In de middeleeuwen worden planten gewaardeerd om hun huishoudelijk gebruik en geneeskrachtige werking, en bestudeerd aan de hand van klassieke teksten.

Met de Europese reizen komen in de 17de en 18de eeuw steeds meer exotische planten naar Europa, die in botanische tuinen gecultiveerd en bestudeerd worden. De uitvinding van de boekdrukkunst maakt het mogelijk om de kennis steeds beter te verspreiden, zoals in de 'kruidboeken', van Rembert Dodoens en Carolus Clusius. Nederlandse botanici brengen steeds meer soorten in kaart en nemen ook planten uit Indië, Brazilië en Suriname mee naar Europa. Zo groeit de behoefte aan betere classificatie en duidelijkere afbeeldingen. In de 18de en 19de eeuw verschijnen meer nationale en lokale flora's, gedetailleerde beschrijvingen en catalogi van plantensoorten, die samengaan met de ontwikkeling van nieuwe druk- en illustratietechnieken zoals lithografie, fotografie en natuurzelfdruk.