Molens zijn eeuwenlang de motor van de Nederlandse industrie. Ze worden ingezet voor het afwateren, malen van koren, raspen van verfhout, persen van olie en zagen van hout.

De eerste zaagmolens ontstaan aan het eind van de 16de eeuw. Rond 1700 telt de Zaanstreek al meer dan 600 industriële molens. Molenmaker en waterbouwkundige Jan Adriaensz Leeghwater ontwikkelt afwateringstechnieken waarmee molens grote stukken water kunnen leegpompen. Zo spelen molens een essentiële rol bij het droogmalen en op peil houden van polders als de Beemster, de Schermer en de Purmer. Ook de veelzijdige ingenieur Simon Stevin heeft waterbouwkundige en hydraulische uitvindingen op zijn naam staan. Het Rijksmuseum bezit verschillende prenten van de spectaculaire zeilwagen waarmee Stevin in 1602 veel bekijks trekt op het strand van Scheveningen.