Met zijn schijnbaar spontaan geschilderde mens- en dierfiguren, opgezet in vlakke, ongemengde kleuren breekt hij met de traditionele regels in de schilderkunst. Velen vinden Appel in die tijd maar een ‘kladderaar’, maar zijn werk wordt ook gezien als symbool van herwonnen vrijheid na de Tweede Wereldoorlog. In 1950 verruilt Appel zijn geboortestad Amsterdam voor Parijs en vanaf 1957 werkt hij ook langere periodes in New York. Zelf beschouwt hij zijn werk dan als een uitdrukking van de ‘barbaarse’ tijd waarin de mensheid is beland door de nucleaire wapenwedloop tijdens de Koude Oorlog. Appel werkt tot zijn dood onvermoeibaar door aan een rijk geschakeerd oeuvre.
Aan de slag met de collectie:







































