In Indonesië voeren ze in 1830 het Cultuurstelsel in. De Javaanse bevolking wordt gedwongen tot onbetaalde arbeid en het leveren van gewassen voor de Europese markt. Met de afschaffing van de slavernij in zicht werft men op grote schaal Chinese contractarbeiders voor het zware werk op de plantages en in tinmijnen. In Suriname arriveert in 1853 een groep Chinese contractarbeiders om te werken op een suikerplantage. In het laatste kwart van de 19de eeuw volgen ook Hindostanen en Javanen. Met een vijfjarencontract hopen deze migranten zichzelf en hun achterblijvende families te bevrijden van hongersnood en armoede. In plaats van de beloofde kansen bestaat het plantageleven in Suriname ook uit armoede, uitbuiting en geweld.
Aan de slag met de collectie:































