Ze groeit op met een liefde voor taal en laat zich graag voorlezen. Ze begint haar eigen oeuvre al jong door haar teksten te dicteren aan vriendinnen. Zo schrijft ze gedichten, artikelen, romans en toneelstukken. Politiek betrokken en maatschappijkritisch als ze is, spreekt Moens zich uit voor de emancipatie van gemarginaliseerde groepen en tegen onrecht. Moens woont lange tijd met familieleden, maar verhuist in 1821 alleen naar Utrecht. Haar assistent Antonia Elisabeth Camphuis trekt bij haar in. De twee hebben een bijzondere band, mogelijk ook een liefdesrelatie. Uiteindelijk worden ze in hetzelfde graf begraven.
Aan de slag met de collectie:













