Links op een vooruitstekend grondje en voor een iets naar rechts overhellende boom buigt de engel zich over naar de van rechts komende jongeling, die door uit een hol te voorschijn komend monster wordt bedreigd. De engesl staat met de rechter voet naar voren en wijst met de wijsvinger omhoog, terwijl hij zijn linker arm beschermend om de bedeesde jongeling heen slaat. Deze ziet naar hem op, houdt de rechter hand gebarend tegen de borst en de linker arm iets van het lichaam af. De engel draagt een om de schouders loshangend hemd, dat om het middel is opgeschort, en aan de voeten klassieke sandalen : de jongeling een hemd, dat om het middel door een band wordt samengehouden. Van het monster met opengesperde muil zijn slechts kop en voorklauwen zichtbaar. Op een heuvel in het verschiet een stad.