Aan de slag met de collectie:
Huisaltaar met het Laatste Avondmaal
anoniem, ca. 1550
Mechelen was in de 16de eeuw het centrum van de albastnijverheid in de Nederlanden. Het zachte albast leende zich goed voor het ‘snijden’ van gedetailleerde reliëfs. Die werden vaak gemonteerd tot huisaltaren met rijk versierde houten lijsten in renaissancestijl. Dit exemplaar is afkomstig uit de commanderij van Sint-Jan in Harderwijk.
- Soort kunstwerkhuisaltaar
- ObjectnummerBK-BR-515
- Afmetingenhoogte 121,5 cm x breedte 81 cm x diepte 19,5 cm
- Fysieke kenmerkenalbast met sporen van vergulding en polychromie (reliefs); eikenhout met gesso, vergulding, polychromie en albasten zuiltjes (lijst)
Stories
Identificatie
Titel(s)
- Huisaltaar met het Laatste Avondmaal, vermoedelijk afkomstig van de Commanderij van Sint Jan te Harderwijk
- Huisaltaar met het Laatste Avondmaal
Objecttype
Objectnummer
BK-BR-515
Beschrijving
Het altaar is opgebouwd uit een postament, een vierhoekig middenstuk en een hoofdgestel met bekroning. Op het in de hoeken verkropte postament rusten twee albasten zuilen met composietkapitelen, die met de daarachter gelegen pilasters een eveneens verkropt hoofdgestel dragen. Zij sluiten een reliëf met het Laatste Avondmaal in, aan de zijden en bovenaan gevat in een smalle eierlijst. Het avondmaal vindt plaats in een interieur, waarvan de achterwand wordt gevormd uit rondbogen, rustend op gecanneleerde pilasters. Hiertegen staat de troon, waarop Christus is gezeten met Johannes voor zich. Zij zitten te midden van de apostelen aan een gedekte tafel, waarop vierkante 'tinnen' plakjes, een schaal met lam, een kelk en brood staan. Op de banken voor de tafel zitten drie apostelen, onder wie Judas, herkenbaar aan de geldbuidel, aan wie Christus het brood uitreikt. Op de voorgrond rechts een kruik en links een lampetkan. In de bekroning een van boven afgerond reliëf, waarop Maria, zittend op wolken, met rechts voor haar gestrekte arm het Kind op een wolk en links Johannes met het lam. Maria houdt in elke hand een vrucht. Het postament heeft een reliëf met de voorafbeelding van de Eucharistie: links staat de koning-priester Melchisedek met brood en wijn tegenover de op hem toesnellende Abraham in pseudo- Romeins kostuum. Deze deelt Melchisedek zijn overwinning mede op Kedor-Laomer en de Koningen. Achter Abraham houdt een man een steigerend paard bij de teugel, rechts van hem zijn enige ruiters in onderlinge strijd gewikkeld; op de bodem een verslagen krijger en een lopende hond. Op beide verkroppingen links en rechts reliëfs met respectievelijk een mannelijk en een vrouwelijk naakt, vruchtenguirlandes ophoudend. Links en rechts van de verkroppingen respectievelijk een man in Romeins kostuum en een naakt met helm, beiden in rolwerk; op de zijkanten van de verkroppingen cartouches. De architraaf vertoont een smal decoratief reliëf: in het midden een mascaron in sleufband, waaruit aan weerszijden acanthusranken met bloemen ontspringen, waarop een schuin liggende faun en faunswijfje; op de verkroppingen rolwerk met maskers en festoenen. De lijst om het reliëf in de bekroning is door middel van rolwerk verbonden met een zich daarachter bevindende schutting; aan weerszijden daarvan een afgewende chimère en bovenop twee staande putti, die ieder in beide handen een lint houden, waaraan vruchten hangen. Tussen beide putti een mascaron in rolwerk, bekroond door een soort vaas met vruchten. De opengewerkte wangen worden elk gevormd uit een chimère, door rolwerk verbonden met een zich daarboven bevindende satyr, die een lint met vruchten vasthoudt. Plint en architraaf zijn versierd met rozetten.
Onderdeel van catalogus
Vervaardiging
Vervaardiging
- beeldhouwer: anoniem, Mechelen (stad)
- beeldhouwer: anoniem, Antwerpen (stad)
Datering
ca. 1550
Zoek verder op
Materiaal en techniek
Fysieke kenmerken
albast met sporen van vergulding en polychromie (reliefs); eikenhout met gesso, vergulding, polychromie en albasten zuiltjes (lijst)
Afmetingen
hoogte 121,5 cm x breedte 81 cm x diepte 19,5 cm
Dit werk gaat over
Onderwerp
Plaats
Tentoonstellingen
Verwerving en rechten
Credit line
Bruikleen van mevrouw H.M. de Meester, Den Haag en de heer T.H. de Meester, Brussel
Copyright
Herkomst
? Commissioned by or for (a member of) the Commandery Sint-Jansdal (also called ’s Heeren Loo) near Harderwijk, c. 1550; buried in the ground of this Commandery, ?1566; excavated on-site by the property’s owner, the mayor of Harderwijk, (?N.W.) de Meester, ’s Heeren Loo, early 18th century;{G.A. de Meester, ‘Het St. Jansdal of ’s Heeren Loo’, _Bijdragen voor Vaderlandsche Geschiedenis en Oudheidkunde_ 6 (1848), pp. 93-106, esp. 105; J. Kruisinga, ‘’s Heeren Loo’, _Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift_, 1893, pp. 424-33, esp. p. 426; H.J.H. Groneman, ‘Een Oudheid uit het Klooster Sint Jans Dal of ’s Heeren Loo, bij Harderwijk’, _Gelre, Bijdragen en Mededeelingen_ 4 (1901), pp. 69-72, esp. p. 70.} by descent to G.A. de Meester, ’s Heeren Loo;{H.J.H. Groneman, ‘Een Oudheid uit het Klooster Sint Jans Dal of ’s Heeren Loo, bij Harderwijk’, _Gelre, Bijdragen en Mededeelingen_ 4 (1901), pp. 69-72, esp. p. 70.} by descent to Mrs A.M. de Meester, Arnhem;{H.J.H. Groneman, ‘Een Oudheid uit het Klooster Sint Jans Dal of ’s Heeren Loo, bij Harderwijk’, _Gelre, Bijdragen en Mededeelingen_ 4 (1901), pp. 69-72, esp. p. 70.} by descent to T.H. de Meester (1884-1967), The Hague; from whom on loan to the museum, 1953-67; by descent to T.H. de Meester (d. 1994), 1967; from whom on loan to the museum, 1967-94; by descent to Mrs H.M. de Meester, The Hague and Mr T.H. de Meester, Brussels, 1994; from whom, on loan to the museum, since 1994
Documentatie
- H.J.H. Groneman, 'Een oudheid uit het klooster Sint Jans Dal of 's Heeren Loo, bij Harderwijk', Vereeniging tot beoefening van Gelderse geschiedenis, oudheidkunde en recht : Bijdragen en mededelingen Arnhem (1901), dl. 4, p. 69-72.
- Documentatiemap: artikel Meester 1848; artikel Kruisinga 1894; artikel Groneman 1901; jaarverslag 1953; artikel tentoonstelling 1967; artikel tentoonstelling 1977; artikel tentoonstelling 1986; artikel Jansen 1964; foto's.
- Jansen, 'Mechelse albasten', Handelingen van de Koninklijke kring voor oudheidkunde, letteren en kunst van Mechelen... 68 (1964), p. 131.
- Inzoomer object op zaal, 2013 (Nederlands/English).
- J. Kruisinga, ''s Heeren Loo', Elsevier (1894) nr. 7, p. 424-433 [www.elseviermaandschrift.nl].
- G.A. de Meester, 'Het St. Jans dal of 's Heeren Loo', Bijdragen voor vaderlandsche geschiedenis en oudheidkunde (1848), dl. 6, p. 93-106.
- Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, Verslagen 's Rijks verzamelingen van Geschiedenis en Kunst 1953, Den Haag 1954, p. 26.
Duurzaam webadres
Als u naar dit object wilt verwijzen, gebruik dan de duurzame URL:
Vragen?
Ziet u een fout? Of heeft u extra informatie over dit object? Laat het ons weten!
anonymous
House Altar with the Last Supper, Abraham and Melchizedek, and the Virgin and Child with St John the Baptist
Mechelen, Antwerp, c. 1550
Technical notes
The oak, partly pierced frame is composed of various parts, decorated with a mould-pressed gesso pattern and subsequently polychromed. Mounted in the frame are two alabaster columns, four alabaster reliefs, two alabaster mascarons, and four alabaster figures: all partly polychromed and gilded. The frieze-like alabaster relief of the predella comprises three rectangular sections.
Scientific examination and reports
- condition report: I. Garachon, RMA, 2005
Condition
A horizontal crack traverses the frame’s tympanum-like top segment, as well as the arched alabaster relief contained within. The same relief also has various old cracks and breakages that have been glued and filled. The main relief in the centre has also sustained various old cracks repaired with glue. Hairline cracks can be discerned in the upper area of this relief. The heads of several apostles have broken off, as well as one of the hands, and reattached with glue. The same as occurred with the two vases at the bottom of the relief. A section of the handle on the vase on the right is missing. The male nude on the protruding pedestal supporting the left-hand column of the frame is missing his right arm and a section of his right leg; the female nude on the opposite pedestal is missing her head, both arms and a section of the garland. The wooden frame’s polychromy is probably of a later date.
Provenance
? Commissioned by or for (a member of) the Commandery Sint-Jansdal (also called ’s Heeren Loo) near Harderwijk, c. 1550; buried in the ground of this Commandery, ?1566; excavated on-site by the property’s owner, the mayor of Harderwijk, (?N.W.) de Meester, ’s Heeren Loo, early 18th century;1G.A. de Meester, ‘Het St. Jansdal of ’s Heeren Loo’, Bijdragen voor Vaderlandsche Geschiedenis en Oudheidkunde 6 (1848), pp. 93-106, esp. 105; J. Kruisinga, ‘’s Heeren Loo’, Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift, 1893, pp. 424-33, esp. p. 426; H.J.H. Groneman, ‘Een Oudheid uit het Klooster Sint Jans Dal of ’s Heeren Loo, bij Harderwijk’, Gelre, Bijdragen en Mededeelingen 4 (1901), pp. 69-72, esp. p. 70. by descent to G.A. de Meester, ’s Heeren Loo;2H.J.H. Groneman, ‘Een Oudheid uit het Klooster Sint Jans Dal of ’s Heeren Loo, bij Harderwijk’, Gelre, Bijdragen en Mededeelingen 4 (1901), pp. 69-72, esp. p. 70. by descent to Mrs A.M. de Meester, Arnhem;3H.J.H. Groneman, ‘Een Oudheid uit het Klooster Sint Jans Dal of ’s Heeren Loo, bij Harderwijk’, Gelre, Bijdragen en Mededeelingen 4 (1901), pp. 69-72, esp. p. 70. by descent to T.H. de Meester (1884-1967), The Hague; from whom on loan to the museum, 1953-67; by descent to T.H. de Meester (d. 1994), 1967; from whom on loan to the museum, 1967-94; by descent to Mrs H.M. de Meester, The Hague and Mr T.H. de Meester, Brussels, 1994; from whom, on loan to the museum, since 1994
Object number: BK-BR-515
Credit line: On loan from H.M. de Meester, The Hague and T.H. de Meester, Brussels
Entry
During the sixteenth century, one observes a gradual decline in the preference for large wood-carved retables, a development that more or less coincides with the emergence of small house altars featuring relief-carved scenes in alabaster.4A. Lipinska, ‘Between Contestation and Re-Invention: The Netherlandish Altarpiece in Turbulent Times (c. 1530-1600),’ in E.M. Kavaler, F. Scholten and J. Woodall (eds.), Netherlandish Sculpture of the 16th Century (Netherlands Yearbook for History of Art/Nederlands Kunsthistorisch Jaarboek 67), Leiden/Boston 2017, pp. 78-117. The predilection for this relatively costly material was a trend sparked in part by Margaret of Austria’s court in Mechelen. The city’s alabaster-carving industry originated with the arrival of a small group of artists, as well from abroad, employed by the governess of the Netherlands at the onset of the sixteenth century. These artists worked primarily in the new antyckse renaissance style imported from Italy. Most important among them where the sculptors Conrat Meit (1485-1550/51) from Worms and Jean Mone (c. 1485-?1554) from Metz, whose presence in the city stimulated local sculptors to shift their efforts in the direction of the new formal idiom and simultaneously the material alabaster. Lipinska maintains that for those artists originally trained in wood, the move to the new, relatively soft stone type alabaster was minor.5A. Lipinska, ‘“Ein tafell von Alabaster zu Antorff bestellen”: Southern Netherlandish Alabaster Sculpture in Central Europe’, Simiolus 32 (2006), pp. 231-58, esp. p. 238.
This so-called cleynstekerswerk centred on small carved tablets featuring mythological and biblical scenes in a virtually unlimited number of variations produced serially well into the first half of the seventeenth century. With dimensions of approximately 10 x 12 centimetres, these small alabaster reliefs were mounted in decorative frames edged with pressed papier-mâché. To enliven the scenes and the frames, polychromers added highlights in gold. Even today, many of these objects still bear the monograms and house marks left by their makers, conveying the competition among artists but also serving as a kind of quality guaranty.
In addition to this relatively standard serial work, the cleynstekers also produced house altars comprising multiple reliefs, both large and small, mounted and presented as a whole in ornately carved wooden frames. Two such altars – both with the Last Supper as the principal scene – are held in the Rijksmuseum collection (for the other altar, see BK-NM-2918). The present altarpiece is of the greatest import and arguably one of the finest examples of Mechelen alabaster carving.6H. Groneman, ‘Een oudheid uit het klooster Sint Jans Dal of ’s-Heeren Loo, bij Harderwijk’, Gelre, Bijdragen en Mededeelingen 4 (1901), pp. 69-72, esp. p. 70. All indications are that the altar was originally in the possession of the former Johanniter Commandery Sint-Jansdal near Harderwijk: in the early eighteenth century, it was excavated precisely on this site, crated in a box with a gilded (Johanniter?) crucifix and preserved in exceptionally good condition. In the year 1566 – only approximately fifteen years after its completion – it was perhaps hidden to prevent potential destruction by Protestant iconoclasts. Many of the crates used to transport these pieces were later reused and painted as permanent shrines for the altarpiece. The same perhaps occurred with the present piece.7Cf. A. Lipinska, Wewnetrzne swiatlo: Poludniowoniderlandzka rzezba alabastrowa w Europie Srodkowo-Wschodniej, Wroclaw 2007, figs. 106-08, 110-14.
While house altars were supplied from pre-existing inventory, one iconographic detail on the present altarpiece – specifically, the Virgin depicted together with St John the Baptist, the patron saint of the Johanniter Orde in the top alabaster relief – betrays the fact that it could only have resulted from a special commission. Equally telling is the high-quality of all the carvings, thus ruling out any possibility of serial production. The second relief, occupying the centre, depicts Christ’s final meal taken together with his disciples, a scene very frequently encountered on Mechelen altarpieces. With its implicit reference to the Eucharist, the Last Supper was a theme particularly well suited for a retable. The third alabaster relief in the bottom register contains a frieze-like scene related to an Old Testament typology of the Eucharist: Melchizedek’s meeting of Abraham, with bread and wine. Above all the all’antica manner of this section, showing horsemen attired in classical raiment, recalls Roman sculpture and would certainly have appealed to the altar’s style-conscious patrons.
The same is no less true of the frame, with its classical orders and a fanciful combination of decorative banding and scrolling, garlands, griffins, mascarons and putti adorning the sides. As with all of these Mechelen altarpieces, the frame is conceived as a portal or doorway in the classical style, with a pedestal and two freestanding half-columns on pilasters that support the entablature. The entablature in turn consists of a frieze on which rests the aforementioned crownpiece framing the smaller, arched relief, likewise flanked by griffins, decorative banding and scrolling. All of these classical and grotesque motifs are derived from the repertoire of the Antwerp artist Cornelis Floris (1514-1575), whose model prints were widely esteemed and disseminated.
The production of such house altars was laid out according to a certain distribution of tasks: the cleynstekers carved the alabaster reliefs, with others responsible for the wood-carved decoration on the frames and the papier-mâché or gesso-pressed ornamentation and a third group for the gilding of the frame and specific details on the relief. Characteristic of artistic production in the Southern Netherlands at this time, this breaking down of the working process facilitated production on a serial basis, without sacrificing the artwork’s costly and unique allure.
Frits Scholten, 2024
Literature
J. Leeuwenberg with the assistance of W. Halsema-Kubes, Beeldhouwkunst in het Rijksmuseum, coll. cat. Amsterdam 1973, no. 176, with earlier literature; M.K. Wustrack, Die Mechelner Alabaster-Manufaktur des 16. und frühen 17. Jahrhunderts, Frankfurt am Main/Bern 1982, no. 230; Scholten in H. van Os et al., Netherlandish art in the Rijksmuseum 1400-1600, coll. cat. Amsterdam 2000, no. 67; A. Lipińska, Moving Sculptures: Southern Netherlandish Alabasters from the 16th to 17th Centuries in Central and Northern Europe (Studies in Netherlandish Art and Cultural History 11), Leiden/Boston 2015, p. 110, fig. 82; F. Scholten (ed.), 1100-1600, coll. cat. Amsterdam (Rijksmuseum) 2015, no. 90
Citation
F. Scholten, 2024, 'anonymous, House Altar with the Last Supper, Abraham and Melchizedek, and the Virgin and Child with St John the Baptist, Mechelen, c. 1550', in F. Scholten and B. van der Mark (eds.), European Sculpture in the Rijksmuseum, online coll. cat. Amsterdam: https://data.rijksmuseum.nl/200115876
(accessed 30 November 2025 01:17:27).Footnotes
- 1G.A. de Meester, ‘Het St. Jansdal of ’s Heeren Loo’, Bijdragen voor Vaderlandsche Geschiedenis en Oudheidkunde 6 (1848), pp. 93-106, esp. 105; J. Kruisinga, ‘’s Heeren Loo’, Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift, 1893, pp. 424-33, esp. p. 426; H.J.H. Groneman, ‘Een Oudheid uit het Klooster Sint Jans Dal of ’s Heeren Loo, bij Harderwijk’, Gelre, Bijdragen en Mededeelingen 4 (1901), pp. 69-72, esp. p. 70.
- 2H.J.H. Groneman, ‘Een Oudheid uit het Klooster Sint Jans Dal of ’s Heeren Loo, bij Harderwijk’, Gelre, Bijdragen en Mededeelingen 4 (1901), pp. 69-72, esp. p. 70.
- 3H.J.H. Groneman, ‘Een Oudheid uit het Klooster Sint Jans Dal of ’s Heeren Loo, bij Harderwijk’, Gelre, Bijdragen en Mededeelingen 4 (1901), pp. 69-72, esp. p. 70.
- 4A. Lipinska, ‘Between Contestation and Re-Invention: The Netherlandish Altarpiece in Turbulent Times (c. 1530-1600),’ in E.M. Kavaler, F. Scholten and J. Woodall (eds.), Netherlandish Sculpture of the 16th Century (Netherlands Yearbook for History of Art/Nederlands Kunsthistorisch Jaarboek 67), Leiden/Boston 2017, pp. 78-117.
- 5A. Lipinska, ‘“Ein tafell von Alabaster zu Antorff bestellen”: Southern Netherlandish Alabaster Sculpture in Central Europe’, Simiolus 32 (2006), pp. 231-58, esp. p. 238.
- 6H. Groneman, ‘Een oudheid uit het klooster Sint Jans Dal of ’s-Heeren Loo, bij Harderwijk’, Gelre, Bijdragen en Mededeelingen 4 (1901), pp. 69-72, esp. p. 70.
- 7Cf. A. Lipinska, Wewnetrzne swiatlo: Poludniowoniderlandzka rzezba alabastrowa w Europie Srodkowo-Wschodniej, Wroclaw 2007, figs. 106-08, 110-14.



