 3; J.N. Calten, Leiddraad bij het onderrigt in de zee-artillerie. Met platen, Medemblik 1842 (2nd ed.), pp. 105 ff., pp. 190 ff., pl. II, fig. 5, pl. III, fig. 17; J.M. Obreen, Catalogus der verzameling modellen van het Departement van Marine, The Hague 1858, no. 120; A.J. Vermeulen, De schepen van de Koninklijke Marine en die der gouvernementsmarine 1814-1962, The Hague 1962, pp. 17-18, 20


Citation

J. van der Vliet, 2016, 'Rijkswerf Rotterdam, Model of the Mortar Bed of a Bomb Sloop, Rotterdam, c. 1842 - c. 1847', in J. van der Vliet and A. Lemmers (eds.), Navy Models in the Rijksmuseum, online coll. cat. Amsterdam: https://data.rijksmuseum.nl/20053460

(accessed 5 April 2026 18:25:19).

Footnotes

  • 1J.M. Obreen, Catalogus der verzameling modellen van het Departement van Marine, The Hague 1858, no. 120.
  • 2A.J. Vermeulen, De schepen van de Koninklijke Marine en die der gouvernementsmarine 1814-1962, The Hague 1962, pp. 17-18, 20.
  • 3J.M. Obreen, Catalogus der verzameling modellen van het Departement van Marine, The Hague 1858, no. 120.