Wie kijkt mij aan? Truus Trompert

28 min.

Uit de serie Podcast: In het Rijksmuseum

07-10-2025 - Janine Abbring en Jan Teeuwisse, voorzitter van het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap en bijzonder hoogleraar moderne beeldhouwkunst.

Het zijn kleine bommetjes, de beelden van Charlotte van Pallandt. Haar favoriete model was Truus Trompert: een vrouw uit een totaal verschillende wereld maar met wie ze het heel goed kon vinden. Ze was een geliefd, ook bij veel andere kunstenaars. Zij benaderde het poseren als een vak, dat ze 40 jaar lang beoefende. Een verhaal over een bijzondere vriendschap tussen beeldhouwer en model. Janine Abbring gaat erover in gesprek met Jan Teeuwisse, voorzitter van het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap en bijzonder hoogleraar moderne beeldhouwkunst.

Luister

Lees hieronder het volledig uitgeschreven gesprek

00:00:00 Jan Teeuwisse: Ze is boeken gaan lezen en gaan kijken hoe Rodin dat deed. Dat was ook zo'n man die naar model werkte en die modellen allerlei houdingen lieten aannemen. Je zou kunnen zeggen dat zij dat vak van model heeft geëmancipeerd. Dat hele gedoe rond het idee dat dat net boven prostitutie stond was helemaal weg in die naoorlogse tijd. Sindsdien is dat een gegeven, een eerzaam beroep geworden. Je zou kunnen zeggen dat ze dat alleen heeft gedaan.

00:00:28 Janine Abbring: Ze benaderde het als een vak.

Ze is vastgelegd in duizenden kunstwerken, maar weinigen kennen haar naam. Ze stond model voor de centrale figuur van het Nationaal Monument op de Dam. Haar naam: Truus Trompert. Een van de meest gevraagde beroepsmodellen van Nederland. Overal duikt ze op. Telkens Truus, telkens anders. Ze bouwde een bijzondere band op met beeldhouwer Charlotte van Pallandt. Hoe dat zit, hoor je in deze aflevering. Mijn naam is Janine Abbring en dit is In het Rijksmuseum. De podcast van het Rijksmuseum waarin we bijzondere verhalen vertellen over voorwerpen en hun makers. Deze podcastserie gaat over portretten. Wie zijn al die mensen die je aankijken als je door het museum loopt?

00:01:16 Janine Abbring: In deze aflevering hebben we het over beroepsmodel Truus Trompet en haar werk voor beeldhouwer Charlotte van Pallandt. Mijn gast is Jan Teeuwisse, voormalig directeur van het museum Beelden aan Zee en bijzonder hoogleraar Moderne beeldhouwkunst. Hij kan ons alles vertellen over beide vrouwen. Wil je weten hoe het portret dat we bespreken eruitziet voor we beginnen, ga dan naar Rijksmuseum.nl/podcast. Jan, soms denk je van mensen, hoe zijn ze nu in dat beroepen beland of in die richting? Of hoe is iemand ooit dat en dat geworden? In jouw geval is het vrij logisch, want je bent de zoon van Arie Teeuwisse. Beroemd beeldhouwer. We zouden alleen al over jouw vader niet één podcast kunnen maken, maar tien afleveringen.

00:02:09 Jan Teeuwisse: Mooi.

00:02:09 Janine Abbring: Ja, toch? Ik vind het zonde om dat niet even te benoemen. Aan de andere kant ben ik bang om zijn leven plat te slaan in twee zinnen, maar toch ga ik het doen. Beeldhouwer. Heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog ondergedoken gezeten in Artis, boven het berenverblijf en zodoende later veel dierenfiguren nog gemaakt. Een aantal staan er ook in Artis.

00:02:29 Jan Teeuwisse: Voordat die op de Rijksacademie bij Jan Bronner kwam, wat toen de hoogste opleiding was, zat hij op de Kunstnijverheidschool bij Jaap Kaas. Jaap Kaas was een echte Amsterdamse, joodse beeldhouwer. Dat was een specialist in dieren. Op dat moment was dat de dierbeeldhouwer van Nederland. Ik denk dat het daardoor is gekomen.

00:02:49 Janine Abbring: Zijn voorliefde voor dieren.

00:02:51 Jan Teeuwisse: Mijn vader hield ook niet van mensen portretteren. Daar had hij geen zin in. Hij was van de dieren.

00:02:56 Janine Abbring: Vandaag gaan we het over iemand anders hebben. Mijn nieuwsgierigheid neemt het toch weer over. Heb je zelf ooit een beitel ter hand genomen? Iets in die richting geprobeerd?

00:03:06 Jan Teeuwisse: Dat geldt voor alle kinderen uit beeldhouwersgezinnen. Ze hebben allemaal meegeholpen van tijd tot tijd als er iets in gips gegoten moest worden of bij het voorhakken. Het proces hing niet op ons, maar we hebben allemaal wel meegedaan. Zowel mijn broer als ik hebben duidelijk gekozen voor het beschrijven en het beoordelen van de kunst en het onderzoek daarnaar. Ik weet wel dat mijn vader het jammer vond dat wij kunsthistoricus werden, want hij hoopte dat wij of kok zouden worden in een heel goed restaurant of bankier. Dat is in beide gevallen niet zo gegaan.

00:03:38 Janine Abbring: Het mocht niet zo zijn. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan, maar in het bloed zit nog wel degelijk die artistieke kant van je vader.

00:03:47 Jan Teeuwisse: Ik heb toch wel voor die beeldhouwkunst gekozen. Ik denk dat het ook vanuit historische, bijna autobiografische interesse: hoe was dat nu eigenlijk? Hoe zat die wereld in elkaar? Het was voor mij heel dierbaar.

00:03:59 Janine Abbring: Vandaar dat wij het met jou over dit bijzondere beeld gaan hebben. Ik ben eindelijk aanbeland bij de vraag waar ik deze podcast meestal mee begin, namelijk: wie kijkt ons aan?

00:04:11 Jan Teeuwisse: Dat is een heel klein beeldje. Het is wel een portret, maar het is meer een kop. Dat is het beroemde beroepsmodel Truus Trompert. Zij is door honderden kunstenaars vereeuwigd in schilderijen, tekeningen, beelden. Dit beeldje, dit kopje, is gemaakt door de kunstenaar die misschien wel het meest verbonden is met Truus Trompert en dat is Charlotte van Pallandt.

00:04:37 Janine Abbring: Hoe groot is het? We kijken hier naar een afbeelding.

00:04:39 Jan Teeuwisse: Het is bijna twaalf centimeter hoog.

00:04:41 Janine Abbring: Het is echt klein.

00:04:42 Jan Teeuwisse: Het is heel klein. Een brokje brons zou je kunnen zeggen. Het is geboetseerd in klei en is later afgegoten in brons. Het leuke is dat het een beeld is, een plastiek in de ruimte, een driedimensionaal object, maar het is ook wel die Truus. Die Truus is meer het uitgangspunt dan dat het een foto in brons is van haar gezicht. Het is veel meer een impressie. De sfeer die zij heeft opgeroepen bij die kunstenaar die daarnaar keek.

00:05:11 Janine Abbring: Letterlijk en figuurlijk een afgietsel van iemand. Truus Trompert een beroemd model, zei je al. Een beroepsmodel. Ze is voor, ik weet niet hoeveel, kunstenaars een inspiratiebron geweest. Ze had een lange loopbaan als model. Ze begon jong.

00:05:33 Jan Teeuwisse: Ze komt echt uit het volk van Amsterdam. Haar vader was een metselaar. Ze kwam uit de binnenstad en een katholiek arbeidersmilieu. Die vader is jong gestorven. Zij heeft een pittige jeugd gehad, want die moeder moest voor de familie zorgen, voor de kinderen. Ze is op een bepaald moment ook haar rooms-katholieke steun kwijtgeraakt omdat ze zich van de kerk had afgekeerd. Daar kwam geen geld meer vandaan. De kinderen moesten dus vroeg werken. Truus heette eigenlijk Fie, Sophie. Die naam Truus heeft ze later overgenomen. Daar kan ik straks nog meer over vertellen. Zij heette Sophia en dat was Fie in de familie, Fietje. Zij is al vroeg gaan werken. Op een bepaald ogenblik is ze op een textieldrukkerij gekomen.

00:06:16 Jan Teeuwisse: Dat was van een kunstenaar, een graficus. Die had ook een arbeidersballet, een communistisch arbeidersballet. Daar is zij gaan dansen. Op een bepaald ogenblik is zij toen ingevallen voor haar zus of voor een vriendin die model stond. Die deed dat modelwerk. Zij was toen een kind van zeventien, achtien jaar.

00:06:36 Janine Abbring: Over welke tijd hebben we het dan?

00:06:39 Jan Teeuwisse: Zij is in 1915 geboren, dus dat is in de jaren 30. Zij deed ook mee aan dat arbeidersballet. Dat heette Dynamo. Zij heeft daar haar man leren kennen. Bernhard Trompert was secretaris van het dansgezelschap. Toen is zij daarmee getrouwd. Zij is een keer ingevallen voor dat bevriende model. Dat vond ze heel eng. Haar moeder zei, je gaat niet naakt, hè?

00:07:02 Janine Abbring: Stel je voor.

00:07:03 Jan Teeuwisse: Dat heeft ze wel gedaan. Waarschijnlijk ook door haar statuur, fysiek. Ze was niet een magere lat. Als jong meisje was ze al een heel mooi plastisch groot iemand. Zo is zij begonnen. Dat praat zich snel rond. Op de een of andere manier had ze een hele natuurlijke aanleg wat je als model moet doen. Snel verschillende houdingen aannemen, maar daar ook lang in kunnen blijven zitten. Voor kunstenaars is dat heerlijk. Je vergeet helemaal wie het is, maar kijkt alleen maar naar die vorm. Er hangt daar niet een soort sfeer hangt, maar je kijkt naar hoe dat in mekaar zit. Wat de architectuur is van zo'n iemand.

00:07:46 Janine Abbring: Dat iemand daar niet zuchtend en vol ongeduld...

00:07:48 Jan Teeuwisse: Precies.

00:07:48 Janine Abbring: [onhoorbaar 00:07:48] tot die emotie moet verhouden, maar dat het is alsof je een vaasje neerzet.

00:07:53 Jan Teeuwisse: Heel objectief. Zonder enige spanning of wat dan ook. Niet dat het bloot is, maar dat het gewoon, dat.

00:07:59 Janine Abbring: Ik denk dat weinig mensen weten hoe moeilijk het is om lang stil te zitten. Je denk: [onhoorbaar] lang stilzitten? Ik heb het daar met Marina Abramovic over gehad. Ik heb haar ooit geïnterviewd. Ik kwam toen pas tot dat besef. Lang stilzitten is een van de moeilijkste dingen die er zijn. Na vijf minuten heb je overal al kramp.

00:08:21 Jan Teeuwisse: Op de foto's kun je die houdingen zien die zij aannam. Dat waren klassieke houdingen. Gebogen en gehurkt, enzovoort. Dat is nogal wat. Dat is gym van de hogere orde. Zij deed dat op een manier waardoor niemand het idee had snel te moeten werken, omdat het te veel voor haar was. In Amsterdam had je een enorme bloeiend kunstenaarsleven. Nauw verbonden met die Kunstnijverheidsopleidingen en die Academie. Ze waren altijd op zoek naar goeie modellen.

00:08:52 Janine Abbring: Haar fysiek maakte haar heel geschikt als model en ze kon heel goed lang stilzitten, maar ik las dat ze ook een meedenkend model was.

00:09:04 Jan Teeuwisse: Er was een sfeer waardoor ze makkelijk contact had met die Academie-leerlingen en met die kunstenaars. Dat was over en weer een ontspannen sfeer. Ze interesseerde zich ook in het werk, wat ze ervan maakten. Ze ging ook meedenken. Ze ging kijken naar wat ze maakten. Ze is bijvoorbeeld zelf gaan schilderen. Ze is boeken gaan lezen en gaan kijken hoe Rodin dat dan deed. Dat was ook zo'n man die naar model werkte en die modellen allerlei houdingen liet aannemen. Je zou kunnen zeggen dat zij dat vak van model heeft geëmancipeerd. Dat hele gedoe rond het idee dat dat net boven prostitutie stond, was helemaal weg in die naoorlogse tijd. Sindsdien is dat ook een gegeven geworden.

00:09:47 Jan Teeuwisse: Een eerzaam beroep geworden. Je zou kunnen zeggen dat zij dat alleen heeft gedaan.

00:09:51 Janine Abbring: Ze benaderde het als een vak.

00:09:55 Jan Teeuwisse: Ze was echt een vakvrouw. Ze heeft er iets van gemaakt. Daardoor hebben die kunstenaars ook haar gesteund. Er is een boek en een collectie over gekomen. Zij is een fenomeen geworden. Zij heeft invloed gehad op de kunstwerken die er van haar gemaakt zijn. Dat is heel bijzonder.

00:10:11 Janine Abbring: Niet zomaar een muze die een beetje stil zit voor een lap stof, maar interactie. Even om haar grootsheid aan te geven. Ik denk dat we daar later nog wel wat uitgebreider over koment te praten. Om toch meteen haar neer te zetten en hoe belangrijk ze is geweest voor die hele kunstwereld, ik denk dat bijna iedere Nederlander, zonder het te weten, haar weleens heeft gezien. In ieder geval een keer per jaar, want ze heeft ook model gestaan voor het monument op de Dam.

00:10:40 Jan Teeuwisse: Zeker. Ze heeft voor John Rädecker, voor het Nationaal Monument, de Nederlandse Maagd die daar centraal...

00:10:46 Janine Abbring: Die grote.

00:10:46 Jan Teeuwisse: Onder die pyloon zit, met dat kind. Daar heeft Truus voor geposeerd. Dat is door Rädecker na de oorlog gemaakt. Het is eind jaren 50 onthuld. Toen was Rädecker al dood. Daar zitten overigens nog meer bekende figuren in dat monument. Harry Mulisch zit er ook in. En Cor, de broer van Truus, is een van die naakte mannen die daar staat. Die poseerde ook.

00:11:12 Janine Abbring: Charlotte van Pallandt heeft haar ook als model. Was het eenmalig? Hadden zij een werkrelatie? Hoe zag dat eruit?

00:11:20 Jan Teeuwisse: Charles van Pallandt woonde voor de oorlog in Den Haag, aan de kust. In de oorlogstijd moest ze daar weg. In de Zomerdijkstraat was dat beroemde atelier complex uit 1932. Het eerste ateliercomplex in Nederland gebouwd volgens de wetten van Le Corbusier. Je had een woning en een atelier. Dat is nu een monument. Daar zaten een aantal kunstenaars. Een daarvan was Fred Carasso. Een Italiaanse beeldhouwer die in de jaren 30 naar Nederland was gekomen. Die kende zij. Zij heeft gehoord dat daar een woning leeg stond. Ik meen dat ze daar toen in 1942 is gaan wonen. Carasso had Truus als model. Daar waren tekenclubjes. Gerrit van der Veen woonde daar. Daar woonden allemaal kunstenaars. Beneden de beeldhouwers, want die hadden de zware spullen.

00:12:05 Janine Abbring: [onhoorbaar 00:12:05] sjouwen.

00:12:05 Jan Teeuwisse: Boven de schilders. Zij woonde boven, want er was geen beeldhouwersatelier beschikbaar. Zij was ook in die tekenkringen. Je betaalde met zijn allen één model. Dat was een vaste avond. Dat gebeurde heel veel. Dat gebeurt nog steeds. Zo heeft zij via Carasso Truus leren kennen. Dat was voor haar meteen een geweldig uitgangspunt. Dat heeft geresulteerd in een kleine serie van ongeveer tien beeldjes. Allemaal kleine beeldjes. Daar hoort ook dat kopje bij. Beeldjes die ook allemaal in de collectie van het Rijksmuseum zitten. In brons gegoten, waarin Truus zit of met haar armen omhoog of staat met een been vooruit. Het zijn modelstudies. Omdat het zulke mooie, symbolische, allesomvattende beeldjes zijn, zijn die heel populair geworden.

00:12:51 Jan Teeuwisse: Dat heb je met bronzen. Die kun je ook weer in oplage gieten. Er zijn tientallen van die beeldjes. Op veilingen komen die beelden nog steeds te voorschijn.

00:13:00 Janine Abbring: Ik onderbreek je even, want wat bedoel je met allesomvattend?

00:13:04 Jan Teeuwisse: Dat was het bijzondere van Charlotte van Pallandt. Of ze nu een portret maakte of een figuur, zij keek heel sterk naar de bouw, naar de architectuur die onder de verschijning zit. Op een of andere manier is ze in staat geweest om op dat kleine formaat, dat heel monumentaal weer te geven. Al die beeldjes zou je ook drie meter groot kunnen maken. Dat zit allemaal al besloten in die vormgeving. Het lijkt allemaal heel erg schetsmatig, heel makkelijk, heel naturel en organisch gemaakt te zijn.

00:13:33 Janine Abbring: Als je het opblaast heeft het nog steeds die waarde.

00:13:36 Jan Teeuwisse: Dat zit er al in. Die beeldjes zijn eigenlijk kleine bommetjes. Daar zit zoveel in. Daardoor zijn ze ook zo aantrekkelijk. Als je die beeldjes vergelijkt met andere figuurstudies van andere kunstenaars, dan is het zoveel sterker. Zij was in staat om zich volledig daarop te concentreren en zij zag daar een motief in.

00:13:55 Janine Abbring: Kleine bommetjes. Mooi gezegd.

00:13:57 Jan Teeuwisse: Er zijn een paar boeken over Charlottes van Pallandt verschenen waarin ze iedere keer zegt dat met Truus op dat atelier in de Zomerdijkstraat een van de gelukkigste periodes voor haar is geweest. Truus woonde in de Pijp en dit was bij de Rivierenbuurt. Dat is allemaal dichtbij. Tijdens het poseren was het stil. Truus was een kettingrookster. Als ze een bepaalde stand had gedaan, ging ze weer even paffen en hadden ze ook gesprekken. Dat waren mensen die uit twee hele verschillende werelden kwamen.

00:14:29 Janine Abbring: Dat vroeg ik me af, want Charlotte kwam uit een totaal ander milieu.

00:14:32 Jan Teeuwisse: Zij kwam uit hele voorname, hele oude Nederlandse adel.

00:14:35 Janine Abbring: Voornaam. Sorry. Ik zocht woord.

00:14:37 Jan Teeuwisse: Helemaal niet uit een artistiek milieu.

00:14:40 Janine Abbring: Toch kwam er een band tussen die twee?

00:14:42 Jan Teeuwisse: Ja. Op de een of andere manier heb ik nooit begrepen dat daar een brug overgestoken moest worden of wat dan ook. Het is van meet af aan instinctief. Dat is een hele goeie band geweest. Het was niet een hele warme vriendschap. Er was ook een afstand. Charlotte van Pallandt had die afstand nodig om die beelden zo te kunnen maken. Ze hadden goeie gesprekken en ze had grote waardering voor de rust die uit Truus naar voren kwam. Ze vond het ook een hele verstandige vrouw. Niemand is bij die gesprekken geweest, maar dat heeft ze later wel verteld. In haar toch eenzame kunstenaarsleven, want Charlotte van Pallandt was een eenzaat, was dit wel een warm contact.

00:15:26 Janine Abbring: Weten we wat voor gesprekken ze hadden?

00:15:30 Jan Teeuwisse: Het is bijvoorbeeld wel bekend dat toen Cor, die broer, in 1956 overleed, ze daar enorm door geraakt was en dat ze daarover verteld heeft. Ze heeft dat verdriet wel gedeeld met Charlotte. Charlotte heeft daar een beeldje van gemaakt. Het is een treurende Truus die daar zit. Het is een beeld die ze later in steen heeft laten hakken. Dat staat nu op het Begijnhof. Dat is wel een symbool voor hun, zeker een vorm van intimiteit.

00:16:03 Janine Abbring: Charlotte was ook een fenomeen. Wat kun je over haar vertellen?

00:16:08 Jan Teeuwisse: Zij is een eenling in die Nederlandse beeldhouwkunst. Ze is opgekomen in de tijd dat die Nederlands beeldhouwkunst ook tot bloei kwam. Dat beleeft een bloeiperiode met die oorlogsmonumenten in de jaren 50. Dat is voor het eerst dat Nederland het idee heeft dat het ook een beeldhouwland is. Het werd altijd als een land van schilders gezien, maar langzamerhand komt dan het hele land vol te staan met beelden. Op iedere rotonde verschijnt wel een beeld. Dat is legitiem geworden door die oorlogsmonumenten. Overigens heeft zij daar geen rol in gespeeld, maar zij heeft wel meebewogen in het succes van die Nederlandse beeldhouwkunst die in de jaren 50, 60 gebloeid heeft. Zij heeft daarin een aantal belangrijke opdrachten gekregen.

00:16:51 Jan Teeuwisse: Voor een Wilhelmina monument in Rotterdam. Zij is gefascineerd geraakt door een foto van Wilhelmina, waar Wilhelmina omhoog stond te kijken.

00:17:03 Janine Abbring: Je spreid je armen en je kijkt omhoog.

00:17:06 Jan Teeuwisse: Dat was zo'n soort beer. Dat was zo'n blok. Zo'n grote volume is heel aantrekkelijk voor een beeldhouwer.

00:17:11 Janine Abbring: Een brede vrouw.

00:17:12 Jan Teeuwisse: In dat beeld heeft ze ook helemaal geen gezicht gemaakt, want dat zou afbreuk doen aan het symbool.

00:17:18 Janine Abbring: Aan de vorm.

00:17:18 Jan Teeuwisse: Er zijn bekende foto's dat zij van die vliegtuigtrap uit Engeland komt en voor het eerst voet zet aan Nederlandse grond. Zij heeft dat verbeeld in een enorm groot stenen beeld. Het is een granieten beer die daar staat. Het leuke van dat soort beelden is dat ze eigenlijk een soort dokwerker is, maar dan als koningin. Dat zijn beelden die eigenlijk heel breed gedragen zijn. De kunst in het openbaar leidt vaak tot ophef, ergernis en mensen die boos zijn en dit en dat. Maar dit zijn beelden die door iedereen...

00:17:49 Janine Abbring: Omarmd werden.

00:17:49 Jan Teeuwisse: Omarmd zijn. Dat is heel bijzonder. Zij was tot zoiets in staat.

00:17:52 Janine Abbring: Hoe herken je een Charlotte van Pallandt?

00:17:55 Jan Teeuwisse: Die Wilhelmina is heel bekend geworden omdat die in kleinere vormen en maten, ook in brons, een eigen leven is gaan leiden. Ik denk wat typerend is voor Charlotte van Pallandt in dat beeld is dat zij een motief heeft gezien en dat 200 procent heeft uitgewerkt. Dat het een icoon is geworden. Ik denk dat je haar hand kun je heel goed herkennen in die kleine beeldjes, die heel vlot geboetseerd zijn.

00:18:21 Janine Abbring: Die kleine bommetjes.

00:18:22 Jan Teeuwisse: En in de portretten die ze gemaakt heeft in de jaren 60, 70. Als portretbeeldhouwer is zij wel internationale top. Dat raakt aan Marini en dat soort grote beeldhouwers. Zo goed is dat. Daar zie je wel haar handschrift. Dat zit al in dat kopje in het Rijks, maar dat is meer een impressionistische, globale weergave. De koppen die ze heeft gemaakt in opdracht, maar ook vrij, van bekende mensen, zijn toch wel hele gedurfde plastieken, met gaten erin en het zijn heel erg die mensen.

00:18:58 Janine Abbring: Ondanks de gaten of misschien wel dankzij de gaten.

00:19:02 Jan Teeuwisse: Precies. Daar is zij weergaloos in. Dat is wel haar grootste bijdrage aan de Nederlandse beeldhouwkunst. Ze heeft mensen neergezet zoals zij ze zag.

00:19:10 Janine Abbring: Zonder filter.

00:19:12 Jan Teeuwisse: Ze heeft bijvoorbeeld opdracht gekregen voor Juliana, voor een provinciehuis in Gelderland. Dat is een tamelijk braaf portret geworden met schouders en een diadeem. Ze is thee gaan drinken bij Juliana en toen dacht ze verdomd: die vrouw is heel anders. Toen heeft ze heel snel een ander portretje gemaakt. Dat is fantastisch. Dat is ineens een heel kwetsbaar vogeltje. Gelukkig is dat langzamerhand het portret geworden wat overal staat, maar dat is eigenlijk zo gedurfd.

00:19:41 Janine Abbring: Iemand die de binnenwereld van iemand ook aan de buitenkant liet zien.

00:19:44 Jan Teeuwisse: Driedimensionaal. Niet alleen in het gezicht, maar ook in het oor en in iedere millimeter van zo'n beeld.

00:19:52 Janine Abbring: Wat kun je vertellen over hoe dit specifieke beeldje gemaakt is? Los van dat het klei in brons gegoten. Staat Truus daar dagen model voor?

00:20:02 Jan Teeuwisse: Die modelstudies kon zij met Truus. Truus poseerde daar eindeloos. Ik denk dat dit vrij snel vanuit de vrije hand gemaakt is. Hier hoefde zij niet voor te poseren, want ze kende Truus zo door en door. Wat typerend was voor haar aanpak van portretten, was dat ze zo'n model liever niet op haar atelier had, omdat dat haar misschien tot fraternisering zou dwingen. Een soort vriendschappelijkheid, terwijl ze dat niet wilde.

00:20:32 Janine Abbring: Dan ga je iemand sparen misschien.

00:20:33 Jan Teeuwisse: Dan ga je tegemoetkomen. Ze wilde foto's hebben en iemand moest een keer komen zitten en werden er van alle kanten foto's gemaakt. Ze was niet van de gezelligheid of van het kopje thee met het model. Ze had een eerste indruk en meestal was dat helemaal raak. Daar kon ze dan mee verder. Ik denk dat die portretten daarom zo goed zijn.

00:20:54 Janine Abbring: Vermoedelijk ook omdat ze haar hele leven heeft gewijd aan de beeldende kunst.

00:20:59 Jan Teeuwisse: Ze heeft ook geen les gegeven bijvoorbeeld. Ze was kennelijk in de omstandigheden dat ze zich dit kon permitteren. Ze leefde heel sober. Ze is jong getrouwd geweest, binnen de cirkel met iemand van adel. Dat huwelijk was niks. Het heeft vier jaar geduurd. Ze is toen gevlucht uit dat huwelijk, want die man was niet geïnteresseerd in haar. Ze zaten in Bern, in Zwitserland. Hij was diplomaat. Ze heeft toen al voor die kunst gekozen. Ze heeft verhoudingen gehad en hele goeie vrienden, maar het ging om die kunst.

00:21:34 Janine Abbring: Ze heeft voor zichzelf gekozen en dus voor de kunst.

00:21:38 Jan Teeuwisse: Dat is opmerkelijk. In de jaren 50 heeft ze in groepjes gezeten, verenigingen van alleen maar vrouwelijke kunstenaars.

00:21:44 Janine Abbring: Een vrouw die ik wel had willen ontmoeten.

00:21:49 Jan Teeuwisse: Ik vind het jammer. Ik heb haar op het einde een aantal keren ontmoet. Ze heeft toen een grote tentoonstelling gehad in Beelden aan Zee in 1995. Dat was twee jaar voor haar dood. Ze is 98 geworden, bijna 99. Tot het eind door blijven werken. Het is onvoorstelbaar.

00:22:03 Janine Abbring: Je hebt daar gekend?

00:22:04 Jan Teeuwisse: Ja, ik heb haar ontmoet, maar niet echt gekend. Dit is iemand waar je langer mee zou moeten optrekken om het vertrouwen te winnen. Ze heeft alleen maar gewerkt. Op een bepaald ogenblik zie je dat de krachten afnemen. Dan gaat ze bijvoorbeeld een zelfportret maken, want ze blijft bezig. Ze gaat dan penningen maken. Dat is sculptuur in het klein, in het vlak.

00:22:24 Janine Abbring: In het Rijksmuseum ligt een penning van haar op zaal, met een portret van Erasmus.

00:22:29 Jan Teeuwisse: Ze heeft ooit voor de Erasmus Universiteit een opdracht gehad. Dat is dan meer een plaquette, een groot ding. Dit is daar het afgeleide van. Zo'n onderwerp fascineerde haar en dan ging ze ermee door.

00:22:41 Janine Abbring: Voor de leken onder ons, een penning is niet een munt.

00:22:46 Jan Teeuwisse: Het is een grote munt. Het zit niet heel ver van elkaar af. Alleen een munt is iets wat in een enorme oplage een betaalmiddel is. Een penning is wel uiteindelijk ooit een afgeleide daarvan geweest.

00:22:58 Janine Abbring: Maar dan een stukje groter.

00:23:01 Jan Teeuwisse: In een eenmalige oplage of in een oplage van tien of wat dan ook. Maar het is geen betaalmiddel. Het wordt wel veel gebruikt voor onderscheidingen. In die zin is het heel functioneel. In Nederland heeft die penningkunst een hele rijke traditie. Wat zij doet, met kleine staafjes was gaat ze helemaal uit die penning komen. Dat had nog niemand ooit gedaan in Nederland. Want er is allerlei vormgevingen. Ook heel abstract. Je hebt ook Peter Struycken-achtige penningen. Maar zij gaat vanuit die figuratie steeds meer naar die abstractie toe, terwijl je wel die kop van Erasmus heel goed blijft herkennen. Ze is dan enorm bezig om dat architectonisch uit elkaar te trekken. Dat maakt het werk van haar zo fascinerend. Ze is altijd op zoek naar die structuur.

00:23:54 Janine Abbring: Hoe is Truus aan haar einde gekomen?

00:23:57 Jan Teeuwisse: Truus is niet oud geworden.

00:23:58 Janine Abbring: Je zou trouwens nog vertellen hoe ze aan haar naam komt.

00:24:01 Jan Teeuwisse: Ik denk dat daar twee meningen over zijn. Ze heette Sophia, dus Fie, Borghmans. Dat was haar meisjesnaam. Op een bepaald ogenblik is ze model geworden. Het verhaal wil dat de eerste schilder die haar gebruikte voor het onderwijs, haar Truus heeft genoemd. Dat was om de privacy te beschermen omdat het toch nog wel een gevoelig beroep was. De negentiende eeuw of daarvoor stond het als het ware net boven prostitutie. In de jaren 30 had je in Amsterdam nogal wat modellen, meisjes die uit de Baltische staten kwamen en in Amsterdam wilden wonen. Dat was een makkelijke manier om geld te verdienen. Thuis zouden ze dat nooit gedaan hebben. Daar is ook een beroemd model uit voortgekomen.

00:24:48 Janine Abbring: Het is een voor haar verzonnen pseudoniem?

00:24:50 Jan Teeuwisse: Dat zou kunnen, maar ik heb later weleens iemand ontmoet die in de accountancy zat en die had het altijd over die Truusen. Het kan ook neerbuigend zijn: heb je weer zo'n Truus.

00:25:02 Janine Abbring: Of generiek. Je noemt alle vrouwen Truus.

00:25:04 Jan Teeuwisse: Het feit dat ze die naam heeft genomen wijst toch wel op het eerste. Dat hoop ik althans. Haar man is in de oorlog gestorven. Die zat in het verzet. Ze hebben ook onderduikers gehad. Hij is uit Nederland weten weg te komen, maar hij is bij een bombardement in La Rochelle omgekomen. Zij heeft toen een miskraam gekregen. Dat was allemaal heel verdrietig. Na die oorlog heeft ze een fijne tijd gehad, ook bij Van Pallandt. Ze kwam toen in aanzien bij al die kunstenaars die haar als een gelijke beschouwden. Ze was zwak. Ziekenhuisopnames in begin jaren 60. Die kunstenaars hebben zich toen verenigd en een steunfonds voor haar opgericht. Wat heel bijzonder is. Zoiets is roerend. Al die kunstenaars, collega-kunstenaars langsgegaan en die hebben gevraagd: heb jij nog tekeningen van Truus waar zij op staat?

00:25:58 Jan Teeuwisse: Zo is er een hele collectie van een kleine 600 kunstwerken bijeengebracht en die hebben ze aan haar gegeven.

00:26:05 Janine Abbring: Dat was op dat moment ook haar kapitaal.

00:26:08 Jan Teeuwisse: Dat is grotendeels toch bijeen gebleven. Zij is in 1977 overleden. Die laatste vijftien jaar zijn zwaar geweest. Ze was arm of ze was in ieder geval niet rijk. Ik geloof dat op bepaald ogenblik de deurwaarder is langsgekomen. Moest ze haar huis uit. Dat was allemaal heel vervelend. Toen zijn die kunstenaars voor haar opgekomen.

00:26:28 Janine Abbring: Dat geeft wel aan hoe belangrijk zij voor hen was.

00:26:31 Jan Teeuwisse: Zeker. Daar was een enorme saamhorigheid.

00:26:34 Janine Abbring: Wat zie jij, als jij Truus, bij dit beeldje, aankijkt?

00:26:39 Jan Teeuwisse: Dit is wel iemand die al een leven achter de rug heeft. Ik vind het een mooie plastiek. Het is een mooie vorm. Je ziet dat die beeldhouwer goed weet over wie het gaat. Het is ook wel zo'n stoer mens. Dat straalt het wel uit. Zo knap dat dat erin zit. Het tekent zich mooi af in de ruimte. Het is indrukwekkend. Eigenlijk een klein monumentje voor iemand. Heel mooi.

00:27:09 Janine Abbring: Dit was aflevering 13 van de serie Wie kijkt mij aan? van In het Rijksmuseum. Voor de volgende aflevering zijn we te gast in het atelier van kunstenaar Steef de Jong voor de tentoonstelling Thuis in de 17de eeuw. Tot dan. En vergeet niet om je te abonneren op deze podcast.

Abonneer je op In het Rijksmuseum met je favoriete podcastspeler

Met dank aan

In het Rijksmuseum is powered by ING.