In het Rijksmuseum bevinden zich 15 vlaggen, die in de 19de eeuw door de Nederlandse marine zijn buitgemaakt tijdens gevechten op zee of op rivieren in Indonesië.

De koloniale oorlogen werden gevoerd in verschillende regio's van het uitgestrekte Indonesische eilandenrijk. Met geweld probeerde Nederland zijn koloniale gezag in Nederlands-Indië te vestigen, vooral om de handel en handelsroutes in handen te krijgen. De vlaggen hoorden oorspronkelijk bij lokale machthebbers en strijders die in verzet kwamen tegen de Nederlandse overheersing. Sommige vlaggen waren wel 5 meter lang en dienden als herkenningsteken in de strijd. Anderen waren versierd met islamitische tekens en spreuken, wat ze een religieuze lading geeft. De verovering van een vlag maakte deze tot een trofee. De buitgemaakte vlaggen werden naar Nederland gestuurd als bewijs van behaalde overwinningen en belandden uiteindelijk in het Rijksmuseum.