Rembrandt - Hulphonden en blinde mensen

23 min. - Hulphonden en blinde mensen

Uit de serie Podcast: In het Rijksmuseum

20-10-2026 - Janine Abbring en kunsthistorici Marte Sophie Meessen en Erik Hinterding

Het is de Maand van de Geschiedenis, met als thema Lichaam & Geest. Een mooie aanleiding om het te hebben over hoe blinde en slechtziende mensen in het verleden samen met hun hulphonden hun leven leidden. Rembrandt is daarbij onze gids. Host Janine Abbring gaat erover in gesprek met kunsthistorici Marte Sophie Meessen en Erik Hinterding.

Luister

Lees het uitgeschreven gesprek

00:00:03
Janine Abbring: Hondenliefhebbers weten dit allang: er is een sterke band tussen mens en hond. Ook in de kunstgeschiedenis is dit terug te zien. Zo beeldde Rembrandt een straatmuzikant af met zijn blindengeleidehond en schilderde hij Tobit met aan zijn voeten mogelijk een hulphondje. Mijn naam is Janine Abbring en dit is 'In het Rijksmuseum'. De podcast van het Rijksmuseum, waarin we bijzondere verhalen vertellen over voorwerpen en hun makers. Oktober is de Maand van de Geschiedenis, met als thema 'lichaam en geest'. Een mooie aanleiding om het te hebben over hoe blinden en slechtziende mensen in het verleden, samen met hun hulphonden, hun leven leidden. Rembrandt is daarbij onze gids. Mijn gasten zijn Marte Sophie Meessen en Erik Hinterding, die hier alles over weten.

00:00:47
Janine Abbring: Fun fact is dat tijdens de opnames van deze podcast mijn hond altijd in de studio ligt. Als je erop gaat letten, wemelt het van de honden in Rembrandts werk. In deze podcast richten we de spotlight op hulphonden. Ook die heeft Rembrandt geschilderd, zoals op het schilderij 'Tobit en Anna met het bokje'. Erik, Tobit en Anna met het bokje is een Bijbels verhaal. Ik dacht alle bijbelverhalen te kennen met mijn hervormde opvoeding, maar Tobit is bij mij nooit voorbijgekomen. Heb ik hem over het hoofd gezien?

00:01:27
Erik Hinterding: Niet echt. Tobit is een van de apocriefe boeken. Dat wil zeggen dat het niet in de canon van erkende Bijbelse verhalen zit. Het is een oud verhaal. Het is rond dezelfde tijd als de andere Oudtestamentische boeken geschreven, maar nooit toegevoegd tot de canonieke boeken. Hij staat niet in de standaard Bijbel.

00:01:49
Janine Abbring: Het lag dus niet aan mij dat ik hem niet kende?

00:01:51
Erik Hinterding: Nee. Het is niet verwonderlijk dat je hem nooit bent tegengekomen.

00:01:54
Janine Abbring: Het is een van Rembrandts lievelingsbijbelverhalen. We hebben hier een print van het schilderij voor ons liggen. We kijken naar een echtelijke ruzie in een arm huishouden.

00:02:08
Erik Hinterding: Ja, dat klopt. Het verbeeldt Tobit en Anna, zijn vrouw, en het bokje. Dat is een Bijbelverhaal waarin het erom gaat dat Anna voor haar werk beloond wordt met een bokje. Dat brengt ze thuis en ze vertelt het aan haar man, Tobit. Hij gelooft haar niet. Hij denkt dat ze het gejat heeft en vindt dat ze het terug moet geven. Daar ontstaat discussie over. Je ziet in haar blik dat ongeloof. Wat maakt je me nu, dat je niet gelooft wat ik je vertel? Uiteindelijk snapt hij dat hij fout zit.

00:02:46
Janine Abbring: Tobit?

00:02:47
Erik Hinterding: Ja. Hij gaat de Heer om vergeving smeken. Hij gaat zelfs zo ver dat hij zegt om hem maar dood te laten gaan, want hij heeft het allemaal fout gedaan.

00:02:59
Janine Abbring: Marte Sophie, ik zag jou knikken. We duiken nog iets verder in die dynamiek tussen die twee, want het is een topverhaal. Wat zien we nog meer op dit schilderij? Kun jij omschrijven wat we zien?

00:03:12
Marte Sophie Meessen: Jazeker. We zien hier Tobit en Anna die allebei van hogere leeftijd zijn.

00:03:18
Janine Abbring: Gerimpeld, dat zie je.

00:03:20
Marte Sophie Meessen: Inderdaad, vooral Tobit. Rembrandt keek vaker naar andere prenten, bijvoorbeeld naar een prent van Jan van der Velde. Daar staan Tobit en Anna met het bokje ook op afgebeeld. Rembrandt gaf die ouderdom en die blindheid van Tobit heel expliciet realistisch weer. Wat je hier ziet, is Tobit die op een stoel zit met een lange, grijze baard en een gerimpeld gelaat.

00:03:50
Janine Abbring: Hij heeft zijn handen voor zich gevouwen.

00:03:52
Marte Sophie Meessen: Klopt. Anders dan wat Jan van der Velde deed, heeft hij zijn ogen niet gesloten, maar open. Als je goed inzoomt, zie je dat alleen het oogwit van zijn gelaat te zien is.

00:04:03
Janine Abbring: Kun je zijn kleding omschrijven?

00:04:04
Marte Sophie Meessen: Ze waren rijk, totdat Tobit blind werd. Waarschijnlijk werd hij blind door uitwerpselen van vogels. Voor die tijd kon hij zien en waren ze behoorlijk rijk. Je ziet Tobit die op een stoel zit, in een rijk met bont afgezet gewaad. Mooie, zachtroze en okerkleuren. Omdat hij niet heeft kunnen werken door zijn blindheid, is het vervallen. Je ziet scheuren in zijn mouwen en schoenen.

00:04:36
Janine Abbring: Je ziet vergane glorie.

00:04:38
Marte Sophie Meessen: Precies.

00:04:39
Janine Abbring: Erik, waaraan zien we de armoede nog meer op dit schilderij?

00:04:44
Erik Hinterding: Wat ik een mooie indicator vind, is die uienstreng aan de muur. Dat is armenvoedsel. Het raam is waarschijnlijk gevuld met darm of perkament. Glas was ontzettend duur, helemaal in de zeventiende eeuw. Dat zie je hier ook. Dit is waarschijnlijk geen glas, maar iets anders. Het is voor een deel gebroken, dus dat is het verval dat je in het schilderij ziet.

00:05:11
Janine Abbring: Tobit is blind geworden op een zeker moment. Anna moest toen de kost verdienen. Ze kwam thuis, had blijkbaar uitbetaald gekregen en als betaling een bokje gekregen.

00:05:20
Erik Hinterding: Zij vertelt hem dat ze dat bokje gekregen heeft. Hij gelooft het niet en daar ontstaat een discussie uit. Zij verwijt hem waar zijn barmhartigheid en vergevingsgezindheid gebleven zijn. Dan snapt hij dat hij fout zit.

00:05:38
Janine Abbring: Marte Sophie, kun jij Anna's blik omschrijven?

00:05:41
Marte Sophie Meessen: Dit is totale verbijstering.

00:05:45
Janine Abbring: Jullie kunnen het niet zeggen, maar ik wel. What the fuck? Zo kijkt ze.

00:05:51
Marte Sophie Meessen: Zij moet nu voor de kost zorgen en werkt hard buitenshuis. Ze komt thuis met iets waar ze best trots op is. Dan krijg je zo'n reactie. Dat is niet het leukste. Ik snap die verbijstering van haar kant wel.

00:06:07
Erik Hinterding: Rembrandt geeft het prachtig weer in die open ogen. Hij raakt haar emotie, haar ontzetting.

00:06:18
Erik Hinterding: Boosheid ook, als je niet wordt geloofd door je man. Hij is blind. Ik blijf nog even haken op dat hij blind is geworden door vogelpoep.

00:06:30
Erik Hinterding: Het verhaal is dat een zwaluw die over vloog in vlucht kakte en hij dat in zijn oog heeft gekregen. Het is knap dat je dat in beide ogen krijgt. Dat zou de manier zijn geweest waarop hij uiteindelijk blind geworden is.

00:06:47
Janine Abbring: Wat is daar de Bijbelse boodschap achter? Tobit was een vroom man en toch overkomt hem zoiets rottigs. Is er een les uit te leren?

00:07:01
Erik Hinterding: Dat is moeilijk. Je hebt meer Bijbelse figuren die door tegenslag geplaagd worden. Job is een prachtig voorbeeld. Hij wordt aangezet om zijn geloof los te laten en doet dat niet. Je zou hier hetzelfde kunnen zien. Het is ook aanvaarding van je lot, zeker in het geval van Tobit. Hij wordt blind en raakt net niet aan de bedelstaf. Hij kan niet meer werken en verarmd daardoor.

00:07:30
Janine Abbring: Hij is afhankelijk van zijn vrouw, God verhoede.

00:07:32
Erik Hinterding: Exact.

00:07:34
Janine Abbring: De luisteraar denkt nu dat dat leuk en aardig is, maar we zouden het hebben over hulphonden.

00:07:40
Marte Sophie Meessen: Ik noemde al die ouderdom waar Rembrandt zijn artistieke vrijheid en bijzondere observatievermogen hier toepast. Tobit en Anna met het bokje is vaker afgebeeld als motief. Rembrandt heeft hier heel bijzonder die blik toegevoegd. Als je naar Tobit kijkt, die op een stoel zit, zie je naast zijn stoel een stok op de grond liggen.

00:08:04
Janine Abbring: Links voor de kijker. Rechts van Tobit ligt een stok.

00:08:08
Marte Sophie Meessen: Klopt. Het is een oude man, dus je kunt je voorstellen dat hij misschien een stok nodig heeft voor ondersteuning. Tegelijkertijd is het een blinde man, dus de kans dat hij die stok gebruikt als taststok is aanwezig. Aan de andere kant van die stoel, naast de uitgestoken voeten in de sloffen met open tenen van Tobit, zie je een klein hondje zitten. Dat is een vrij bijzondere toevoeging van Rembrandt.

00:08:38
Erik Hinterding: Die de toeschouwer aankijkt.

00:08:40
Marte Sophie Meessen: Exact.

00:08:40
Janine Abbring: Het hondje kijkt ons aan. Kun je het hondje omschrijven, Erik?

00:08:45
Erik Hinterding: Het is een klein, rafelig hondje. Waarschijnlijk bijna wit, of in ieder geval heel licht. Hij kijkt de toeschouwer aan, wat een leuk en leuk theatraal effect geeft. Het is vooral opvallend dat hij een halsband draagt met daaraan een aantal belletjes.

00:09:06
Marte Sophie Meessen: Op zich waren honden in Amsterdam niet ongewoon. Er was zelfs een hondenoverschot in die tijd. Het was niet zo vreemd om je hond een halsband te geven.

00:09:16
Janine Abbring: Nee, dat gebeurde vaker.

00:09:18
Marte Sophie Meessen: Je kon een touwtje, leren band of iets met koperen noppen gebruiken. Er waren zelfs gouden halsbanden. Zolang er maar een ring aan zat om aan te lijnen. Het is dus opvallend dat deze hond een halsband heeft met belletjes. Dat is een gegeven dat Rembrandt niet zomaar heeft bedacht. Het is geen toevallige toevoeging. Dat is een bewuste keuze geweest van Rembrandt, want je moet je inleven in die figuren die zijn afgebeeld. Tobits blindheid wordt hier kracht bijgezet door die stok, maar ook door die hond met die belletjes. Als je blind bent, is het fijn dat je je hond kan horen.

00:09:58
Janine Abbring: Dat je weet waar hij is.

00:09:59
Marte Sophie Meessen: Ja.

00:10:01
Janine Abbring: In welk opzicht zou het een hulphond geweest kunnen zijn?

00:10:04
Marte Sophie Meessen: In principe weten we niet precies of dit een hulphond was. We weten wel dat Rembrandt vaker mensen heeft afgebeeld die honden waarschijnlijk in die hoedanigheid gebruikten. Niet alleen Rembrandt deed dat. Zo komen we op het onderwerp van de hulphond terecht. Dat is in de zeventiende eeuw en eerder wel degelijk in beeld gebracht in de kunst.

00:10:31
Janine Abbring: Marte Sophie, jij hebt specifiek onderzoek gedaan naar verhalen in de kunstgeschiedenis over lichamelijke en mentale diversiteit. We denken vaak dat mensen met wat voor beperking dan ook in de geschiedenis onzichtbaar waren. Jij kwam erachter dat dat niet klopt.

00:10:45
Marte Sophie Meessen: Ja, dat is zeker waar. Dit onderzoek gaat over lichamelijke diversiteit in de kunstgeschiedenis. Dat wat in beeld is gebracht, maar ook wat we biografisch kunnen achterhalen.

00:10:53
Janine Abbring: Vooral die lichamelijke diversiteit?

00:10:55
Marte Sophie Meessen: Ja, het is een breed spectrum. Het gaat van ouderdom en ziekte, tot mental health en handicap. Over de hele breedte. Je kunt het hebben over koninginnen en keizers, maar ook over mensen die bedelend rond moesten komen. Het gaat van hoog tot laag en door de hele tijd heen. Je ziet door die geschiedenis hoe er met mensen werd omgegaan en wat voor hulpmiddelen ze gebruikten, maar ook of er begrip en mogelijkheden waren voor deze personen. Dat is goed uit de kunst op te maken. Ik noem die verhalen 'lichaamsverhalen'. Door te focussen op zo'n schilderij als Tobit en Anna en die details als een tas, stok of hond, kun je die verhalen vertellen.

00:11:47
Janine Abbring: Over Avercamp bijvoorbeeld. Dat was iemand die niet kon praten en waarschijnlijk ook niet kon horen, en een hele succesvolle carrière had.

00:11:55
Marte Sophie Meessen: Exact. Je kijkt naar die verhalen en vooral die biografische aspecten. Je vindt dat er schrijvers, muzikanten, wetenschappers en kunstenaars zijn. Een ander voorbeeld is Gerard de Lairesse. Dat was een zeventiende-eeuwse kunstenaar, een zeer succesvolle man. Hij leed waarschijnlijk aan een chronische ziekte, waardoor hij aan het eind van zijn leven blind werd. Hij heeft enorm veel werken gemaakt, maar door die blindheid kon hij niet meer werken. Toen is hij de jonge, nieuwe generatie kunstenaars gaan opleiden. Die lessen zijn opgeschreven door zijn zonen in boeken, waaronder het 'Groot schilderboek'. Dat is een van de boeken die we in de kunstgeschiedenis nog steeds gebruiken als een belangrijk referentieboek.

00:12:39
Marte Sophie Meessen: Dat kwam voort uit het feit dat hij blind was en op die manier zijn carrière voortzette. Dat soort verhalen laten zien dat lichamelijke diversiteit er altijd al was. Dat mensen erg creatief waren in hun mogelijkheden om dat op te vangen met hun eigen kwaliteiten en talenten.

00:13:01
Janine Abbring: Erik, is het iets waar Rembrandt om bekend staat? Dat hij juist dat soort mensen zag, observeerde en vastlegde?

00:13:10
Erik Hinterding: Ja, absoluut. Rembrandt is bij uitstek een voorbeeld van een kunstenaar die dat belangrijk vond. Op twee manieren. Hij heeft een aantal blinde mensen, meestal blinde muzikanten, met een hulphond verbeeld. Hij is er bovendien om bekend dat hij dat op een bijzondere manier deed. Het weergeven van mensen met een beperking was in de zestiende eeuw al populair. Dat werd meestal gedaan op een spottende manier. Er werd de draak gestoken met mensen die kreupel waren of niet konden lopen.

00:13:48
Janine Abbring: Een soort aapjes kijken.

00:13:49
Erik Hinterding: Ja, precies. Rembrandt is een van de eersten die dat spottende helemaal weglaat en er een beeldverslag van maakt. Dat zie je bijvoorbeeld in die ets waar we een plaatje van op tafel hebben liggen. Dit is een ets uit 1631. Het is klein. Het is nauwelijks acht centimeter hoog, dus het A4'tje is groter dan het in het echt is. Je ziet hier een blinde violist met een hondje aan zijn gordel vastgemaakt, zoals dat vaak ging.

00:14:23
Janine Abbring: Een langharig hondje.

00:14:24
Erik Hinterding: Helemaal links achterin staat een vrouw bij een deuropening. Zij collecteert. Hebben jullie iets voor ons over? Dat gaat over barmhartigheid en de plicht om aalmoezen te geven. Het gezicht van de man is minuscuul, maar hij weet toch knap weer te geven dat de man geen steek ziet, dat hij blind is. Dat is het cliché van de blinde muzikant met een hondje. Dat zie je in de zestiende en zeventiende eeuw vaak, maar dit is zonder spottende ondertoon.

00:15:03
Janine Abbring: Het is wat rauw. Zo'n beeld kan kitscherig zijn en dit is allesbehalve kitsch.

00:15:11
Erik Hinterding: Dat klopt. Dat komt voort uit de eerlijkheid waarmee hij die mensen weergeeft.

00:15:20
Janine Abbring: Die eerlijke blik.

00:15:21
Erik Hinterding: Dit is uit 1631. De periode 1629, 1630, 1631 was precies toen hij heel geïnteresseerd was in straatvolk. Hij heeft veel bedelaars en muzikanten getekend en geëtst. Die belandden indirect ook in zijn schilderijen. Er zijn veel tekeningen en etsen van dat onderwerp. Die zijn allemaal op een integere manier verbeeld.

00:15:50
Janine Abbring: Mijn hond ligt op dit moment ook in de studio. Die kiest een fantastische timing om haar kruis te likken. Ik weet niet of het te horen was op de podcast. Het is erg ontopic, want dat soort taferelen legde Rembrandt ook vast. Honden in minder poëtische poses.

00:16:09
Erik Hinterding: Hij vond het ontzettend leuk. Hij heeft vaak honden in zijn werk verwerkt. Niet alleen in schilderijen, maar ook veelvuldig in tekeningen en etsen. Hij geeft ze altijd een bijzondere rol. Het is zelden alleen maar een hondje dat er zit. Ze zijn iets aan het doen. Wat ik zelf memorabel vind, is de voorstelling van de barmhartige Samaritaan die wordt afgeleverd bij de herberg. Je ziet de herberg met een stenen trap. Bovenaan is de barmhartige Samaritaan die bij de herbergier wordt afgeleverd. Op de voorgrond zie je opeens een kakkende poedel. Die poedel komt meer voor in het werk van Rembrandt. Hij heeft een zelfportret gemaakt waar precies zo'n zelfde poedel voor hem zit als een soort jachthond. Ook daar voegt hij weer honden toe, maar in een bijzondere rol.

00:17:10
Erik Hinterding: Het is niet alleen voor de sier. Hij geeft er een draai aan. Misschien had hij er aardigheid in om dat soort gekke streken uit te halen.

00:17:16
Marte Sophie Meessen: Hij doorbreekt die serieuze thematiek van de Bijbelse verhalen door zo'n hondje, dat je in het dagelijks leven ook op straat kon zien, toe te voegen. De herkenbaarheid misschien.

00:17:29
Erik Hinterding: Ja, want het wordt een alledaagse scène. De hond erin maakt het tot een iets alledaagsere scène dan het Bijbelse verhaal suggereert.

00:17:39
Janine Abbring: Het haalt de heiligheid er vanaf. Even terug naar die hulphond. Marte Sophie, is er een geschiedenis van de hulphond te geven? Wanneer ontstond het concept hulphond en hoe zie je of een hond een hulphond was? Hier zagen we de belletjes.

00:17:57
Marte Sophie Meessen: Er is een geschiedenis van hulpmiddelen en van mensen die hulpmiddelen gebruikten. De hond is daar een van. De officiële term 'hulphond' is meer recent. Dat is een twintigste-eeuwse benaming, maar het fenomeen komt al veel langer voor.

00:18:16
Janine Abbring: Wanneer zagen we dat voor het eerst in de kunstgeschiedenis?

00:18:19
Marte Sophie Meessen: Daar zijn theorieën over. Dat gaat ver terug. Er is nu bij de Universiteit Leiden een onderzoek door dr. Krista Milne. Zij gaat zich specifiek richten op hulpmiddelen en hulphonden in middeleeuwse manuscripten. Daarin komen ze al in de randen voor, maar ook al in de zestiende en zeventiende eeuw in onze eigen collectie van het Rijksmuseum. Op die manier zijn ze herkenbaar, omdat ze vaak zijn afgebeeld met een blind persoon. Eigenlijk altijd aan de lijn en dan in de hand gehouden of aan het middel gebonden. Erik zei dat al eerder zei bij de blinde violist. Vaak is het zo dat het duidelijk is dat die blinde persoon niet kan zien, door bijvoorbeeld een hoed of afscherming van de ogen weer te geven. Op die manier is het herkenbaar als patroon.

00:19:18
Marte Sophie Meessen: Over de rol van die hulphond kan je speculeren. Het komt zo vaak voor dat je bijna moet kunnen stellen dat honden een bepaalde rol hadden voor die mensen.

00:19:30
Janine Abbring: Misschien niet zo heftig opgevoed zoals blindengeleidehonden nu. Weet je het verschil tussen links en rechts? Honden kunnen nu kastjes openen voor mensen met een fysieke beperking. Daar moet je ze voor trainen. Ik weet niet of ze dat deden in de zeventiende eeuw, maar misschien wel ervoor zorgen dat je niet ergens tegenaan liep.

00:19:50
Erik Hinterding: Het is niet helemaal duidelijk wat hun rol precies was. Op welke manier hielpen ze de blinden? Je ziet wel dat het altijd afgebeeld wordt, dus die hond hoort erbij. Die moet een functie hebben gehad.

00:20:07
Janine Abbring: Wat voor soort honden waren geschikt als hulphond? Zijn dat dezelfde types als nu? Hoelang bestaan golden retrievers?

00:20:18
Marte Sophie Meessen: Ik heb het opgezocht. De labrador, die een klassieke hulphond is, is in de tweede helft van de negentiende eeuw in Nederland gekruist en terechtgekomen. Die is op basis van karaktereigenschappen gekozen als een geschikte hond om te trainen voor bepaalde kwalificaties. Ik ben geen expert en weet niet wat voor rassen en type honden Rembrandts honden en honden in de geschiedenis an sich zijn. Wat me specifiek bij de werken in de collectie van het Rijks opviel, is dat die honden vaak kleiner zijn. Een beetje kniehoogte. De reden daarvoor weet ik niet. Ik kan me voorstellen dat zo'n hondje je niet zo snel omver trekt, maar je wel richting kan geven, kan assisteren of waarschuwen. In die zin denk ik dat er wat kleinere hondjes werden gebruikt.

00:21:15
Erik Hinterding: De hond bij de blinde violist is zo'n typisch rafelig, scruffy hondje. Je kan je voorstellen dat het voor een deel vuilnisbakkenrassen waren.

00:21:25
Janine Abbring: Ja, natuurlijk. Het is niet zo dat ze stamboomhonden hielden. Marte Sophie, wat is in het onderzoek dat jij hebt gedaan naar die diversiteit in de kunstgeschiedenis een eye opener geweest? Iets dat je meteen hebt verteld toen je thuiskwam.

00:21:41
Marte Sophie Meessen: De hoeveelheid verhalen die zijn te vertellen. We begonnen dit onderzoek met een paar ideeën, handvatten en verhalen die we kenden. Als je kijkt naar de representatie in de kunst, dus de verbeelding van mensen met een beperking, is dat over de hele breedte te zien. Hetzelfde geldt voor biografieën. Als je kijkt naar de levensverhalen van makers of afgebeelde personen, kom je erachter dat iedereen wel eens ergens doorheen gaat. Vroeger was de zorg anders en werd door familie of omgeving gedaan. Er waren niet veel instellingen, mogelijkheden of mantelzorgers, dus er was veel creativiteit. Er waren veel mensen die met hulpmiddelen en hun eigen omgeving tot goede oplossingen kwamen.

00:22:37
Erik Hinterding: Terug naar de hulphond en de talloze honden die Rembrandt in zijn oeuvre heeft verwerkt. Dat waren niet allemaal hulphonden.

00:22:46
Janine Abbring: Nee, dat is duidelijk.

00:22:47
Erik Hinterding: Het is voor een deel ook jacht- en gezelschapshond.

00:22:51
Janine Abbring: Had Rembrandt zelf een hond?

00:22:54
Erik Hinterding: Ik vermoed het, omdat die poedel een aantal keer in zijn oeuvre voorkomt rond dezelfde tijd. Het zou zomaar kunnen dat het de huishond was, maar er is niets over gedocumenteerd.

00:23:10
Janine Abbring: Dit was een aflevering van 'In het Rijksmuseum'. Als je vragen, opmerkingen of wensen hebt, stuur dan een audiobericht naar podcast@rijksmuseum.nl of laat een comment achter. Volgende week zetten we een eerdere aflevering opnieuw in ons kanaal, omdat het zo mooi past in het thema van de Maand van de Geschiedenis, lichaam en geest. Dan hoor je Marte Sophie Meessen meer vertellen over zichtbaarheid van mensen met een fysieke en mentale beperking in de collectie van het Rijksmuseum.

Abonneer je op In het Rijksmuseum met je favoriete podcastspeler

Met dank aan

In het Rijksmuseum is powered by ING.