10 dingen over Carel Visser

Eigentijds, tegendraads en altijd op zoek naar ‘hèt beeld’. Carel Visser is de meest toonaangevende Nederlandse beeldhouwer van de twintigste eeuw. Maak kennis met zijn werk.

{{ 1 | leadingZero }}

Machines en weilanden

Visser werd in 1928 geboren in Papendrecht, onder de rook van Dordrecht. Zijn vader was directeur van Visser & Smit, een aannemingsbedrijf in waterleidingen en watertorens. Als kind speelde Visser tussen de machines, werkte met ijzer in de werkplaats en tekende dieren in de weilanden. Het materiaal waarmee hij later beroemd zou worden, kende hij al van kleins af aan.

{{ 2 | leadingZero }}

Drie diploma's

Een studie architectuur in Delft brak hij af en de kunstacademie vond hij "verpeste tijd". Tijdens zijn leven haalde hij drie diploma's: zwemmen, de hbs en lassen. Met dat laatste zou hij de Nederlandse beeldhouwkunst veranderen.

{{ 3 | leadingZero }}

Plakboekjes

Al van jongs af aan knipte Visser plaatjes uit tijdschriften: dieren, auto’s, prehistorische beeldjes, verkeersviaducten, gebouwen. Hij plakte ze bij elkaar op basis van overeenkomsten in vorm en textuur. Die speelse, associatieve plakboeken vormen misschien wel de sleutel tot zijn oeuvre.

{{ 4 | leadingZero }}

IJzer en staal

In een tijd dat de meeste Nederlandse beeldhouwers nog in traditionele materialen zoals brons, hout of steen werkten, koos Visser voor industrieel ijzer en staal, aangeleverd in balken en platen, en maakte hij zijn beelden met lasapparaat en snijbrander. Lasnaden liet hij zichtbaar, en de ‘huid’ mocht roesten of werd zwart gemaakt met gebrande olie.

{{ 5 | leadingZero }}

Parende ooievaars

Op jonge leeftijd zag Visser parende ooievaars op het dak van zijn buren in Papendrecht. Dat schouwspel van aantippen en loslaten, samenkomen en uiteengaan, liet hem nooit meer los. Zijn beelden uit de jaren vijftig zijn vol van vogels, en het thema komt tientallen jaren later nog terug.

{{ 6 | leadingZero }}

Spiegelingen

Na een reis over Sardinië en Sicilië in 1957 raakte Visser gefascineerd door spiegelingen: golven, bergen die zich weerkaatsten in het water. Hij bouwt zijn beelden dan op uit twee vormen die elkaars spiegelbeeld zijn. Het oogt eenvoudig, maar zorgt voor maximale spanning. Sommige van zijn mooiste werken lijken door die verdubbeling zelfs te zweven.

{{ 7 | leadingZero }}

Openbare ruimte

Vanaf de jaren zestig plaatsten tientallen Nederlandse steden en bedrijven werk van Visser in de openbare ruimte, van Amsterdam tot Zeewolde. Als beeldhouwer van de wederopbouw drukte hij zijn stempel op heel Nederland

{{ 8 | leadingZero }}

Salami

In de jaren zestig bedacht Visser het 'salamiconcept': twee identieke ijzeren balken, maar één in acht gelijke stukjes gezaagd en verschoven. Hoever kun je de balans tarten voordat alles omvalt? Met die uitdagende beelden veroverde hij Venetië, Londen en New York.

{{ 9 | leadingZero }}

Vietnamoorlog

In de jaren zeventig brak hij radicaal met zijn strakke, wiskundige stijl. Zijn reden: Vietnam had laten zien dat een leger op fietsen kon winnen van een supermacht. De tijd van strakke orde was voorbij. De grilligheid van de natuur kwam ervoor in de plaats.

{{ 10 | leadingZero }}

Vliegende vis

Een van de grootste opdrachten die Visser op latere leeftijd kreeg, was een enorm kunstwerk voor de nieuwe Vertrekhal 3 van Schiphol. Alle elementen uit zijn oeuvre voegde hij samen: de natuur, de geometrisch-abstracte vormen en het gebruik van het onedel ijzer. Ook het werkmodel van de Vliegende vis is met 3,5 meter al indrukwekkend.