Twee kandelaars

anoniem, ca. 1780 - ca. 1800

Deze kandelaars kwamen waarschijnlijk aan het eind van de 18de eeuw naar Europa. Het zijn vroege voorbeelden van het porselein uit de ovens van Mikawachi (in de buurt van Nagasaki), dat ook in Europa erg geliefd werd. In tegenstelling tot de latere voorbeelden rechts in deze
vitrine, is de kleur van het blauw wat donkerder en het porselein minder fijn.

  • Soort kunstwerkkandelaar
  • ObjectnummerAK-NM-6656-B
  • Afmetingengeheel: hoogte 44,1 cm, houder: diameter 6,8 cm, voet: diameter 17,6 cm
  • Fysieke kenmerkenporselein met onderglazuur blauw

Identificatie

  • Titel(s)

    • Twee kandelaars
    • Kandelaar met conische knobbelsteel en kaarsenhouder en voet met een rivierlandschap
  • Objecttype

  • Objectnummer

    AK-NM-6656-B

  • Beschrijving

    Kandelaar van porselein met conische steel met negen ringvormige verdikkingen, klokvormige voet met een geribde wand en een kopvormige kaarsenhouder met geribde wand en gelobde rand. Beschilderd in onderglazuur blauw. De ringvormige knobbels met blauwe banden. De voet en de kop met een doorlopend rivierlandschap met paviljoens, bomen, rotsen en bootjes op het water. Aan de bovenzijde van de voet een verdiepte cirkel waar het bovenste deel van de kandelaar op geplaatst wordt. Voet en steel zijn aan elkaar gelijmd. Blauw-wit.


Vervaardiging

  • Vervaardiging

    pottenbakker: anoniem, Japan

  • Datering

    ca. 1780 - ca. 1800

  • Zoek verder op

  • School / Stijl


Materiaal en techniek

  • Fysieke kenmerken

    porselein met onderglazuur blauw

  • Afmetingen

    • geheel: hoogte 44,1 cm
    • houder: diameter 6,8 cm
    • voet: diameter 17,6 cm

Toelichting

  • AK-NM-6656 Vier kandelaars • Japans blauw-wit • Mogelijk onderdeel van Royers porseleincollectie • Oorspronkelijk 10 exemplaren, 6 afgestoten door het museum in 1923 (inventaris Van der Kellen 1876) Deze kandelaars zijn gemaakt in de porseleinovens van Hirado nabij Nagasaki. Ze hebben een vorm die over het algemeen voorkomt in metaal en veel gebruikt wordt in boeddhistische tempels. Een lakwerk navolging uit de 16de eeuw is bekend [Watt en Ford 1991. nr. 93], in porselein komen ze niet of nauwelijks voor. Volgens de administratie van het museum zouden de kandelaars van Royer moeten zijn geweest, maar het is de vraag of dat waar is of dat ze later, in de periode na de overdracht van de collectie naar het museum (Kabinet van Zeldzaamheden) en vóór de voorwerpen in 1876 werden genummerd en er een inventaris werd aangelegd. Ook in de 18de eeuw werd fraai blauw-wit porselein in Hirado gemaakt. Het zou dus kunnen, maar op stilistische gronden is een datering in de 19de eeuw waarschijnlijker (vriendelijke mededeling Willem Lunsingh Scheurleer, verzamelaar en Hirado-kenner, gebaseerd op Noda 1993, afb. 133). Bronnen: James C.Y. Watt and Barbara Brennan Ford, East Asian lacquer: the Florence and Herbert Irving collection, New York, 1991. Toshio Noda, Miwaku no ko-hirado-yaki: kurashi no jiki to shikki no keishō (The charm of old Hirado wares: shapes of daily utensils in porcelain and lacquer ), Soujusha,Tokyo, 1993.


Verwerving en rechten

  • Copyright

  • Herkomst

    ...; collection Jean Theodore Royer (1737-1807), The Hague;{Note RMA.} bequeathed by his widow to King William I, 1814;{Note RMA.}; transferred to the Royal Cabinet of Curiosities, The Hague, 1816;{Note RMA.} from whom transferred to the museum, 1885


Documentatie


Gerelateerde objecten

  • Gerelateerd


Duurzaam webadres