Japonstrook van applicatiekant met linten in strikken en een golvende sierlijst door ovale hoepels

anoniem, ca. 1860 - ca. 1870

Japonstrook van Brusselse applicatiekant: Brusselse duchesse (gemengde kant: kloskant in combinatie met naaldkant) geappliceerd op machinale tule. Het zich herhalende patroon bestaat aan de bovenzijde van de strook uit een hangende bloemtak met forse bloemen (een tros seringen, een roos en een takje met twee windebloemen) met bovenlangs slingerende linten (naaldkant) met daarin een strik aan weerszijden van de hangende bloemtak. Het patroon aan de onderzijde bestaat uit een golvende sierlijst die zich door elkaar overlappende ovale medaillons of 'hoepels' beweegt. De hoepels zorgen voor een halfcirkelvormige schulpenrand. Rond elke golftop een onderbreking in de opeenvolging van hoepels waar een bloemstukje met onder andere een tulp, een margriet, een roos en vergeet-mij-nietjes staat. Onder elke golftop is een bredere halfcirkelvormige schulp gerealiseerd met een gebogen sierlijst met daarin een gebroken meander (naaldkant) en daaronder acht hangende kelkbloempjes, tulpjes (kloskant in combinatie met naaldkantsiersteken en een naaldkantgrond met moesjes). De gekloste motieven zijn gemaakt in netslag en linnenslag met opengewerkt randjes en contourdraden, waaronder dikke draadbundeltjes om nerven en dergelijke te accentuueren.

  • Soort kunstwerkstrook
  • ObjectnummerBK-1975-109
  • Afmetingenlengte 240 cm x breedte 36 cm x rapportlengte 33 cm
  • Fysieke kenmerkenkloskant in combinatie met naaldkant geappliceerd op machinale tule

Identificatie

  • Titel(s)

    Japonstrook van applicatiekant met linten in strikken en een golvende sierlijst door ovale hoepels

  • Objecttype

  • Objectnummer

    BK-1975-109

  • Beschrijving

    Japonstrook van Brusselse applicatiekant: Brusselse duchesse (gemengde kant: kloskant in combinatie met naaldkant) geappliceerd op machinale tule. Het zich herhalende patroon bestaat aan de bovenzijde van de strook uit een hangende bloemtak met forse bloemen (een tros seringen, een roos en een takje met twee windebloemen) met bovenlangs slingerende linten (naaldkant) met daarin een strik aan weerszijden van de hangende bloemtak. Het patroon aan de onderzijde bestaat uit een golvende sierlijst die zich door elkaar overlappende ovale medaillons of 'hoepels' beweegt. De hoepels zorgen voor een halfcirkelvormige schulpenrand. Rond elke golftop een onderbreking in de opeenvolging van hoepels waar een bloemstukje met onder andere een tulp, een margriet, een roos en vergeet-mij-nietjes staat. Onder elke golftop is een bredere halfcirkelvormige schulp gerealiseerd met een gebogen sierlijst met daarin een gebroken meander (naaldkant) en daaronder acht hangende kelkbloempjes, tulpjes (kloskant in combinatie met naaldkantsiersteken en een naaldkantgrond met moesjes). De gekloste motieven zijn gemaakt in netslag en linnenslag met opengewerkt randjes en contourdraden, waaronder dikke draadbundeltjes om nerven en dergelijke te accentuueren.


Vervaardiging

  • Vervaardiging

    kantwerkster: anoniem, Brussel (stad)

  • Datering

    ca. 1860 - ca. 1870

  • Zoek verder op


Materiaal en techniek

  • Fysieke kenmerken

    kloskant in combinatie met naaldkant geappliceerd op machinale tule

  • Afmetingen

    lengte 240 cm x breedte 36 cm x rapportlengte 33 cm


Toelichting

  • In de collectie van de Musées Royaux d'Art et d'Histoire te Brussel (inv.nr. D3583, zie Trois Siècles de Dentelles, afb. 336) is een kant met dezelfde tekening. Het museum bezit eveneens een sjaal van Brusselse applicatiekant, mwaarp een lusmotief voorkomt van min of meer hetzelfde patroon als de hoepels (inv.nr. 3396, Dentelles Belges 19e-20e Siècles, pl. V.). (bron: Jong en Wardle (1985) in: Kant in Mode, mode in Kant, cat.nr. 42 blz. 92)


Verwerving en rechten


Documentatie


Duurzaam webadres