Ruim drie eeuwen bewaarde de Amsterdamse familie Van Eeghen dit tekenboek uit de vroege 17de eeuw. Een zeldzaam exemplaar: nog volledig intact, met spectaculaire tekeningen van een bijna vergeten kunstenaar. Leer meer over dit bijzondere boek.
Een presentatie rondom het Van Eeghen tekenboek is van 19 augustus t/m 29 november te zien in zaal 2.7.
In het echt zien?
Wil je het werk in het echt zien? Kom dan langs in het Rijksmuseum! We vertellen je er daar graag nog meer over.
Volledig intact
Er zijn maar weinig tekenboeken uit het begin van de 17de eeuw bewaard gebleven. Wat er nog wel is, bestaat vaak uit losse bladen: die brachten meer op dan een compleet boek. En dus werden tekenboeken vaak uit elkaar gehaald.
Het Van Eeghen Tekenboek bleef intact. Dat is heel uitzonderlijk.
Generatie op generatie
Ruim drie eeuwen was dit boek in het bezit van de Amsterdamse familie Van Eeghen, naar wie het boek vernoemd is. Van generatie op generatie werd het zorgvuldig doorgegeven, totdat de familie recent besloot het boek aan het Rijksmuseum te schenken.
Rombout Uylenburgh
Lange tijd was het onbekend wie de spectaculaire tekeningen in het boek had gemaakt. Zo'n 20 jaar geleden werden ze door de vorige eigenaar teruggeleid tot Rombout Uylenburgh en zijn werkplaats.
In zijn eigen tijd was Uylenburgh een gevierd en gevestigd kunstenaar. Van zijn werk is nu nog maar een handvol stukken bekend.
Van Leeuwarden naar Polen
Rombout Uylenburgh kwam uit Leeuwarden. Waarschijnlijk verhuisde hij op jonge leeftijd met zijn familie naar de Poolse stad Krakau, waar koning Sigismund III hof hield. Daar werkte Rombout zich op tot hofschilder.
Rond 1612 vestigde hij zich in de Poolse havenstad Danzig, het huidige Gdańsk, waar hij zijn carrière voortzette. Eén van zijn specialismen: grisailles, schilderijen uitgevoerd in grijstinten.
Vergetelheid
Uylenburgh overleed in 1627 of 1628 in Danzig. Zijn naam raakte langzaam in de vergetelheid.
Ook Rombouts broer Hendrick was actief in de kunstwereld, als kunsthandelaar. Na zijn terugkeer in Amsterdam werd hij de compagnon van niemand minder dan Rembrandt. In 1634 trouwde Rembrandt met Saskia, de nicht van Rombout en Hendrick.
Reyer Claessoon
Op de band staan in gouden letters de woorden Konstboeck voor Reyer Claessoon. Reyer Claesz. was een koopman, afkomstig uit Enkhuizen. Voor de handel vestigde hij zich in Danzig.
Waarschijnlijk kende hij Rombout Uylenburgh goed: beide mannen waren doopsgezind.
Blauw papier
Een deel van de tekeningen is op blauw papier is uitgevoerd. Dat papier is eerst blauw geverfd, waarna er met pen, penseel, verschillende kleuren inkt en witte verf op gewerkt is.
Waarom blauw? Dat werkt als een soort middentoon die je donkerder en lichter kunt maken. Daardoor kun je heel veel diepte aanbrengen in de compositie en krijg je een tekening met heel intens kleurcontrast, waardoor de tekeningen dramatisch en levendig worden.
Kleuren
Doordat de tekeningen nagenoeg niet aan licht zijn blootgesteld, zijn de kleuren nog even verbluffend als vierhonderd jaar geleden.
Krabbels
Naast de uitgewerkte tekeningen bevat het boek ook allerlei krabbels en kleine tekeningen, bijvoorbeeld van vogels en andere dieren. Ook schreven verschillende familieleden hun naam erin.
Onderzoek
Naast Rombout en zijn werkplaats, werkten er ook nog andere kunstenaars in het boek. Wie zij precies waren, weten we nog niet. Speurwerk voor de toekomst.
Ook Rombouts eigen werkwijze is nog lang niet ontrafeld. En waar het boek precies voor diende? Ook dat weten we nog niet. Kortom: er is nog genoeg te ontdekken.

