09-06-2026 - Janine Abbring en conservator Marian Cousijn en kunsthistoricus Gioia Smid
Van het rode kraanwagentje van Pluk van de Petteflet tot de zwart-witte silhouetten van Jip en Janneke: wie is er niet opgegroeid met de iconische illustraties van Fiep Westendorp? Zo’n 150 originele tekeningen zijn deze zomer te zien in het Rijksmuseum. Wie was Fiep Westendorp, en hoe werkte ze? Hoe komt het dat haar werk na 70 jaar nog altijd immens populair is?
Janine Abbring gaat in gesprek met conservator Marian Cousijn en kunsthistoricus Gioia Smid, schatbewaarder van het werk van Fiep Westendorp en jarenlang goede vriendin van haar. De tentoonstelling Fiep Westendorp, met zo’n 150 originele tekeningen in twee zalen, is te zien van 19 juni t/m 13 september 2026.
Luister
Lees het uitgeschreven gesprek
00:00:04 Janine Abbring: Van het rode kraanwagentje van Pluk van de Petteflet tot de zwart-witte silhouetten van Jip en Janneke, wie is er niet opgegroeid met de iconische illustraties van Fiep Westendorp? Zo'n 150 originele tekeningen zijn deze zomer te zien in het Rijksmuseum. Wie was Fiep Westendorp en hoe werkte ze? En hoe komt het dat haar werk na zeventig jaar nog altijd immens populair is? Mijn naam is Janine Abbring en dit is In het Rijksmuseum. In deze aflevering ga ik in gesprek met conservator Marian Cousijn en kunsthistoricus Gioia Smid, schatbewaarder van het werk van Fiep Westendorp en jarenlang goede vriendin van haar. Gioia, Fiep Westendorp zag haar illustraties als haar kinderen. Op een gegeven moment vroeg ze jou om op die kinderen te passen. Daar komen we nog over te spreken. Ik wil even terug naar een moment daarvoor. Hoe ontdekte jij dat al die kinderen nog bij Fiep thuis woonden?
00:01:01 Gioia Smid: Het begon met een tentoonstelling over Annie M.G. Schmidt, die ik maakte voor het Theater Instituut. Wij wilden boekillustraties laten zien en toen mocht ik naar Fiep. Ik mocht naar boven, naar haar atelier en woonruimte. Daar kwamen de tekeningen en die mocht ik uitzoeken. Dat heb ik toen gedaan voor die tentoonstelling. Veel later bleek dat haar hele huis vol lag met tekeningen.
00:01:27 Janine Abbring: Want jullie raakten bevriend.
00:01:28 Gioia Smid: Wij raakten bevriend, precies. Op een gegeven ogenblik had Fiep wondroos gekregen aan haar been. Ze kon niet meer naar boven lopen en ging beneden wonen. Toen vroeg ik haar waar haar tekeningen waren. Ze zei dat die allemaal nog boven lagen. Ik was heel verbaasd. Maar omdat wij goede vrienden waren geworden in de loop van die jaren, vroeg ik of ik eens mocht gaan kijken. Ja, ga jij maar kijken.
00:01:50 Janine Abbring: Dus jij boven.
00:01:51 Gioia Smid: Ik naar boven.
00:01:52 Janine Abbring: Die trappen op. Was dit aan de Willemsparkweg?
00:01:54 Gioia Smid: Ja, aan de Willem Parkweg.
00:01:55 Janine Abbring: In Amsterdam.
00:01:55 Gioia Smid: Ja.
00:01:56 Janine Abbring: Jij die trap op. Wat dacht je te vinden?
00:01:59 Gioia Smid: Ik weet niet. Ik dacht: ik ga gewoon kijken. Het lag daar allemaal alsof zij zo was weggelopen, wat ook zo was, want ze was plotseling heel ziek geworden. Er was helemaal niemand meer naar boven gegaan.
00:02:10 Janine Abbring: Wat zag je? Ik ben zo benieuwd.
00:02:12 Gioia Smid: Een tekentafel vol spullen. Op een gegeven ogenblik dacht ik: ik doe eens een kastje open. De tekeningen kwamen zowat op me af. Ik keek onder het bed en daar lagen grote dozen met de tekeningen van Jip en Janneke. Dat lag overal in die ene kamer.
00:02:27 Janine Abbring: Onder het bed, in dozen.?
00:02:29 Gioia Smid: Onder het bed, in een doos.
00:02:29 Janine Abbring: Dat is alsof je een schatkamer opent.
00:02:32 Gioia Smid: Dat was het ook. Dat vond ik ook. Ik zei dus tegen Fiep dat dat zo niet kon. Daar moest naar gekeken en voor gezorgd worden. Die tekeningen konden daar niet zo blijven liggen. Dat vond ze allemaal een beetje onzin. Ik zei dat we daar een tentoonstelling over konden maken, want dat was mijn werk tenslotte. Toen zei ze dat niemand daarin geïnteresseerd was.
00:02:54 Janine Abbring: Wel die drang om alles te bewaren, maar toch denken dat niemand erop zit te wachten. Een soort gekke bescheidenheid. Marian, jij zit te knikken. Herken je dat?
00:03:06 Marian Cousijn: Ik merk dat er een tegenstelling is. Enerzijds neemt ze zichzelf niet zo heel serieus, maar haar vak en haar werk neemt ze superserieus.
00:03:17 Gioia Smid: Ja, helemaal waar.
00:03:18 Marian Cousijn: Hoe zie jij dat dan? Ze neemt die tekeningen heel serieus, bewaart ze en slaat ze thuis op, en vervolgens denkt: ze verdienen geen podium. Niemand zit er op te wachten.
00:03:27 Gioia Smid: Dat is denk ik een beetje valse bescheidenheid. Ze vond het namelijk ontzettend leuk toen die tentoonstelling gemaakt was. Anders had ze dat niet gedaan. Dan had ze ze niet allemaal bewaard.
00:03:39 Janine Abbring: Mooi gezegd. Jezelf niet zo serieus nemen, maar je werk wel serieus nemen. Hoe wordt er eigenlijk als kunsthistoricus aangekeken tegen illustratie?
00:03:49 Marian Cousijn: Dat is interessant. Er is een aantal jaar geleden in het Rijksmuseum een tentoonstelling geweest over het werk van Dick Bruna. Daar was de tendens dat het niet slechts illustratie was, maar ook echt kunst. Ik wil dat onderscheid helemaal niet maken. Fiep Westendorp heeft altijd werk in opdracht gemaakt. Heel dienend aan een tekst. Ze heeft nooit gezegd dat ze een kunstwerk ging scheppen om autonoom aan de muur hangen bij iemand.
00:04:17 Janine Abbring: Dienend aan een tijdschrift, een krant, aan Annie M.G. Schmidt. Kinderboeken, maar ook boeken voor volwassenen.
00:04:24 Marian Cousijn: Illustratie is een kunstwerk, gemaakt in opdracht, dat dienend is aan een tekst. Zo zou je het kunnen zien. Dat betekent niet dat het een minder interessante afbeelding is dan een werk dat vrij is gemaakt.
00:04:39 Gioia Smid: Je moet toch ook keuzes maken als tekenaar.
00:04:42 Janine Abbring: Gioia, jij bent ook kunsthistoricus. Hoe kijk jij aan tegen illustratie?
00:04:46 Gioia Smid: Ik heb de strijd gevoeld. Is dit kunst of is dit toegepaste kunst? Want zo werd het bij ons altijd genoemd. Illustreren was toegepaste kunst en hoorde dus niet bij de hoge kunsten. Ik heb daar mijn gedachten over veranderd.
00:05:01 Janine Abbring: Wat grappig. Toen werd het niet gezien als kunst met een grote K, maar nu wel. En nu dus ook in het museum met de grote R. En terecht toch, Marian?
00:05:15 Marian Cousijn: Heel veel Nederlanders zijn opgegroeid met die afbeeldingen. Dat heb je van kinds af aan al gezien in die boeken van Jip en Janneke bijvoorbeeld, en op de sokken en broodtrommeltjes van de Hema. Je neemt het bijna voor lief, dus je let er niet op hoe virtuoos het is. Ik heb het laatst vergeleken met als je in het park loopt en een eend ziet. Dan denk je: ja, een eend. Maar als je daar goed naar gaat kijken, denk je: een eend is mooi! Jezus, dat is echt niet normaal. Met die kleuren, dat patroon en die streepjes. Dan denk je: Jezus, het is echt supermooi. Jip en Janneke zijn bijna een eend. Je denkt: dat is gewoon onderdeel van de dagelijkse wereld.
00:05:57 Janine Abbring: Vanzelfsprekend.
00:05:58 Marian Cousijn: En als je dan één zo'n werk voor je hebt, zonder tekst erbij... Het is niet in een boek afgedrukt. Er zitten geen vieze vette vingertjes op. Het is niet een onderdeel van het verhaal. Het hangt aan de muur.
00:06:07 Janine Abbring: Geen hagelslag tussen de pagina's.
00:06:09 Marian Cousijn: Geen hagelslag of stukjes rijstwafel. Het hangt aan de muur. Er zit een mooie lijst omheen. Je kijkt ernaar en dan denk je: dit is echt goed. Dit is zo goed gedaan, Het is zo mooi. Het onderscheid tussen kunst met een grote K en illustratie boeit mij niet zoveel. Het is allebei. Maar als je het in de context van het Rijksmuseum aan de muur hangt en er goed naar kijkt, dan kijk je er op een andere manier naar. De ene manier is niet beter dan de andere. Ze zijn allebei goed.
00:06:40 Janine Abbring: Ja, het zijn allebei [overlap 00:06:41]
00:06:41 Marian Cousijn: Zo kijk ik ernaar.
00:06:42 Gioia Smid: Ik ben het helemaal met je eens. Heel leuk. Heel goed gezegd.
00:06:45 Janine Abbring: Iedereen in Nederland kent het werk van Fiep Westendorp. Ik ben er zelf ook mee opgegroeid. Jij denk ik ook.
00:06:51 Marian Cousijn: Absoluut.
00:06:51 Janine Abbring: Jij ook, maar dan op een andere manier, ook als vriendin van Fiep. Jij zei dat wij het voor lief nemen, omdat het een onderdeel is van je kindertijd. Dus in eerste instantie denk je: daarom herken ik een Fiep Westendorp. Maar dat is niet waar, want ook als ik een tekening zou zien van een karakter dat ik nog niet ken, zou ik het kunnen herkennen als een Fiep Westendorp. Hoe kan dat? Waar zit hem dat in?
00:07:16 Marian Cousijn: Dat is ontzettend knap, hè? Je hoeft geen kunsthistoricus te zijn om dat meteen te zien. Daarom is het denk ik ook zo'n leuke tentoonstelling voor een groot publiek. Je bent al een kenner, omdat je bent opgegroeid in Nederland. Waar ligt het aan? Ze is ontzettend goed in mensen observeren, in lichaamshoudingen. Wat mij in het begin opviel, is dat iedereen op een winterkoninkje lijkt. Een heel klein, spits, neusje, totaal uit proportie. Heel dunne beentjes.
00:07:45 Janine Abbring: Dieren hebben altijd korte pootjes, net als vogeltjes. Een grappig winterkoninkje heeft inderdaad dat scherpe en spitse.
00:07:54 Marian Cousijn: De ogen staan heel ver uit elkaar, vaak op dezelfde hoogte als de neus of zelfs iets eronder. Dat is iets wat heel erg opvalt. De hoekigheid. Heel vaak zijn de schouders opgetrokken. Er zit heel erg veel beweging in. Mensen zijn aan het rennen of lopen. Of ze hellen heel erg naar voren of juist naar achter. Er zit heel veel mildheid en compassie in. De menselijke zwakten worden een beetje uitvergroot, maar met heel milde spot.
00:08:24 Janine Abbring: Wat voor opleiding heeft ze gedaan?
00:08:26 Gioia Smid: Ze was heel jong van de hbs af. Toen mocht ze van haar ouders naar de Koninklijke School voor Kunst, Techniek en Ambacht in Den Bosch. Vanuit Zaltbommel elke dag met de bus naar Den Bosch. Die heeft ze heel goed afgerond, met een 10 voor een poster die ze gemaakt had voor een paddenstoelententoonstelling. Die hangt ook in de tentoonstelling hier. Toen is ze naar de Academie voor Beeldende Kunsten in Rotterdam gegaan. Daar heeft ze een jaar les en een loge gehad en haar eerste opdrachten gemaakt. Toen is de oorlog uitgebroken en is de die academie helemaal verwoest door het bombardement. Ook al haar werk is toen verwoest.
00:09:15 Janine Abbring: Ach, wat zonde. Die oorlog speelt uiteraard een belangrijke rol in haar leven. Ze liep natuurlijk risico, want ze was toen al illustrator en het lag in de lijn der verwachting dat je dan door de Duitsers werd ingezet op enigerlei wijze.
00:09:33 Gioia Smid: Ze heeft geprobeerd dat zoveel mogelijk te voorkomen. Ze heeft de Kultuurkamer niet getekend. Ze is verdwenen. Ze zat in Den Haag en is naar Zaltbommel teruggegaan om zich gedeisd te houden en niet op te vallen.
00:09:47 Janine Abbring: Gedeisd houden was een breed begrip.
00:09:50 Gioia Smid: Haar broer zat in het verzet en zij heeft geholpen met het vervalsen van persoonsbewijzen en het maken van illustraties van de Waalkade voor de geallieerden, zodat ze wisten waar ze op konden bombarderen.
00:10:04 Janine Abbring: Situatietekeningen.
00:10:06 Gioia Smid: Ja.
00:10:06 Janine Abbring: Dus indirect zat ze ook in het verzet.
00:10:09 Gioia Smid: Een beetje.
00:10:09 Janine Abbring: Een beetje.
00:10:10 Gioia Smid: Ze zal altijd gezegd hebben dat het de moeite niet was, maar ze heeft er wel haar best voor gedaan.
00:10:14 Janine Abbring: Ze was altijd een beetje van het downplayen.
00:10:16 Gioia Smid: Ja, dat wel.
00:10:17 Janine Abbring: Dat was de oorlog. Vlak na de oorlog ging ze aan het werk bij Het Parool?
00:10:24 Gioia Smid: Ja, heel snel bij Het Parool. Die hele club uit Den Haag ging naar Amsterdam. Simon Carmiggelt en nog zo'n paar mensen. Die kende ze allemaal uit Den Haag. Met de vrouwenpagina van Het Parool is ze echt op haar plek gekomen.
00:10:38 Janine Abbring: Marian, wat was die vrouwenpagina voor pagina?
00:10:41 Marian Cousijn: In het hele Parool was één pagina voor vrouwen.
00:10:44 Janine Abbring: Want de rest van de krant was voor de man. Vanzelfsprekend.
00:10:48 Gioia Smid: Natuurlijk.
00:10:51 Marian Cousijn: Ik denk dat Gioia dat beter kan beantwoorden. Jij hebt daar heel veel onderzoek naar gedaan.
00:10:54 Gioia Smid: Die vrouwenpagina was anders dan andere vrouwenpagina's in Nederlandse kranten, want die gingen over bakrecepten en dat soort dingen. Wat men dacht dat vrouwen leuk vonden. Dat was in dit geval niet zo. Dit was een geëmancipeerde pagina. Wim Hora Adema, de redactrice - zij heet Wim, maar is een vrouw - had emancipatie hoog in het vaandel staan en trok allemaal vrouwelijke schrijfsters aan die artikelen schreven over de dingen die in de vrouwenemancipatie op dat moment belangrijk waren. Dat een vrouw kon gaan werken, bijvoorbeeld. Dat was not done. Zij vonden dat allemaal belangrijk en brachten dat over het voetlicht in die artikelen en dus ook in tekeningen van Fiep.
00:11:40 Janine Abbring: Fiep heeft haar eigen emancipatie ook behoorlijk serieus genomen.
00:11:45 Gioia Smid: Jazeker. Fiep is niet getrouwd.
00:11:47 Janine Abbring: Waarom is ze niet getrouwd?
00:11:49 Gioia Smid: Omdat als je toen trouwde, je je werk op moest zeggen.
00:11:52 Janine Abbring: Een getrouwde vrouw mocht niet werken. En toen dacht zij: alles goed en wel, maar dat doe ik niet.
00:11:58 Gioia Smid: Nee, zij heeft voor haar werk gekozen.
00:12:00 Janine Abbring: Fantastisch.
00:12:02 Gioia Smid: Ja, dat is echt heel bijzonder.
00:12:03 Janine Abbring: Jij wilde nog iets vertellen over die specifieke tekeningen en waarom dat zo kenmerkend was voor Fiep.
00:12:09 Gioia Smid: Ja, omdat ze daar voor de artikelen die er werden geschreven - over die emancipatie - bijvoorbeeld een tekening maakte met de titel Het Ik verwaarloos mijn vrienden-complex. De titels zijn vaak niet te hebben, maar de tekeningen van Fiep snappen we allemaal nog precies.
00:12:27 Janine Abbring: En ik herken het complex ook.
00:12:28 Gioia Smid: Daar heeft ze een vrouw getekend, die aan de ene kant op de tikmachine zit te tikken en met haar andere arm in een pot zit te roeren die op het fornuis staat. Dat heeft ze op zo'n bijzondere manier gedaan. Die stijl die zij dan ontdekt in zichzelf, is zo leuk, gevat en prachtig gedaan. Met sterke lijnen.
00:12:50 Janine Abbring: Het klinkt een beetje als Floddertje avant la lettre, die in zo'n grote pan stond te roeren met de hond op de pollepel.
00:12:58 Marian Cousijn: Wat ik zo interessant vind, is dat het artikel best suf is. Het zijn teksten als: de helft van de mannen doet niet mee in het huishouden. Het is een beetje die naoorlogse spruitjes.
00:13:11 Janine Abbring: Nog steeds actueel hoor, dit thema.
00:13:13 Marian Cousijn: Maar als je naar de tekening kijkt - als je de typemachine voor een laptop verandert - dan is hij echt 100% 2026. Die illustraties zijn enerzijds dienend aan de tekst, maar anderzijds overstijgen ze die totaal. Ze hebben die tekst met decennia overleefd.
00:13:31 Gioia Smid: Precies.
00:13:32 Janine Abbring: En dan ook al die eigenzinnigheid daarin kunnen herkennen. Voelde ze zich thuis op zo'n redactie? Ik heb me ook wel eens moeten verdiepen in Annie M.G. Schmidt. Die voelde zich daar echt een vreemde eend in de bijt, om even bij de eenden te blijven. Hoe voelde Fiep zich daar?
00:13:51 Gioia Smid: Ook als een vreemde eend in de bijt, maar niet bij dat clubje van die vrouwen. Daar ging ze altijd naartoe. Die hadden een wekelijks overleg bij Wim Hora Adema thuis. Daar werden de onderwerpen verdeeld. Daar ging ze altijd naartoe, maar liet ze zich niet echt kennen, in de zin van dat ze het woord nam of zo. Mies Bouwhuys zei dat ze altijd stilletjes zat te kijken met een glimlach om haar mond. Dan zag je dat hoofd al denken wat ze ervan kon maken in tekeningen. Tekenen doe je natuurlijk niet op een redactie, maar thuis. Dus ze zat sowieso al veel meer op haar eigen eilandje.
00:14:29 Janine Abbring: Ze was in zo'n constellatie met mensen die het hoogste woord hadden, meer een observator.
00:14:34 Gioia Smid: Goed gezegd. Precies.
00:14:36 Janine Abbring: Denk je aan Westendorp, dan denk je aan - ze zijn al voorbijgekomen - Jip en Janneke. Maar ook - de hele tafel ligt vol tekeningen - Pluk van de Petteflet, Otje en Floddertje, die ik net al noemde. Illustraties bij die beroemde verhalen van Annie M.G. Schmidt. Wat kun jij zeggen over de beeldtaal van Jip en Janneke, Marian?
00:14:56 Marian Cousijn: Vanuit een kunsthistorisch perspectief. Zij heeft het zichzelf ontzettend moeilijk gemaakt door in silhouetten te werken. Dan kan je niet een gezicht van de voorkant afbeelden, dus je kan heel moeilijk gezichtsuitdrukkingen of emoties afbeelden.
00:15:12 Janine Abbring: Het kan alleen en profil.
00:15:14 Marian Cousijn: Precies.
00:15:14 Janine Abbring: Of iets van de zijkant, maar niet aan de voorkant.
00:15:17 Marian Cousijn: Wat je heel vaak ziet in kunst, is dat juist door beperkingen kunstenaars hun eigen stijl vinden en enorm gaan uitblinken. Als je alle kleuren van de wereld kan gebruiken en al het geld en alle mogelijkheden hebt, kan je alle kanten op. Maar bijvoorbeeld in een krant waar heel lomp wordt afgedrukt, kan je geen nuances maken. Je hebt maar heel weinig ruimte. Toen besloot ze en profil met silhouetten te werken. Daardoor legt ze zichzelf allerlei beperkingen op. En juist door die beperking komt ze tot een heel heldere beeldtaal, waardoor het echt iconen zijn geworden, en waardoor Jip en Janneke zeventig jaar na hun ontstaan nog steeds op sokjes, regenjassen, broodtrommetjes, et cetera staan. Ze zijn bijna logo's geworden. Dat komt doordat ze zo helder zijn afgebeeld.
00:16:16 Janine Abbring: Ik heb er nooit bij stilgestaan, dat Jip en Janneke zijn ontstaan vanwege de beperking van een krant; de druktechnieken, het zwart-wit.
00:16:25 Gioia Smid: Het was ook een heel klein kolommetje waar ze dat in moesten doen. Die tekeningetjes waren maar zo.
00:16:28 Janine Abbring: Je maakt nu handbewegingen. Het is een beetje zoals zo'n strookje fotootjes uit zo'n hokje.
00:16:36 Gioia Smid: Iets beter, maar wel zo, met bovenaan een icoontje van de tekening en onderaan nog een icoontje van een poes of hond.
00:16:45 Marian Cousijn: Er zitten bijvoorbeeld ook geen schaduwen in. Het is hartstikke plat. Het is helemaal niet 3D, er zit bijna geen perspectief in. Zij kiest er bewust voor om die kunsthistorische middelen die heel veel kunstenaars wel gebruiken, niet te gebruiken. Maar niet omdat ze niet weet hoe dat moet, want dat heeft ze allemaal geleerd in Rotterdam. Anatomie, perspectief en al die dingen heeft ze aan de kunstacademie in Rotterdam heel serieus geleerd.
00:17:14 Janine Abbring: Jij zegt anatomie. Ook de lichaamstaal, zelfs van Jip en Janneke, is zo virtuoos op een bepaalde manier. Wat kun je daarover vertellen?
00:17:26 Marian Cousijn: Ze hebben bijvoorbeeld geen wenkbrauwen. Daarmee kan je iemand boos, blij of verrast laten kijken. Alsnog kan je zien hoe zij zich voelen, doordat de schouders een beetje opgetrokken zijn en ze juist een beetje naar beneden of naar boven kijken. Door heel subtiele details weet je precies wat er aan de hand is. Hoe de vingers staan, bijvoorbeeld. Of het lichaampje naar voren helt of juist naar achter. Dat is echt virtuoos als je daar goed op gaat letten.
00:18:03 Janine Abbring: De oorspronkelijke Jip en Janneke, Gioia, zagen er iets anders uit dan hoe we ze nu kennen.
00:18:08 Gioia Smid: Fiep heeft ze in totaal drie keer getekend en alle tekeningen van alle verhaaltjes opnieuw gedaan. In het begin, voor het Parool, was de tekst met leesstreepjes ertussen.
00:18:20 Janine Abbring: Jip en Jan-ne-ke.
00:18:22 Gioia Smid: Zodat je dat zelf kon lezen. Dat was voor kinderen van een jaar of zeven, acht die zelf al goed konden lezen. Toen heeft zij die kindertjes erbij getekend als kinderen van een jaar of zeven, met slungelige ledematen, langere beentjes en een eivormig hoofd.
00:18:42 Janine Abbring: Ja, een iets ronder hoofdje nog.
00:18:44 Gioia Smid: Heel anders, meer grote kinderen. Toen bleek dat die verhaaltjes zo leuk waren om voor te lezen, dacht ze: dan moeten die kindjes ook kleiner worden. Jonger. Toen is ze ze gaan vervangen door de kleuters die we nu kennen, met dat grote ronde hoofd en een kleiner, gedrongen lichaampje. En ze heeft Jip een zwart-wit gestreept truitje aangegeven.
00:19:09 Janine Abbring: Oh, ja.
00:19:10 Gioia Smid: Daarvoor had hij een hansopje aan, dat helemaal zwart was.
00:19:16 Janine Abbring: Een kort tuinbroekje.
00:19:18 Gioia Smid: Ja. Hij had een zwarte buik. Dan moest er een arm over zijn buik en ging dat niet, want dat was zwart op zwart. Dus daar heeft ze toen rigoureus een einde aan gemaakt en hem een zwart-wit gestreept truitje aan gegeven. Dan kon ze tenminste met die armen alle kanten op.
00:19:33 Janine Abbring: Jip en Janneke zijn wat hoekiger en jonger geworden.
00:19:38 Gioia Smid: Veel jonger.
00:19:38 Janine Abbring: Ouders zijn ook verdwenen op een zeker moment.
00:19:41 Gioia Smid: Op een gegeven ogenblik was Fiep zich zo bewust van de iconische betekenis van de poppetjes Jip en Janneke voor de kinderen, dat ze zde ouders niet meer wilde tekenen, want kinderen moesten hun eigen ouders kunnen invullen erbij. Daardoor zijn die ouders helemaal verdwenen, want in de verhaaltjes spelen ze een enorme rol.
00:20:00 Janine Abbring: Het is echt een evolutie die je voor je kan zien. Is dat wat we ook in de tentoonstelling gaan zien?
00:20:07 Marian Cousijn: Ja, zeker. Van dezelfde verhalen die in de jaren vijftig in Het Parool verschenen zijn, zijn later boekjes gemaakt. Ondertussen ontwikkelt de druktechniek zich. Bij boeken kan je veel fijner drukken dan in de krant, en later zelfs met veel meer kleuren. Toen heeft Fiep Westendorp de tekeningen aangepast. Later mochten Jip en Janneke ineens in een full colour wereld leven. Dan zie je dat Fiep Westendorp daarover nadenkt. Gaan we Jip en Janneke ook full colour maken? Nee, die blijven gewoon zwart en wit en en profil, maar ze leven wel in een wereld met kleuren, nuances, diepte en schaduwen. In de tentoonstelling hebben we dezelfde scene - zoals Jip wil geen thee drinken - in die allervroegste versie waar je dat gekke witte handje tegen dat zwarte hansopje hebt. En je hebt degene die we allemaal kennen, waar je al die kleuterlichaampjes hebt. Dan hebben we ook. Jip wil geen thee drinken in een gekleurde wereld. Die hebben we heel dicht bij elkaar gehangen, zodat je echt die...
00:21:23 Janine Abbring: Die stappen.
00:21:23 Marian Cousijn: Ontwikkeling ziet, en dat je ziet hoe Fiep Westendorp zichzelf verder ontwikkelt en nog virtuozer wordt.
00:21:33 Janine Abbring: De naam Mies Bouwhuys is al even gevallen. Pim en Pom waren de katten van schrijver Mies Bouwhuis. Uiteindelijk hebben ook Pim en Pom een heel eigen leven gekregen. Hoe is dat ontstaan?
00:21:45 Gioia Smid: Pim en Pom waren de opvolgers van Jip en Janneke. Annie hield in '57 op met het schrijven van de verhalen van Jip en Janneke. Toen zei Wim Hora Adema dat Mies Bouwhuys aan de beurt was. Ze moest het maar gaan doen over haar twee katten en Fiep maakte tekeningen. Dat was alweer besloten.
00:22:03 Janine Abbring: Wat kun jij zeggen over de tekeningen van Pim en Pom, Marian?
00:22:07 Marian Cousijn: Ze zijn superpoezig, terwijl ze helemaal niet op een anatomisch correcte kat lijken. Ze zijn heel aandoenlijk, maar niet mierzoet, wat een heel makkelijke manier is om vertedering bij de kijker te bewerkstelligen. Dan maak je gewoon hele grote ogen, kijk maar naar Walt Disney.
00:22:27 Janine Abbring: Puss in Boots, de Gelaarsde Kat, in die film.
00:22:31 Marian Cousijn: Exact.
00:22:31 Janine Abbring: Die ogen zijn de helft van zijn hoofd.
00:22:34 Marian Cousijn: Ja, gigantische ogen. Maar Donald Duck heeft bijvoorbeeld ook heel grote ogen, terwijl bij Fiep Westendorp de oogjes juist vaak bijna speldenprikjes zijn. Het is niet een heel makkelijke manier om iets heel schattig te maken. Toch zijn ze ontzettend aandoenlijk met hun kleine oogjes. Soms hebben ze ook bijna iets creepy's, vind ik, met die kleine kraalogen. Er is geen pupil.
00:22:59 Janine Abbring: Ik snap wat je bedoelt.
00:23:01 Marian Cousijn: Er zit geen sprankeltje in die ogen, maar toch zijn ze door de lichaamshouding en door weer die heel sterke Fiep Westendorp-achtige gezichtjes heel eigen.
00:23:11 Janine Abbring: En knuffelbaar, terwijl ze op het eerste gezicht niet knuffelbaar lijken.
00:23:16 Marian Cousijn: Ja, ze zijn niet mierzoet of snoepig. Ze zijn wat eigenwijzer.
00:23:23 Janine Abbring: Gioia, Pim en Pom hebben mede dankzij jou een tweede leven gekregen op een zeker moment.
00:23:29 Gioia Smid: Pim en Pom waren in de vergetelheid geraakt. Toen ik de tentoonstelling voorbereidde voor de Kunsthal, kon ik helemaal geen tekeningen van Pim en Pom vinden. Toen dacht ik: waar kunnen die toch zijn? Ik was dat hele huis al door geweest.
00:23:43 Janine Abbring: Je was de trap al op geweest, naar boven. Badkamerkastjes.
00:23:47 Gioia Smid: Nee, die moesten nog komen, want toen kwamen de badkamerkastjes.
00:23:50 Janine Abbring: Oh, dat waren de badkamerkastjess.
00:23:51 Gioia Smid: Ja, daar kwamen Pim en Pom vandaan. In grote plastic zakken. Allemaal tekeningen, opgestapeld en in die zakken gestopt.
00:23:59 Janine Abbring: Jip en Janneke in een doos onder het bed. Pim en Pom zaten in de badkamerkastjes.
00:24:03 Gioia Smid: Ja, die zaten in de badkamerkastjes. Dat waren de tekeningen uit de Parooltijd.
00:24:07 Janine Abbring: Godzijdank in een tas, anders was het hartstikke vochtig geworden.
00:24:10 Gioia Smid: En in zo'n ouderwetse badkamer waar het raam altijd open kon. Daar was ik helemaal verbijsterd over. Toen heb ik Miss Bouhuys, die toen nog leefde, gevraagd om gezellig bij Fiep te komen zitten en door die tekeningen heen te gaan. Dat hebben die twee dames toen samen gedaan en dat was hartstikke leuk. We hebben nog een nieuw boekje gemaakt. Toen heb ik gedacht: wat kan je nu nog met Pim en Pom? We hebben bedacht een animatieserie te maken van de poezen Pim en Pom. Ik denk dat nu heel veel kinderen met Pim en Pom zijn opgegroeid. Heel nieuwe generaties kindjes die van hun tweede tot hun vijfde ongeveer met Pim en Pom zijn opgegroeid.
00:24:52 Janine Abbring: Het werd een animatieserie bij Nickelodeon, de kinderzender.
00:24:55 Gioia Smid: Bij Nickelodeon en bij de AVROTROS. Overal zijn ze te zien geweest. We hebben er nu weer eentje gemaakt: Pim en Pom in het museum. We hebben mooie museumafleveringen gemaakt met werken uit onder andere het Rijksmuseum, maar ook andere grote musea. Het Rijksmuseum heeft een Pim en pom-tour met grote knuffels van Pim en Pom, met software en hardware waar ze een speurtocht mee kunnen doen. Dat is ook hartstikke leuk. En we zijn nu weer met een nieuwe serie bezig.
00:25:24 Janine Abbring: Pim en Pom zijn springlevend. Op wat voor manier leeft Fiep voor jou nog, Marian? Is er een tekening? Heb je bijvoorbeeld een favoriet? Waarvan jij als kind dacht: oh ja, dat beeld. Ik had namelijk wel een beeld dat als eerste in me opkwam.
00:25:46 Marian Cousijn: Wat ik me heel goed kan herinneren... Ik werk nu zo'n twee jaar aan deze tentoonstelling. De eerste keer dat ik bij Gioia langskwam, hadden ze toevallig op het kantoor een paar originelen liggen. Het kantoor van de Fiep Westendorp Foundation is geweldig. Dat is een heel grote kamer die helemaal volhangt met illustraties van Fiep Westendorp.
00:26:04 Janine Abbring: The Fiep Experience.
00:26:05 Gioia Smid: Ja, precies.
00:26:07 Marian Cousijn: Op tafel lagen van die blauwe mappen van zuurvrij karton waar je kunstwerken altijd in bewaart. Die gingen toen open.
00:26:14 Janine Abbring: Niet in een badkamerkastje.
00:26:16 Gioia Smid: Nee, dat is voorbij.
00:26:16 Marian Cousijn: Niet in een badkamerkastje. Daar staarde Zaza mij aan. Die was ik eigenlijk helemaal vergeten.
00:26:23 Janine Abbring: Dat is een kakkerlak.
00:26:25 Marian Cousijn: De kakkerlak van Pluk van de Petteflet, toch? Die zit in dat verhaal. De volgende tekening die tevoorschijn kwam was Pluk met de heen- en weerwolf op zijn veerbootje, en met dat rode kraanwagentje. Ik was starstruck. Het was alsof je een celebrity in het echt ziet.
00:26:44 Janine Abbring: Hartstikke goed. Ik zou dat ook hebben.
00:26:47 Marian Cousijn: Je kent die tekeningen uit boeken. Dan zijn ze gedrukt. Maar hier zag ik the real deal. Het is alsof je een foto van een mens ziet en dan ineens die mens in het echt. Er zit structuur op die tekeningen. Er zaten allemaal vlekjes op. Je ziet dat het een 3D-object is. Sommige plekken zijn wat dikker en andere wat dunner en er zijn wat dingetjes zijn aangepast. Daar heeft zij met haar hand, haar penseel en haar pen op dat ding dat werk gemaakt. Toen kwam het heel erg tot leven voor mij. Vervolgens vond ik het heel interessant om iets meer over haar leven te lezen. Hoe zij superintentioneel recht op haar doel afgaat. Ik ga illustrator worden. Ze is daar niet via allerlei omwegen in beland of het ernaast gaat doen. Dat vond ik heel erg interessant.
00:27:38 Janine Abbring: Echt iemand die wist wat ze wilde.
00:27:41 Marian Cousijn: Absoluut. En recht op haar doel afgaat. Iemand die met dat feminisme in de jaren zestig niet haar bh staat te verbranden, maar wel haar brood verdient als kunstenaar en onafhankelijk is. Dat vond ik echt superbijzonder om te leren.
00:27:59 Janine Abbring: Dus Pluk en de heen- en weerwolf en Zaza de kakkerlak wat jou betreft, Marian. Heb jij een favoriet, Gioia?
00:28:04 Gioia Smid: Ik weet nog dat toen ik bij Fiep door die dozen heen ging met die tekeningen van Jip en Janneke, ik starstruck - ik vind het een mooi woord - was door de golf van Jip en Janneke. Een grote blauwe golf en Jip en Janneke zijn klein afgebeeld in rode zwempakjes. Toen dacht ik: dit overstijgt helemaal het verhaal van Jip en Janneke. Dit is gewoon een kunstwerk.
00:28:30 Janine Abbring: Waarom overstijgt dat voor jou?
00:28:34 Gioia Smid: Omdat het helemaal niets meer te maken heeft met het verhaal. Ze worden wel overspoeld door een golf, maar een Nederlandse golf is niet zo.
00:28:43 Janine Abbring: De tekening met de golf. We hebben hem hier op tafel liggen. Die grote tsunamigolf. Jip en Janneke. Janneke in een rood badpakje. Jip in een rode zwembroek. Het lijkt op verf, toch?
00:29:00 Gioia Smid: Ditt is met aquarelverf. Met acryl deed ze ook veel. Je ziet hier heel goed dat ze tamponeert, dat ze de schuimvlokjes doet met een sponsje dat ze had. Daar tamponeerde ze die belletjes mee.
00:29:14 Janine Abbring: Ze gebruikt uiteindelijk toch heel veel verschillende technieken. Wat we hier ook op tafel hebben liggen, is - wat ik begreep - de lievelingstekening van Fiep zelf.
00:29:23 Gioia Smid: Ja, de eenzame oude visser.
00:29:25 Janine Abbring: Kun je hem omschrijven?
00:29:26 Gioia Smid: Hij is van Pluk van de Petteflet. Het is een heel sombere tekening met heel veel regenstrepen.
00:29:33 Janine Abbring: Donkere kleuren.
00:29:35 Gioia Smid: Donkere kleuren.
00:29:36 Janine Abbring: Zwarte regenstrepen. Een bruine jas.
00:29:37 Gioia Smid: Een mannetje in een bruine jas met een heel treurig gezichtje en een zwarte hoed op. Hij zit te vissen. Hij speelt een rol in het verhaal, want Pluk gaat aan hem vragen hoe hij over moet komen. Hij is belangrijk. Ik was altijd heel erg gefascineerd door deze tekening. Toen ik Fiep interviewde aan de hand van haar illustraties - in 2003, toen ze al heel oud was - vroeg ik wat ze over deze tekening kon vertellen. Toen zei dat het haar lievelingsstekening was. Daar hebben we het even over gehad en aan het eind zei ze dat ze zelf ook niet altijd zo vrolijk was. Als een soort tegenhanger van alle vrolijkheid die altijd van haar werk afspat. Dat is gewoon zo, maar ze had ze ook een tegenkant en die kon ze hierin kwijt. Dat vond ze heel erg belangrijk. Dat ze dat haar lievelingstekening noemde, vond ik heel bijzonder.
00:30:36 Janine Abbring: Hoe zou ze het hebben gevonden dat ze nu in het Rijksmuseum komt te hangen?
00:30:39 Gioia Smid: Daar denk ik heel vaak aan. Dat zou ze zo bijzonder hebben gevonden. Een kroon op haar werk. Dat is het ook. Dat vind ik ook en dat zou zij zeker gevonden hebben.
00:30:50 Janine Abbring: Hoe proef je dat het een kroon op haar werk is als je straks door die tentoonstelling loopt?
00:30:55 Marian Cousijn: Het is echt superbijzonder om die dingen in het echt te zien. Dat gebeurt bijna nooit. Die kans heb je bijna nooit. Ik denk dat de bezoekers van de tentoonstelling dat ook voelen. Je komt heel dicht bij het creatieproces en het werk werkt superaanstekelijk. De lol van het maken spat echt van die werken af. Ik denk dat je er misschien een beetje nostalgisch, maar vooral heel geïnspireerd vandaan komt.
00:31:27 Janine Abbring: Je hebt als bezoeker ook de kans om starstruck te raken.
00:31:31 Marian Cousijn: Dat is echt een once in a lifetime...
00:31:35 Gioia Smid: Experience.
00:31:36 Marian Cousijn: Experience. Opportunity.
00:31:41 Janine Abbring: Dit was een aflevering van In het Rijksmuseum over de tentoonstelling Fiep Westendorp. In twee zalen zie je zo'n 150 originele tekeningen. De tentoonstelling is te zien van 19 juni tot en met 13 september 2026. En vergeet niet om je te abonneren op deze podcast, dan mis je geen enkele aflevering.
Abonneer je op In het Rijksmuseum met je favoriete podcastspeler
Met dank aan
In het Rijksmuseum is powered by ING.
Fiep Westendorp, Woensdag, 1969 (uit: Pluk van de Petteflet ( Boek 1971) & Margriet 1968-1970). Collectie Fiep Westendorp Foundation. © Fiep Amsterdam bv; Fiep Westendorp Foundation.
1 | 6
Fiep Westendorp, Moeder is ziek (uit: Floddertje), 1969. Collectie Fiep Westendorp Foundation. © Fiep Amsterdam bv; Fiep Westendorp Foundation.
1 | 6
Fiep Westendorp, Strand (uit: Jip en Janneke), 1978. Collectie Fiep Westendorp Foundation. © Fiep Amsterdam bv; Fiep Westendorp Foundation.
1 | 6
Fiep Westendorp, De oude visser (uit: Pluk van de Petteflet ( Boek 1971)), 1968-1970 Margriet. Collectie Fiep Westendorp Foundation. © Fiep Amsterdam bv; Fiep Westendorp Foundation.
1 | 6
Fiep Westendorp, VAC werk (uit: Vrouwenpagina-Parool), ca 1968. Collectie Fiep Westendorp Foundation. © Fiep Amsterdam bv; Fiep Westendorp Foundation.
1 | 6
Fiep Westendorp, De Pim en Pom-nibus (uit: Pim en Pom), 1969. Collectie Fiep Westendorp Foundation. © Fiep Amsterdam bv; Fiep Westendorp Foundation.
1 | 6