Wie kijkt mij aan? Kees Pop

29 min. - Een Ghanese KNIL-militair in Atjeh en Harderwijk door Isaac Israels

Uit de serie Podcast: In het Rijksmuseum

31-03-2026 - Janine Abbring en Eveline Sint Nicolaas, conservator Geschiedenis

Wie is de gewonde Afrikaanse man die van ons wegkijkt, met een pet op zijn hoofd en onderscheidingen op zijn borst? Hoe raakte hij gewond, en kennen we zijn naam? Onderzoeker Eveline Sint Nicolaas zocht het uit. In de archieven ontdekte ze dat hij Ghanees is, in Indonesië vocht én een tijd in Harderwijk woonde. In deze podcast hoor je zijn verhaal.

Luister

Lees hieronder het volledig uitgeschreven gesprek

00:00:05 Janine Abbring: Een portret van een man, medailles op zijn revers, een rode bandana om zijn hoofd en een mitella om. Wie is deze man die geportretteerd is door Isaac Israëls? Conservator Eveline Sint Nicolaas ging op onderzoek uit en achterhaalde zijn identiteit. Een verhaal dat ons leidt naar Ghana, Indonesië en Harderwijk. Mijn naam is Janine Abbring en dit is 'In het Rijksmuseum'. De podcast van het Rijksmuseum, waarin we bijzondere verhalen vertellen over voorwerpen en hun makers. Deze podcastserie gaat over portretten. Wie zijn al die mensen die je aankijken als je door het museum loopt? Wie kijkt mij aan? In deze aflevering de zoektocht van conservator Geschiedenis Eveline Sint Nicolaas, om de naam te achterhalen van een gewonde militair.

00:00:53 Janine Abbring: Isaac Israëls maakte eind negentiende eeuw een portret van hem. Voor we beginnen: wil je weten hoe het portret dat we bespreken er uitziet? Kijk dan op je scherm of ga naar rijksmuseum.nl/podcast. Ik heb best lang naar dit schilderij zitten staren. Mag ik meteen opbiechten dat ik niet weet of deze meneer zijn ogen open of dicht heeft?

00:01:16 Eveline Sint Nicolaas: Het is leuk dat je dat zegt. Het is een heel donker portret. Je moet je best doen om hem te leren kennen en te zien.

00:01:29 Janine Abbring: Je moet je best doen om alle facetten te kunnen zien. Het is niet zo dat ik een slecht printje voor mijn neus heb. Als je het werk in het echt ziet, is het zo donker als hoe ik het nu zie.

00:01:43 Eveline Sint Nicolaas: Ja, dat klopt. Het is een donker schilderij. Het is niet zo groot. Het is net iets groter dan een A4'tje. Het heeft een hele donkere achtergrond. Daar is een man centraal op afgebeeld. Hij heeft zijn linkerarm in een mitella.

00:01:58 Janine Abbring: Ja, dat zie je heel duidelijk.

00:02:00 Eveline Sint Nicolaas: Je zou kunnen zeggen dat je oog vooral meteen naar die smoezelige, witte mitella trekt. Als je beter kijkt, zie je dat het een portret is. Dat er een man is en er medailles en allerlei dingen te zien zijn. Je moet je best doen.

00:02:19 Janine Abbring: Het is een zwarte man op een zwarte achtergrond. Wat kun je nog meer vertellen? Wat zien we nog meer?

00:02:26 Eveline Sint Nicolaas: Hij heeft een rode band om zijn hoofd gebonden.

00:02:30 Janine Abbring: Het lijkt een soort bandana.

00:02:31 Eveline Sint Nicolaas: Ja. Daarop zit een militaire pet, een sjako. Hij heeft een uniform aan. Dat is ook moeilijk te zien. Als je er beter op inzoomt, zie je één gouden knoop. Dit was een donker uniform dat heel hoog gesloten was. Er zijn twee medailles zichtbaar. Een verdwijnt een beetje onder die mitella. Het schilderij is twee keer gesigneerd. Dat is leuk. Als je inzoomt, kom je één keer de signatuur van Isaac Israëls in zwartbruine verf op de mitella tegen. Linksboven heeft hij het nog een keer gesigneerd in rode verf, met het jaartal 1882.

00:03:18 Janine Abbring: Waarom zou hij het twee keer gesigneerd hebben?

00:03:21 Eveline Sint Nicolaas: Ik heb geen idee. Het is duidelijk dat het op board is geschilderd. Het is een studie geweest. Misschien heeft hij later toch gedacht dat dit meer dan een studie was en het nog duidelijker gesigneerd. Dat is giswerk.

00:03:38 Janine Abbring: Als je uitgaat van de onderscheidingen en de pet is het een militair.

00:03:49 Eveline Sint Nicolaas: Ja, dat klopt. Toen we het schilderij verworven, wisten we niet meer dan dat het een militair is.

00:03:57 Janine Abbring: Hoelang is het in het bezit van het museum?

00:03:59 Eveline Sint Nicolaas: In 2000 hebben we het verworven. Een militair van het Koninklijk Nederlands Indisch leger, het KNIL. Verder wisten we niets, dus het was een soort puzzel die werd aangereikt. Het leek mij meteen fantastisch om uit te zoeken wie deze man is en helemaal in die militaire geschiedenis van dat KNIL duikt.

00:04:24 Janine Abbring: Jij doet nu alsof dat heel vanzelfsprekend is. Maar je gaat toch niet bij elk werk dat je binnenkrijgt lekker op zoek. Er moet iets zijn geweest dat je triggerde om dat te willen uitzoeken.

00:04:35 Eveline Sint Nicolaas: Als ik terugdenk, ben ik in mijn werk vaak bezig om te kijken of ik geen naam kan vinden bij een werk of gezicht in onze collectie. Dat brengt je zoveel dichter bij de geschiedenis. Het maakt die hele grote geschiedenis veel toegankelijker voor veel mensen. Ik denk niet dat veel mensen iets weten over het KNIL. Dat wist ik ook niet toen ik er aan begon.

00:05:02 Janine Abbring: Het voormalig Nederlands-Indië, een leger.

00:05:06 Eveline Sint Nicolaas: Voor mij is zo'n zoektocht een manier om een beetje grip te krijgen op die geschiedenis. Daarna kun je het in het museum laten zien als een voorbeeld. Het wordt voor veel bezoekers toegankelijker als je een naam hebt, dan als er staat 'militair'.

00:05:26 Janine Abbring: Een KNIL-militair. Waar begin je zo'n zoektocht?

00:05:30 Eveline Sint Nicolaas: Het was fijn om te weten dat het door Isaac Israëls is geschilderd. Een jaartal is ook altijd heel fijn, namelijk 1882.

00:05:40 Janine Abbring: Fijn dat hij het twee keer heeft gesigneerd.

00:05:42 Eveline Sint Nicolaas: Precies. Dat uniform leidde naar de bevestiging dat het om het KNIL gaat. Dat is het Koninklijk Nederlands-Indisch leger. Dat waren de militairen die actief waren in de kolonie in Nederlands-Indië, of Indonesië. De troepen daar. Die medailles waren een hele belangrijke aanwijzing. Het zijn twee medailles. Een zit een beetje onder die mitella, met een blauw lint. Dat is de Atjeh-medaille. Die werd uitgereikt bij de eerste Atjeh-actie aan de militairen die daarbij betrokken waren en het hadden overleefd. Die andere medaille is het kruis voor belangrijke krijgsverrichtingen.

00:06:28 Janine Abbring: Die oranje medaille?

00:06:30 Eveline Sint Nicolaas: Ja, die heeft een oranjegroen lint. De medaille is van brons. Die werd aan diezelfde militairen uitgereikt. Dat gaf een kader van waar ik moest zoeken.

00:06:43 Janine Abbring: Wat weten we nog meer van die uniformen in die tijd? Blijkbaar was dat een belangrijk aanknopingspunt.

00:06:49 Eveline Sint Nicolaas: Ja. Die uniformen zijn opvallend genoeg heel lang het Europese uniform geweest. Het donkere uniform dat de militairen in Europa ook droegen. Men besefte pas ver in de twintigste eeuw dat een wit uniform handig is in de tropen.

00:07:05 Janine Abbring: Ja, dat is bloedheet. Was het van wol?

00:07:07 Eveline Sint Nicolaas: Ja, en het had een hele hoog sluitende kraag. Ik kan me voorstellen dat dat handig is, omdat er dan niet allerlei ongedierte naar binnen kan kruipen. Het was een heel warm uniform. Een broek met hoge leren schoenen.

00:07:27 Janine Abbring: Dat moet bloedheet zijn geweest.

00:07:28 Eveline Sint Nicolaas: Dat hoofddeksel heet een sjako. Dat sluit heel nauw op het hoofd aan. Als je daarmee in gevecht bent, verlies je die niet snel.

00:07:41 Janine Abbring: De naam Atjeh viel, de Atjeh-oorlog. Dat is iets dat je misschien in de geschiedenisles hebt gehad, maar waar je niet meer het fijne van weet. Kun je kort uiteenzetten wat dat voor oorlog was?

00:08:00 Eveline Sint Nicolaas: Nederland verklaarde Atjeh de oorlog op 26 maart 1873. Atjeh was een heel machtig sultanaat op het eiland Sumatra.

00:08:11 Janine Abbring: Een sultanaat betekent dat er een sultan was?

00:08:13 Eveline Sint Nicolaas: Ja. Hij had daar zijn eigen koninkrijk. De Nederlanders hadden met de Engelsen in 1824 een traktaat opgesteld, waarin zij delen van India afstonden aan de Engelsen in ruil voor het sultanaat van Atjeh.

00:08:31 Janine Abbring: Een koehandel van landen.

00:08:33 Eveline Sint Nicolaas: Voor zeggenschap op Sumatra.

00:08:35 Janine Abbring: Waarom was dat gebied zo interessant voor Nederland?

00:08:38 Eveline Sint Nicolaas: Omdat het heel strategisch ligt bij allerlei handelsstromen overzee. Het was voor de Nederlanders heel belangrijk om bij de Straat van Malakka een stevige positie te hebben om de handel te kunnen waarborgen of beschermen. Het irriteerde de Nederlanders enorm dat ze geen grip kregen op dat stukje Sumatra. De sultan bood goed weerstand en wilde onafhankelijk blijven.

00:09:09 Janine Abbring: Wij hebberige Hollanders wilden dat stukje noordwesten van Sumatra ook in handen krijgen. Die sultan moest daar weg. Dat was de start van die Atjeh-oorlog. Een bloederige oorlog. Hoe verliep dat verder?

00:09:24 Eveline Sint Nicolaas: Die eerste fase verloopt helemaal niet goed. Ze staan tegenover die Atjehers, die een hele goeie guerrillatactiek toepassen. Daar is het leger niet op voorbereid.

00:09:40 Janine Abbring: Zij kennen dat gebied en de omstandigheden daar veel beter.

00:09:44 Eveline Sint Nicolaas: Er zijn allerlei ziektes. Die militairen sneuvelen door geweld, maar ook door ziekte. Ook aan de kant van de lokale bevolking zijn er enorme verliezen. Die Atjeh-oorlog is een gigantisch bloedige oorlog die zich in allerlei fasen steeds naarder ontwikkelt.

00:10:05 Janine Abbring: Een zwarte bladzijde uit de Nederlandse geschiedenis.

00:10:08 Janine Abbring: Ja, zeker. Die eerste lichting militairen die overleeft, wordt ondanks die teleurstellende resultaten in eerste instantie als helden binnengehaald in Batavia. Zij krijgen daar medailles en allerlei lofuitingen in de pers. De Nederlanders zorgen ervoor dat ondanks dat moeizame begin van die oorlog, het verhaal naar buiten een heel roemrijk verhaal is.

00:10:36 Janine Abbring: De propagandamachine draait op volle toeren.

00:10:39 Eveline Sint Nicolaas: Ja. Het is niet vreemd dat dat gebeurt in een oorlog. Dat gebeurde in de Tachtigjarige Oorlog ook. Hier is er veel sneller nieuwsverspreiding. Dat nieuws verspreidt zich ook naar Den Haag. De afstand van Batavia tot Den Haag wordt in de negentiende eeuw steeds korter, omdat er snellere verbindingen zijn. Dat nieuws bereikt Nederland dus sneller.

00:11:04 Janine Abbring: Welk ministerie was het?

00:11:07 Eveline Sint Nicolaas: Het valt allemaal onder het ministerie van Koloniën. Dat was ook verantwoordelijk voor de werving van het leger.

00:11:13 Janine Abbring: Kun je nagaan. De werving van het leger brengt ons terug bij het portret waar het om draait en waar we het deze aflevering over hebben. De man die we hier zien, moet op een zeker moment gerekruteerd zijn.

00:11:28 Eveline Sint Nicolaas: Die rekrutering van militairen is heel interessant om beter te begrijpen naar wie we hier kijken. Het was een beroepsleger. Nederlanders stonden niet te springen om in het leger te gaan. Al heel lang komen er Belgen, Fransen en Zwitsers. Dat zijn de beroepsmilitairen in het leger. Zowel in het Europese als dat koloniale leger. In 1830 is de afsplitsing van België van Nederland. Dan droogt die stroom Belgische militairen op. Van 1825 tot 1830 is de Java-oorlog. Daar sneuvelen ontzettend veel militairen. Heel veel mensen op Java zelf, maar ook heel veel militairen. Het wordt heel problematisch om een leger op de been te brengen.

00:12:21 Janine Abbring: Er was een grote behoefte aan nieuwe aanwas.

00:12:24 Eveline Sint Nicolaas: Dan wordt bedacht om Afrikanen te werven in Elmina. Dat is het voormalig slavenfort in Ghana, de voormalige Goudkust. Zij kunnen worden ingezet in die oorlog. Er werd ook gebruik gemaakt van inheemse militairen in Indonesië, maar daar loerde altijd het gevaar dat ze niet helemaal wisten hoe de loyaliteit lag.

00:12:47 Janine Abbring: Begrijpelijk.

00:12:48 Eveline Sint Nicolaas: Er werd gedacht dat Afrikaanse militairen goed tegen een warm klimaat konden. Wrang gezegd hadden we daar nog een infrastructuur van de slavernij. De slavenhandel was officieel al afgeschaft, maar er was daar nog een fort.

00:13:08 Janine Abbring: De infrastructuur lag klaar om mensen van Ghana, het fort Elmina, naar Indonesië te sturen.

00:13:14 Eveline Sint Nicolaas: Naar Batavia. Om te vechten voor de Nederlanders in de oorlogen. Om de macht te behouden in Nederlands-Indië.

00:13:25 Janine Abbring: Werden ze daar voor betaald?

00:13:27 Eveline Sint Nicolaas: Ja, ze krijgen contracten. Dat is een heel belangrijk punt dat de Nederlanders steeds aanvoeren als de Engelsen vragen of het geen verkapte slavenhandel is. Die is inmiddels afgeschaft. Dus wat gebeurt daar? De generaal-majoor Jan Verveer sluit een overeenkomst met Kwaku Dua. Dat is de koning van de Ashanti, het koninkrijk bij Ghana. Er werd gezegd dat we daarmee mensen die in slavernij leefden vrij konden kopen en een kans op een militaire loopbaan konden bieden. Ze krijgen loon.

00:14:18 Janine Abbring: Hij wist het mooi te verkopen.

00:14:19 Eveline Sint Nicolaas: Ja, daar zijn eindeloze discussies over. Is dit nu een beter lot dan die mensen zouden hebben als ze in Ghana in slavernij hadden geleefd?

00:14:31 Janine Abbring: Of ze worden naar een front gestuurd.

00:14:33 Eveline Sint Nicolaas: Ja, precies. De Engelsen zeggen dat wij met die koning dat contract hebben afgesloten. Dat is een aanjager voor hem om mensen te ronselen en in slavernij te brengen, zodat hij ze weer kan verkopen aan de Nederlanders.

00:14:50 Janine Abbring: Dat is een dubieuze situatie. Een glijdende schaal.

00:14:53 Eveline Sint Nicolaas: Precies.

00:14:53 Janine Abbring: Over hoeveel mensen hebben we het dan?

00:14:55 Eveline Sint Nicolaas: Van 1831 tot 1872 gaat het in totaal om 3.000 Afrikaanse militairen.

00:15:03 Janine Abbring: Ik heb zo'n vermoeden dat een ervan op dit schilderij te zien is.

00:15:08 Eveline Sint Nicolaas: Ja, dat klopt. Dat was mijn uitdaging.

00:15:09 Janine Abbring: Dat is nog steeds een speld in een hooiberg van 3.000 gerekruteerde Afrikaanse militairen.

00:15:20 Eveline Sint Nicolaas: Ja, dat klopt.

00:15:21 Janine Abbring: Hoe verder?

00:15:24 Eveline Sint Nicolaas: Dat jaartal 1882 dat linksboven door Israëls op zijn schilderij is aangebracht, is heel belangrijk. We weten dat de meeste Afrikaanse militairen tekenen voor twaalf jaar. Zeker in de wat latere periode in de negentiende eeuw. Het was een contract dat ze voor twaalf jaar tekenden.

00:15:43 Janine Abbring: Daar moet je eens bij stilstaan. Twaalf jaar van je leven wegtekenen. Naar een land dat je niet kent, om te vechten voor een ander land dat je niet kent.

00:15:56 Eveline Sint Nicolaas: Als je uit een situatie van slavernij was gekomen, hadden de Nederlanders je vrijgekocht. Dat bedrag werd afgetrokken van je loon. Mensen zullen geen idee hebben gehad waar ze naartoe gingen of wat hen te wachten stond.

00:16:14 Janine Abbring: Waar ze voor tekenden.

00:16:15 Eveline Sint Nicolaas: Als ze het hadden overleefd, hadden militairen na afloop van die twaalf jaar de keus om in Nederlands-Indië te blijven of om terug te keren naar Elmina.

00:16:28 Janine Abbring: Naar Ghana.

00:16:29 Eveline Sint Nicolaas: Dat verliep via Nederland. Ze gingen eerst op een schip en kwamen dan in Harderwijk aan. Daar was het Koloniaal Werfdepot. Dat was het verzamelpunt voor alle militairen die vanuit Nederland naar Nederlands-Indië werden verscheept. Die terugreis voor die Afrikanen verliep via Nederland.

00:16:51 Janine Abbring: Via Harderwijk. Dan ben je al een beetje dichterbij. Het net sluit zich rondom de man die we zien op het schilderij van Isaac Israëls.

00:17:08 Eveline Sint Nicolaas: Toen ben ik gaan kijken hoe die lichting van 1870 eruit zag. Er vanuit gaande dat het een Afrikaan is die twaalf jaar in dienst is geweest en in 1882 in Harderwijk is. Dan is hij twaalf jaar daarvoor in Elmina in dienst gekomen. Ik ben ook naar de jaren daaromheen gaan kijken, maar specifiek naar die lichting van 1870. Dat waren er 89. Dan ga je heel snel van 3.000 naar 89.

00:17:40 Janine Abbring: Dat scheelt.

00:17:41 Eveline Sint Nicolaas: Dan wordt het alweer wat behapbaarder.

00:17:43 Janine Abbring: Toen ging je van 89 naar 3. Hoe is die stap gemaakt?

00:17:48 Eveline Sint Nicolaas: De Nederlanders hielden stamboeken bij. Ook het koloniale leger had een stamboek. Dat is de administratie waarin per persoon iemand wordt ingeschreven. Er wordt een signalement opgeschreven. Hoe lang iemand is en wat voor uiterlijke kenmerken hij heeft. Niet de naam van de militair, wel de naam van de ouders. Ze gaven alle militairen korte Nederlandse namen. Het idee was dat ze die Afrikaanse namen niet konden onthouden.

00:18:18 Janine Abbring: Die zijn zo ingewikkeld, daar kunnen we niet aan beginnen.

00:18:21 Eveline Sint Nicolaas: Ze werden Jan Blik, Hein IJs of Piet Storm genoemd. Allemaal hele korte Hollandse namen. Dat vind je in die stamboeken terug. Die stamboeken waren een belangrijke bron voor mij om te kijken wat er van zo'n lichting uit 1870 terecht is gekomen.

00:18:42 Janine Abbring: Je keek naar uiterlijke kenmerken. Er was op een gegeven moment een specifiek uiterlijk kenmerk wat jou op het juiste pad heeft gebracht.

00:18:49 Eveline Sint Nicolaas: Ik keek of ze het überhaupt overleefd hadden. Van die lichting van 1870 zijn er 41 gesneuveld en twee staan als vermist in de boeken.

00:19:05 Janine Abbring: Die kon je afstrepen.

00:19:06 Eveline Sint Nicolaas: Zij zouden nooit via Nederland terug zijn gekeerd naar Elmina. Er waren er zes veroordeeld voor diefstal of onacceptabel gedrag. Dan kun je verwachten dat iemand geen onderscheidingen heeft. Zij vielen ook af. Van die lichting bleven er 23 uiteindelijk in Nederlands-Indië. Zij vielen ook af, want Israëls moet deze militair in Nederland hebben gezien. Toen werd het groepje uiteindelijk teruggebracht naar zeventien.

00:19:42 Janine Abbring: Laten we een paar stappen overslaan. Uiteindelijk heb je dit terug weten te brengen naar drie. Dat waren drie mannen met gekke, korte Nederlandse namen. Je hebt uitgelegd hoe ze daar aankwamen. Om welke drie ging het?

00:19:56 Eveline Sint Nicolaas: Jan Blik, Kees Pop en Jan Kooi. Als je het zo zegt, lijkt het een kinderliedje. Dat waren de namen die hen waren gegeven. Jan Blik viel meteen af, want hij had geen medailles. Jan Kooi had te veel medailles. Kees Pop bleef over. We kijken heel waarschijnlijk naar het portret van Kees Pop.

00:20:30 Janine Abbring: Door Nederlanders Kees Pop genoemd. Deze man komt uit Ghana en zal geen Kees Pop hebben geheten. We weten alleen hoe zijn ouders heten.

00:20:40 Eveline Sint Nicolaas: Uiteindelijk hebben we op het tekstbordje in het museum gezet dat hij de zoon is van Kwamena en Ekoerva. Dat is om aan te geven dat dat de Afrikaanse namen waren, maar dat we niet meer weten welke naam zij hun kind hebben gegeven.

00:20:56 Janine Abbring: Als dit een true crime podcast zou zijn, hebben we geruisloos voorbij gepraat aan het moment dat jij hebt ontdekt wie de dader is. Op een gegeven moment ging je van 3.000 naar 189, naar 23 en toen naar 3. Uiteindelijk wist je dat dit hem moest zijn. Hoe was dat?

00:21:17 Eveline Sint Nicolaas: Ik zie mezelf nog in het Nationaal Archief zitten met al die enorme stamboeken. Ik had schema's gemaakt als voor een soort whodunit.

00:21:30 Janine Abbring: Wie heb je als eerste gebeld toen je erachter was dat dit hem moest zijn?

00:21:33 Eveline Sint Nicolaas: Dat is een goede. Ik denk het toenmalige hoofd van de afdeling.

00:21:36 Janine Abbring: We got him.

00:21:40 Eveline Sint Nicolaas: Ja, precies. Zo'n soort yes-moment. Dat was heel bijzonder. Ook al die andere mensen. Uiteindelijk springt iemand die Piet Storm heet overboord op de Noordzee. Ook in dat elimineren - vervelend gezegd - van die andere kandidaten.

00:22:04 Janine Abbring: Mensen die zelfmoord plegen op die reis.

00:22:05 Eveline Sint Nicolaas: Je komt steeds dichter bij dat gevoel hoe dat geweest moet zijn.

00:22:10 Janine Abbring: Ook voor die mannen. Huis en haard verlaten, vechten in een vreemd land.

00:22:15 Eveline Sint Nicolaas: Dan kom je in Harderwijk. Daar waren ze inmiddels wel iets gewend, want daar zat het Koloniaal Werfdepot. Daar kwamen vaker Afrikanen op weg naar huis voor een aantal weken. Omdat Jan Kooi allerlei onderscheidingen heeft gekregen, is daar meer over bekend. Daar werd over in de krant geschreven dat hij zo goed Nederlands sprak en zo welbespraakt was.

00:22:45 Janine Abbring: Ik neem aan dat Kees Pop is teruggegaan naar Ghana.

00:22:50 Eveline Sint Nicolaas: Ja, dus hij is maar korte tijd in Harderwijk geweest.

00:22:53 Janine Abbring: In die korte tijd heeft Isaac Israëls hem geportretteerd.

00:22:57 Eveline Sint Nicolaas: Precies.

00:22:58 Janine Abbring: Weten we hoe die twee samen kwamen? Waarom? Deed Israëls dat vaker? Weten we daar meer over?

00:23:03 Eveline Sint Nicolaas: Ik vind het fascinerend. Israëls is dan nog heel jong. Hij nog maar zeventien jaar oud.

00:23:08 Janine Abbring: Hij is de zoon van Jozef Israëls?

00:23:11 Eveline Sint Nicolaas: Ja. Hij heeft in Den Haag de Academie voor Beeldende Kunsten gedaan. Die heeft hij dan al twee jaar afgerond. Hij richt zich heel erg op het militaire genre. Kennelijk is hij daar erg door gefascineerd. De uniformen, maar ook de beweging die daarin zit. Hij heeft op jonge leeftijd al een werk gemaakt over de Atjeh-helden. Dan gaan we weer terug naar die propaganda. Dat sprak ontzettend aan.

00:23:43 Janine Abbring: De Hollanders die daar hun heldendaden hebben verricht.

00:23:48 Eveline Sint Nicolaas: Hij gaat naar Harderwijk. Dat is terug te vinden als je de brieven van Israëls leest. Hij was in de nazomer van 1882 in Harderwijk. Dat is precies de tijd dat Kees Pop en Jan Kooi terugkeren en daar een paar weken zijn.

00:24:04 Janine Abbring: Hij was zeventien?

00:24:07 Eveline Sint Nicolaas: Ja.

00:24:08 Janine Abbring: Als zeventienjarige is hij naar Harderwijk gegaan, op zoek naar mensen om te portretteren. Zo is uiteindelijk deze Kees Pop op zijn pad gekomen.

00:24:16 Eveline Sint Nicolaas: Hij wilde een heel groot doek maken over de koloniale militairen die met een trein vertrekken. Hij is veel op het station van Harderwijk te vinden, om te kijken hoe hij zo'n trein kan vastleggen. Hij schildert in de openlucht en heeft dit portret van Kees Pop gemaakt.

00:24:39 Janine Abbring: Jouw zoektocht geeft de geschiedenis zoveel meer gezicht.

00:24:45 Eveline Sint Nicolaas: Ik vind het heel ontroerend en ook wel iets moois hebben, waardoor je in dat schilderij moet duiken. Het laat zich niet makkelijk lezen. Als je daar verder induikt en deze geschiedenis erbij weet, laat het zien hoe lang praktijken als slavernij en gedwongen arbeid bestonden. Ook al hebben we het hier over contracten en werden soldaten betaald, het is toch een bepaalde machtssituatie. Hoe meer je er over weet, hoe beter je dat kunt plaatsen.

00:25:20 Janine Abbring: Het is ook verdrietig.

00:25:22 Eveline Sint Nicolaas: Ja, zeker als je bedenkt wat die man allemaal gevoeld moet hebben.

00:25:31 Janine Abbring: Ja, dat.

00:25:32 Eveline Sint Nicolaas: Hij was op weg naar huis. Hij had het overleefd.

00:25:34 Janine Abbring: Ja, maar toch. Die mitella staat voor veel meer dan misschien alleen die oppervlakkige verwonding.

00:25:43 Eveline Sint Nicolaas: Dat is mooi gezegd. Die mitella zat mij een beetje dwars. Ik vroeg me af wat er gebeurd was. Het leek me niet heel aannemelijk dat dat nog met krijgsverrichtingen in Indonesië te maken had. Het is interessant dat in zijn stamboek een opmerking staat van goed gedrag met een streep erdoor.

00:26:08 Janine Abbring: Misschien is hij op de vuist gegaan.

00:26:09 Eveline Sint Nicolaas: Misschien is er iets gebeurd aan boord op weg naar huis.

00:26:16 Janine Abbring: Hij is in ieder geval met veel littekens terug naar huis gegaan.

00:26:22 Eveline Sint Nicolaas: Ja, en in een hele andere wereld terechtgekomen.

00:26:34 Janine Abbring: Hoe leeft dit deel van de geschiedenis nu nog voort? Het Rijksmuseum is altijd bezig met de link naar het nu.

00:26:42 Eveline Sint Nicolaas: Recent is er steeds meer aandacht voor deze geschiedenis, hoewel dat misschien voor een bepaalde groep is. Er zijn nazaten die weten dat zij afstammen van Afrikaanse militairen in dienst van het KNIL. Zij komen samen, er zijn tentoonstellingen. Er is een tentoonstelling geweest in Harderwijk, dat is heel bijzonder. Daar hadden we het schilderij van Kees Pop aan uitgeleend. Hij was weer even terug op de plek waar hij is ontstaan. Er is de laatste tijd steeds meer erkenning voor deze geschiedenis. Een klein zijpad is dat Arthur Japin een hele mooie roman heeft geschreven, 'De zwarte met het witte hart'. Dat houdt verband met deze geschiedenis. Die overeenkomst met de Ashanti-koning hield ook in dat twee Ashanti-prinsen samen met het contract naar Nederland gingen.

00:27:44 Eveline Sint Nicolaas: Zij zijn hier dus voor hun opleiding een tijd geweest.

00:27:49 Janine Abbring: Dat had hij erbij onderhandeld?

00:27:51 Eveline Sint Nicolaas: Ja. Arthur Japin heeft daar een roman over geschreven. De geschiedenis is bekend. Ik hoop dat het op deze manier wat meer bekendheid krijgt.

00:28:02 Janine Abbring: Dankzij jou hebben we nu een goed antwoord op de vraag 'Wie kijkt mij aan?'

00:28:08 Eveline Sint Nicolaas: Ja, dat is 'Kees Pop'.

00:28:15 Janine Abbring: Dit was aflevering 24 in de serie 'Wie kijkt mij aan?' van 'In het Rijksmuseum'. De laatste aflevering van dit seizoen. Vergeet niet om je te abonneren op deze podcast. Dan krijg je een seintje als het nieuwe seizoen van start gaat.

Abonneer je op In het Rijksmuseum met je favoriete podcastspeler

Met dank aan

In het Rijksmuseum is powered by ING.