In 1869 wordt een Afrikaanse man vanuit het voormalige slavenfort Elmina in het huidige Ghana gerekruteerd voor het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL).

Nederland heeft dringend meer militairen nodig in de kolonie Nederlands-Indië en wendt zich daarom tot de Afrikaanse koloniën voor nieuwe rekruten. Zo ook de zoon van Kwamena en Ekoerva, die we alleen nog kennen met de Hollandse naam 'Kees Pop', die hij kreeg (opgelegd) bij zijn indiensttreding. Uiteindelijk vecht hij twaalf jaar lang tijdens de Atjeh-oorlog in Nederlands-Indië. Na zijn diensttijd worden hij en andere KNIL-militairen naar Harderwijk gebracht, waar Pop gewond aankomt. In 1882 wordt hij, met medailles op de borst en de mitella nog om, geportretteerd door de kunstenaar Isaac Israels. Niet lang daarna keert hij terug naar Elmina.