Nederland voerde tal van oorlogen in gebieden waar het koloniale aanspraak op maakte. Alleen met geweld van het leger en de marine lukte het Nederland zich als handels- en bestuursmacht te vestigen in Azië.

Sommige van deze oorlogen, zoals de Java-oorlog (1825-1830) en de oorlog in Atjeh (1873-1914), duurden lang. Vaker ging het om kortere militaire expedities, gewelddadige invasies en bezettingen door het koloniale leger. Door deze oorlogen raakten lokale bestuursstructuren ontwricht. Aan de Indonesische kant vielen honderdduizenden slachtoffers. In deze koloniale oorlogen verwoestte het Nederlandse leger belangrijke lokale gebouwen. Er werd op grote schaal geplunderd, geroofd en buitgemaakt. Deze koloniale oorlogsbuit belandde vaak in Nederland als trofee of aandenken aan de strijd. Het Nederlandse oorlogsgeweld ging door tot in de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd (1945-1949), toen Nederland weigerde onafhankelijk Indonesië te accepteren.