In 1911 wordt Anne Zernike (1887-1972) als eerste vrouwelijke predikant van Nederland bevestigd bij de Doopsgezinde Broederschap in het Friese Bovenknijpe.

Ze is een vrijzinnige, links-moderne predikant. Als overtuigd humanist predikt ze verdraagzaamheid en is antimilitarist en vegetariër. Zernike gelooft dat religie, kunst en maatschappij met elkaar verbonden zijn en laat haar volgelingen aan de hand van kunstboeken discussiëren over het geloof. Ook richt ze een kerkkoor en toneelvereniging op, en neemt haar gemeenteleden mee naar musea. Ondertussen werkt ze aan haar proefschrift over historisch materialistische en sociaal-democratische ethiek. Na de dood van haar man, de kunstenaar Jan Mankes, verhuist ze naar Rotterdam, waar ze voorganger wordt bij de Nederlandse Protestanten Bond. Het Rijksmuseum bezit een aantal portretten van Zernike, gemaakt door Mankes.