In de 18de eeuw ontwikkelen glasgraveurs in Dordrecht en Den Haag de belangrijkste bijdrage van Nederland aan de eeuwenoude traditie van glasgraveren: de stippelgravure.

Deze techniek wordt verder nergens anders gebruikt. Toonaangevend in de ontwikkeling en toepassing van de stippelgravure zijn Frans Greenwood, Aert Schouman en David Wolff. De gravures zijn opgebouwd uit kleine puntjes aangebracht met een stift met diamanten punt. Door te spelen met de afstand tussen deze puntjes maakt de graveur tussentinten, waardoor hele realistische voorstellingen en in het bijzonder realistische portretten mogelijk zijn. Maar de gravure komt pas echt tot leven wanneer het licht vanaf de zijkant op het glas valt of als het glas gevuld wordt met wijn! Het Rijksmuseum bezit de belangrijkste collectie 18de-eeuwse glazen met stippelgravures ter wereld.