Ze lopen in tredmolens, fungeren als lastdier of trekken koetsen, ploegen en trekschuiten voort. Aan het eind van de 19de eeuw ontstaat in grote Westerse steden een probleem: het aantal paarden is te hoog opgelopen. Wat te doen met de overvolle straten en de vervuiling door mest? Er wordt in 1898 zelfs een internationale conferentie gehouden om dit te bespreken. Niet veel later wordt het probleem opgelost door de opkomst van de auto. Zo raken ook de paardentram en postkoets in onbruik door het groeiende gemotoriseerde verkeer. Paarden blijven wel nog geruime tijd in gebruik bij de Nederlandse krijgsmacht. De kunstenaar George Hendrik Breitner tekent graag stedelijke werkpaarden, maar bezoekt ook exercities van de cavalerie en veldartillerie om daar schilderijen van te maken.
Aan de slag met de collectie:











































