Anna Maria van Schurman (1607-1678) is een beroemde geleerde en kunstenares. In 1636 volgt ze als eerste vrouwelijke student in Nederland colleges aan de universiteit.

Vrouwen zijn daar eigenlijk niet welkom, maar haar buurman Gisbertus Voetius, een Utrechtse hoogleraar, maakt een uitzondering. Aan de universiteit volgt Van Schurman (volgens de overlevering) colleges vanachter een gordijn, zodat mannelijke medestudenten haar niet zien. Enkele jaren later schrijft Van Schurman een betoog over ‘de geschiktheid van de vrouwelijke geest voor de wetenschap en letteren’. Naast de wetenschap houdt Van Schurman zich als kunstenares bezig met knipkunst, dichten, tekenen, borduren en schilderen. Ook leert ze graveren van prentmaker Magdalena van de Passe. In intellectuele kringen in binnen- en buitenland wordt Van Schurman gezien als een van de meest geleerde vrouwen van Europa.