Door de geschiedenis heen verandert de rol van huisdieren flink, van nuttige werkdieren tot geliefde metgezellen. Pas tussen 500 en 1500 beginnen edellieden honden te houden voor hun gezelschap.

Op schilderijen uit de 17de eeuw verschijnen deze viervoeters vaak in die rol. Katten worden lange tijd vooral ingezet als muizenverdelgers en hebben door de middeleeuwse associatie met hekserij een slechte reputatie. Pas in de Victoriaanse tijd accepteren mensen katten als huisdier. Een mooie raskat, zoals een Britse korthaar of de Perzische Langhaar, wordt een statussymbool voor rijke burgers. Vanaf de 19de eeuw worden honden en katten, en later vogels en vissen, alledaagse huisdieren voor alle lagen van de bevolking. Kunstenares Henriëtte Ronner-Knip (1821-1909) specialiseert zich in het schilderen van katten, wat haar bekendheid oplevert. Ze krijgt regelmatig de opdracht om de geliefde huisdieren van adellijke en burgerlijke families te vereeuwigen.