Dieren nemen een vooraanstaande plaats in binnen de Nederlandse kunstgeschiedenis. Van krachtige werkpaarden en grazend vee tot sierlijke eenden en trotse hanen. Zij zijn te vinden op schilderijen, prenten, foto's en tekeningen, zowel als centraal onderwerp als in dienst van een groter geheel. In een land waar landschap, landbouw en handel eeuwenlang nauw verbonden waren met het dierenleven, vormden zij een vanzelfsprekende inspiratiebron.

De koe, bijvoorbeeld, vormt een specialisatie binnen de Nederlandse schilderkunst van de 17de eeuw. Paulus Potter (1625–1654) liet zien hoe alledaags vee monumentale uitstraling kan krijgen: hij bracht koeien natuurgetrouw in beeld – met ‘natte neuzen’, vliegen op de vacht en karaktervolle houdingen, op levensecht groot formaat. Melchior d’Hondecoeter was specialist in het schilderen van vogels. In zijn werk wordt het platteland tot leven gebracht met dramatische scènes: kuikens die worden beschermd, duiven die opvliegen, en humoristische interactie. Julie de Graag vervaardigde verfijnde houtsneden en tekeningen van dieren, gekenmerkt door strakke lijnen, krachtige contrasten en een zorgvuldig weglaten van overbodige details. In haar werk worden dieren verheven tot gestileerde, bijna iconische voorstellingen.