Klokvormige kop met een landschap, de buitenzijde bedekt met riet

anoniem, ca. 1750 - ca. 1799

Klokvormige kop van porselein, beschilderd in onderglazuur blauw en bedekt met gevlochten riet. Op de bodem een landschap met bergen, bomen en een paviljoen. De buitenwand is bedekt met gevlochten riet. Blauw-wit.

  • Soort kunstwerkkop
  • ObjectnummerAK-NM-6514
  • Afmetingenhoogte 2,9 cm, rand: diameter 6 cm, voet: diameter 3 cm
  • Fysieke kenmerkenporselein met onderglazuur blauw en gevlochten riet

Identificatie

  • Titel(s)

    Klokvormige kop met een landschap, de buitenzijde bedekt met riet

  • Objecttype

  • Objectnummer

    AK-NM-6514

  • Beschrijving

    Klokvormige kop van porselein, beschilderd in onderglazuur blauw en bedekt met gevlochten riet. Op de bodem een landschap met bergen, bomen en een paviljoen. De buitenwand is bedekt met gevlochten riet. Blauw-wit.


Vervaardiging

  • Vervaardiging

    pottenbakker: anoniem, Japan

  • Datering

    ca. 1750 - ca. 1799

  • Zoek verder op

  • School / Stijl


Materiaal en techniek

  • Fysieke kenmerken

    porselein met onderglazuur blauw en gevlochten riet

  • Afmetingen

    • hoogte 2,9 cm
    • rand: diameter 6 cm
    • voet: diameter 3 cm

Toelichting

  • AK-NM-6514 Kopje met vlechtwerk • Porselein met gevlochten riet • Mogelijk onderdeel van Royers porseleincollectie Dit kopje is aan de buitenzijde voorzien van vlechtwerk. Voorwerpen van gevlochten riet en andere materialen komen voor in veel oud verzamelingen met buiten-Europese voorwerpen. Royer had ook gevlochten manden in zijn verzameling (nu in museum Volkenkunde RV-360-387, -388 en -399). Een combinatie van vlechtwerk met lak is algemener dan vlechtwerk met porselein. Vroege voorbeelden van deze specifieke combinatie zijn te vinden in Denemarken, in de koninklijke collectie. Die stukken worden al in een inventaris van 1690 genoemd [Dam-Mikkelsen 1980, EAc 127-129, p. 212]. Ook in de Habsburgse Kunstkammer in Wenen komen zulke lakwerk kopjes met vlechtwerk voor [Seipel 2000, nrs. 188-191]. David van der Kellen inventariseerde dit kopje in 1876 in het Koninklijk Kabinet van Zeldzaamheden en schreef het toen in de inventaris in (met nummer 9233, hernummerd 6514 in het Rijksmuseum). We gaan ervan uit dat al het porselein dat toen zonder duidelijk herkomstgegevens in het Kabinet stond, behoorde tot de grote porseleincollectie van Royer. Die was daar in 1816 zonder specificatie van de afzonderlijke stukken binnengekomen [Van Campen 2021, pp. 66-70]. Toch is er in dit geval wel reden voor twijfel: dit is geen ‘gewoon’ stuk porselein dat in Royers porseleinkamer thuishoorde, maar eerder een verzamelaarsstuk voor de studiecollectie. In de studiecollectie waren wel alle voorwerpen per stuk zorgvuldig beschreven in 1816. En in die beschrijving is dit kopje niet terug te vinden. Dus: in ieder geval afkomstig uit het Koninklijk Kabinet van Zeldzaamheden vóór 2876, en misschien uit de collectie Royer. Bronnen: Bente Dam-Mikkelsen, Etnografiske genstande i det kongelige danske Kunstkammer, 1650-1800 = Ethnographic objects in the royal Danish Kunstkammer, 1650-1800, Kopenhagen, 1980. Wilfried Seipel (red.), Exotica: Portugals Entdeckungen im Spiegel fürstlicher Kunst- und Wunderkammern der Renaissance, Milaan/Wenen, 2000. Jan van Campen, Collecting China: Jean Theodore Royer (1737-1807), collections and Chinese studies, Hilversum, 2021.


Verwerving en rechten

  • Copyright

  • Herkomst

    ...; collection Jean Theodore Royer (1737-1807), The Hague;{Note RMA.} bequeathed by his widow to King William I, 1814;{Note RMA.}; transferred to the Royal Cabinet of Curiosities, The Hague, 1816;{Note RMA.} from whom transferred to the museum, 1885


Documentatie


Duurzaam webadres