Veertien jaar lang is Cornelis Calkoen (1696–1764) ambassadeur van de Republiek in Istanbul, de hoofdstad van het Ottomaanse Rijk.

Zijn belangrijkste taak is het behartigen van de handelsbelangen. Het gaat voornamelijk om textiel, specerijen en andere luxe goederen. Zijn kennismaking met Sultan Ahmed III, bekend om zijn liefde voor de tulp, laat Calkoen vastleggen door de kunstenaar Jean Baptiste Vanmour. Daar laat hij het niet bij. Vanmour en zijn assistenten maken uiteindelijk 65 schilderijen voor Calkoen. Het zijn voor de ambassadeur politieke, maar ook persoonlijke herinneringen aan Istanbul, de stad die hij in zijn hart sloot. Dankzij zijn testament bleven de schilderijen bij elkaar, tot op de dag van vandaag.