Klokvormige kom met opengewerkte wand en bloemtakken in medaillons

anoniem, ca. 1635 - ca. 1650

Klokvormige kom van porselein, beschilderd in onderglazuur blauw. De wand van de kom is opengewerkt met daarin uitgespaard medaillons. In de medaillons bloemtakken (prunus, pioen, aster, camelia). De onderzijde van de wand met een band gestileerde bladmotieven. Op de buitenrand een band met servetwerk. De onderzijde en de buitenrand zijn ongeglazuurd. Een chip in de rand. Overgangsporselein in blauw-wit.

  • Soort kunstwerkkom
  • ObjectnummerAK-NM-6913-B
  • Afmetingenhoogte 5 cm, rand: diameter 8,9 cm, voet: diameter 3,6 cm
  • Fysieke kenmerkenporselein met onderglazuur blauw en ajourwerk

Identificatie

  • Titel(s)

    Klokvormige kom met opengewerkte wand en bloemtakken in medaillons

  • Objecttype

  • Objectnummer

    AK-NM-6913-B

  • Beschrijving

    Klokvormige kom van porselein, beschilderd in onderglazuur blauw. De wand van de kom is opengewerkt met daarin uitgespaard medaillons. In de medaillons bloemtakken (prunus, pioen, aster, camelia). De onderzijde van de wand met een band gestileerde bladmotieven. Op de buitenrand een band met servetwerk. De onderzijde en de buitenrand zijn ongeglazuurd. Een chip in de rand. Overgangsporselein in blauw-wit.


Vervaardiging

  • Vervaardiging

    pottenbakker: anoniem, China

  • Datering

    ca. 1635 - ca. 1650

  • Zoek verder op

  • School / Stijl


Materiaal en techniek

  • Fysieke kenmerken

    porselein met onderglazuur blauw en ajourwerk

  • Afmetingen

    • hoogte 5 cm
    • rand: diameter 8,9 cm
    • voet: diameter 3,6 cm

Toelichting

  • AK-NM-6913 Twee kommen • Overgangsporselein • Onderdeel van Royers porseleinverzameling • Met dank aan Fan Lin, Qinxin He and Erika Riccobon, Universiteit Leiden, voor informatie over de voorstelling Bloemen representeren vaak de een van de seizoenen. Deze kommen hebben vijf en niet vier medaillons dus een verbeelding van de vier seizoenen gaat niet precies op. Omdat de associaties zo sterk zijn, volgen hier toch per kom de bloemen en hun seizoenen. Soms zijn bloemen moeilijk te herkennen dus er is enig voorbehoud. AK-NM-6913-A: perzikbloesem (voorjaar), lotus (zomer), chrysant (herfst) en pruimenbloesem (winter). AK-NM-6913-B camelia (voorjaar), zonnebloem (zomer), pruim (winter), pioen (zomer), perzik[vrucht] (zomer). Dergelijke kommen komen geregeld voor in Nederlandse collecties – zie Jörg 1997, nr. 71 en de daar genoemde verwijzingen. Een VOC-dienaar merkte in 1634 op dat ‘doorluchtich off doorsneede porceleyn’ zeer gevraagd was in Nederland. Die vraag bleef blijkbaar bestaan, want ook in de Hatcher jonk (gezonken in 1643) kwamen deze kommen nog voor [Sheaf en Kilburn 1988, pl. 110]. In datzelfde jaar bestelde de VOC 2000 ‘dito [copkens] heel doorsneden’ (volgt op halfdoorsneden copkens: reliëf) bij de porseleinkoopman Jousit [Ketel 2021, Appendices, p. 154]. Opengewerkte keramiek past in een Chinese traditie [Welsh 2004], binnenlandse en buitenlandse vraag bepaalden samen het assortiment dat werd geproduceerd. Over het algemeen wordt van dit type kom aangenomen dat het specifiek voor de Europese markt werd gemaakt. Maar een iets latere, maar verder identieke kom, van volstrekt uitmuntende kwaliteit bevindt zich in de collectie van het Palace Museum in Peking [Chen 2005, nr. 124]. Daaruit mogen we opmaken dat ook aan het hof interesse bestond voor keramiek die in de dynamiek van de internationale commerciële wereld ontstond. Het is interessant dat de liefde voor dergelijke opengewerkte kommen blijkbaar in Parijs in de 18de eeuw voortleefde. De marchand mercier Laurent Danet had in 1720 vier koffiekoppen in zijn assortiment ‘worked in filigree openwork, painted blue’ [Castelluccio 2013, p. 104]. Sporen van een 18de-eeuwse belangstelling voor ouder porselein zijn van betekenis voor een goed begrip van Royers porseleincollectie die in vrijwel in haar geheel uit oud porselein bestond. Bronnen: Colin Sheaf en Richard Kilburn, The Hatcher porcelain cargoes: the complete record, Oxford 1988. Christiaan J.A. Jörg, Chinese ceramics in the collection of the Rijksmuseum, Amsterdam: the Ming and Qing dynasties, Londen, 1997. Linglong (cat. Jorge Welsh, introd. Teresa Canepa), Londen, 2004. Runmin Chen, Qing shunzhi kangxi chao qinghuaci, Peking, 2005. Stephane Castelluccio, Collecting Chinese and Japanese porcelain in pre-revolutionary Paris, Los Angeles 2013. Christine Louise Ketel, Dutch demand for porcelain: the maritime distribution of Chinese ceramics and the Dutch East India Company (VOC), first half of the 17th century, N.pl., 2021.


Verwerving en rechten

  • Copyright

  • Herkomst

    ...; collection Jean Theodore Royer (1737-1807), The Hague;{Note RMA.} bequeathed by his widow to King William I, 1814;{Note RMA.}; transferred to the Royal Cabinet of Curiosities, The Hague, 1816;{Note RMA.} from whom transferred to the museum, 1885


Documentatie


Duurzaam webadres