Model van een dubbele hydraulische blaasbalg

Rijkswerf Rotterdam, 1818

Model van een dubbele hydraulische blaasbalg op grondplank. Het bestaat uit twee vaten en een aandrijfmechanisme, dat incompleet is. Ieder vat heeft binnenin een cylinder die boven- en onderkant met elkaar verbindt; de ruimte binnenin is hierdoor een eindeloze cirkel, die echter eindig gemaakt wordt door een in de langsrichting geplaatst schot tussen buiten- en binnenwand. Aan de ene kant zijn aan weerszijden van dit schot een ingaand ventiel met zeemleren klep aangebracht, aan de andere zijde uitgaande ventielen waarop een ventilatiepijp is aangesloten. De vaten zijn horizontaal opgehangen in twee vorken en worden door middel van het aandrijfmechanisme een kwart cirkel heen en weer gedraaid om hun as; zij hebben hiervoor ieder een kwadrant en een systeem van rollers en pallen, waarvoor touw of ketting geleid moet worden. Van het aandrijfmechanisme zijn alleen de frames en een stel raderwielen over. Als de vaten voor de helft gevuld worden met water, wordt de ruimte die voor lucht overblijft in twee compartimenten worden gedeeld: door het vat heen en weer te draaien worden die afwisselend groter en kleiner, omdat het wateroppervlak horizontaal blijft. Zo wordt de luchtstroom tot stand gebracht. De ventilatiepijpen zijn gebogen zodat hun uiteinden gelijk lopen aan de draaiings-assen der vaten en ieder aansluiten op een vaste pijp; de twee vaste pijpen komen samen daar waar zij door een achterwand geleid worden.

  • Soort kunstwerkdemonstratiemodel
  • ObjectnummerNG-MC-56
  • Afmetingenhoogte 17,5 cm x breedte 41,4 cm x diepte 30,5 cm
  • Fysieke kenmerkenhout, messing en zeemleer

Identificatie

  • Titel(s)

    Model van een dubbele hydraulische blaasbalg

  • Objecttype

  • Objectnummer

    NG-MC-56

  • Beschrijving

    Model van een dubbele hydraulische blaasbalg op grondplank. Het bestaat uit twee vaten en een aandrijfmechanisme, dat incompleet is. Ieder vat heeft binnenin een cylinder die boven- en onderkant met elkaar verbindt; de ruimte binnenin is hierdoor een eindeloze cirkel, die echter eindig gemaakt wordt door een in de langsrichting geplaatst schot tussen buiten- en binnenwand. Aan de ene kant zijn aan weerszijden van dit schot een ingaand ventiel met zeemleren klep aangebracht, aan de andere zijde uitgaande ventielen waarop een ventilatiepijp is aangesloten. De vaten zijn horizontaal opgehangen in twee vorken en worden door middel van het aandrijfmechanisme een kwart cirkel heen en weer gedraaid om hun as; zij hebben hiervoor ieder een kwadrant en een systeem van rollers en pallen, waarvoor touw of ketting geleid moet worden. Van het aandrijfmechanisme zijn alleen de frames en een stel raderwielen over. Als de vaten voor de helft gevuld worden met water, wordt de ruimte die voor lucht overblijft in twee compartimenten worden gedeeld: door het vat heen en weer te draaien worden die afwisselend groter en kleiner, omdat het wateroppervlak horizontaal blijft. Zo wordt de luchtstroom tot stand gebracht. De ventilatiepijpen zijn gebogen zodat hun uiteinden gelijk lopen aan de draaiings-assen der vaten en ieder aansluiten op een vaste pijp; de twee vaste pijpen komen samen daar waar zij door een achterwand geleid worden.

  • Opschriften / Merken

    opschrift, op het voetstuk: ‘ROTTERDAM: 1818’

  • Onderdeel van catalogus


Vervaardiging

  • Vervaardiging

    modelmaker: Rijkswerf Rotterdam, Rotterdam

  • Datering

    1818

  • Zoek verder op


Materiaal en techniek

  • Fysieke kenmerken

    hout, messing en zeemleer

  • Afmetingen

    hoogte 17,5 cm x breedte 41,4 cm x diepte 30,5 cm


Toelichting

  • Volgens Obreen werd dit soort blaasbalgen sinds 1821 op de werven in Engeland gebruikt. Bij de overweging voor de algemene invoer van dit type blaasbalgen in Nederland in 1822, werd erop gewezen dat zij reeds geruime tijd in Rotterdam werden gebruikt (het model dateert zelfs van 1818). Zij schijnen al in de Bataafse Tijd in België ingevoerd te zijn.


Dit werk gaat over

  • Onderwerp


Verwerving en rechten

  • Copyright

  • Herkomst

    ...; transferred from the Ministerie van Marine (Department of the Navy), The Hague, to the museum, 1883


Documentatie

  • Mokyr 1976


Gerelateerde objecten

  • Gerelateerd


Duurzaam webadres


Rijkswerf Rotterdam

Model of a Double Pair of Hydraulic Forge Bellows

Rotterdam, 1818

Inscriptions

  • inscription, on the base:ROTTERDAM: 1818

Provenance

...; transferred from the Ministerie van Marine (Department of the Navy), The Hague, to the museum, 1883

Object number: NG-MC-56


Entry

Demonstration model of a pair of double cylindrical forge bellows, mounted on a base. The model consists of two barrels and a driving mechanism, which is incomplete. The barrels are each suspended horizontally on an axis supported by two crutches. The inside of the barrels is made into an endless circular space with a cylinder tube going from one end to the other; this endless circular space is made finite by a partition placed longitudinally between the outer wall and the inner cylinder, above. At one end inlet valves with a chamois leather flap are placed to either side of this partition, at the other end similar outlet valves lead to a ventilation pipe. With the driving mechanism the barrels can be rocked a quarter circle back and forth; both barrels have a quadrant with a system of rollers and ratchets, which must have guided a rope or chain. Of the driving mechanism only the frames and a set of cogwheels remains. By half-filling the barrels with water, the space remaining for air will be divided into two compartments; by rocking the barrels back and forth these compartments will alternately become smaller and bigger, while the water level remains horizontal. This way airflow is achieved. The ventilation pipe is bent so that its end coincides with the axis of rotation and can be connected to a fixed pipe; the pipes of the two barrels are joined where they go through a wall.

According to Obreen, forge bellows of this type were used in British shipyards from 1821.1J.M. Obreen, Catalogus der verzameling modellen van het Departement van Marine, The Hague 1858, no. 56. In a report considering the introduction of these bellows in the Netherlands in 1822,2HNA 2.12.01 Min. Marine, Exh. 22/5/1822 N7. it was stated that they were already in use in Rotterdam – and indeed, this model dates from 1818.


Literature

J.M. Obreen, Catalogus der verzameling modellen van het Departement van Marine, The Hague 1858, no. 56; G. Doorman, Het Nederlandsch octrooiwezen en de techniek der 19de eeuw, The Hague 1947, p. 209, no. 818


Citation

J. van der Vliet, 2016, 'Rijkswerf Rotterdam, Model of a Double Pair of Hydraulic Forge Bellows, Rotterdam, 1818', in J. van der Vliet and A. Lemmers (eds.), Navy Models in the Rijksmuseum, online coll. cat. Amsterdam: https://data.rijksmuseum.nl/20053210

(accessed 7 augustus 2026 23:11:24 UTC+0).

Footnotes

  • 1J.M. Obreen, Catalogus der verzameling modellen van het Departement van Marine, The Hague 1858, no. 56.
  • 2HNA 2.12.01 Min. Marine, Exh. 22/5/1822 N7.