Na de Tweede Wereldoorlog gaat een groot deel van Nederland op de schop, waarbij boeren onderling stukken grond herverdelen. Deze door de overheid gestimuleerde herverdeling van landbouwgrond is gericht op het uitbreiden en vervlakken van kavels, waardoor nieuwe percelen ontstaan en de productiviteit wordt vergroot. De mechanisatie van de landbouw, zoals de introductie van de tractor, speelt hierbij een grote rol. Door ruilverkaveling verandert het landschap ingrijpend; sloten, greppels, houtwallen, bosjes, bomenrijen en landweggetjes verdwijnen. In de jaren zestig groeit de maatschappelijke kritiek en de behoefte om het land ook in te richten voor natuurbehoud, infrastructuur, recreatie en cultuurhistorie. In 1985 wordt de Wet op Ruilverkaveling vervangen door de Landinrichtingswet, die nieuwe vormen van landinrichting introduceert en een integraler doel dient.
Aan de slag met de collectie:































