Wie kijkt mij aan? Pierre Cuypers

24 min. - Architect van het Rijksmuseum

Uit de serie Podcast: In het Rijksmuseum

17-03-2026 - Janine Abbring en Igor Santhagens, Projectleider Gebouwenbeheer.

Dit keer gaan we niet het museum in, maar blijven we buiten. We kijken naar het gebouw van het Rijksmuseum, dat vol staat met beelden van mensen die belangrijk werden gevonden voor de kunst en de geschiedenis van Nederland. Opvallend: tussen die portretten staat ook de architect van het museum zelf, Pierre Cuypers. Waarom liet hij zichzelf afbeelden? En niet één keer, maar zelfs drie keer.

Projectleider gebouwenbeheer Igor Santhagens vertelt over het ontwerp, de bouw en de latere verbouwingen van het museum in een gesprek met Janine Abbring.

Foto header: Console bij de voormalige publieksingang met gebeeldhouwd portret van Pierre Cuypers, boven het straatnaambord van de Stadhouderskade

Luister

Lees hieronder het volledig uitgeschreven gesprek

00:00:05 Janine Abbring: Dit keer gaan we niet het museum in, maar blijven we buiten. We kijken naar het gebouw van het Rijksmuseum. Het zit vol met beelden van beroemde mensen, anders kom je natuurlijk niet op de gevel. Verrassend, een van die portretten is van de architect van het museum zelf, Pierre Cuypers. Wie was hij en waarom deed hij dat? Mijn naam is Janine Abbring. Dit is 'In het Rijksmuseum', de podcast van het Rijksmuseum. Hierin vertellen we bijzondere verhalen over voorwerpen en hun makers. Deze serie gaat over portretten. Wie zijn al die mensen die je aankijken als je door het museum loopt? Wie kijkt mij aan? Deze keer de architect van het Rijksmuseum, Pierre Cuypers. Ik praat erover met de man die elke spijker van het gebouw kent vanuit zijn functie als projectleider gebouwbeheer, Igor Santhagens.

00:00:54 Janine Abbring: Voor we beginnen: wil je weten hoe het portret dat we bespreken eruitziet? Kijk dan op je scherm of ga naar rijksmuseum.nl/podcast. Jij moet met zo'n andere blik naar dat gebouw kijken. Ik wandel er weleens onderdoor. Kom jij op de fiets aan of wandel je?

00:01:16 Igor Santhagens: Ik woon in de binnenstad. Als ik de Spiegelgracht op fiets, zie ik in de verte het Rijksmuseum liggen. Dan denk ik: hier werk ik dus. Ik werk er nu bijna 30 jaar. Elke keer heb ik nog dat gevoel van: ik kan niet zeggen een heel prachtig gebouw, maar ik vind het wel machtig. Ik snap waarom het zo gebouwd is. Ik ben ook trots om daar te werken.

00:01:40 Janine Abbring: Waar kijk je naar als jij vanaf de Spiegelgracht het bruggetje over en dan het zebrapad? Let jij dan meteen op details?

00:01:48 Igor Santhagens: Je ziet vanaf de Spiegelgracht de vlaggentoren en de klokkentoren. Dat zijn de twee middelste torens van het gebouw. Die steken overal hoog bovenuit. 's Morgens zie je de zon op die gevel staan. Dan denk ik gelijk aan wat er allemaal moet gebeuren.

00:02:06 Janine Abbring: Dat bedoel ik. Zoals een schilder naar kozijnen kijkt, dat idee.

00:02:12 Igor Santhagens: Ik kijk altijd kritisch. Dat heb ik ook als ik naar andere musea kijk. Dan kijk ik bijvoorbeeld naar technische dingen, hoe ze dingen opgelost hebben. Ik kijk hoe ze met belichting omgaan of wat voor veiligheidssloten of camerasysteem ze hebben. Ik kijk vaak op een hele andere manier naar een museum. Naast de kunst, waar ik ook in geïnteresseerd ben, vind ik de architectuur, maar ook de achterliggende techniek heel interessant.

00:02:37 Janine Abbring: Als je, zoals jij, wat vaker omhoog kijkt naar de gevel van het Rijksmuseum, kun je het beeld ontwaren waar we het in deze aflevering van de podcast over hebben. Dat hangt aan de gevel.

00:02:49 Igor Santhagens: Dat hangt aan de gevel, aan de noordzijde, de Stadhouderskade-kant. Daar heb je twee voormalige ingangspartijen waar vroeger het publiek naar binnen kwam. Daarboven hangen vier portretjes.

00:03:04 Janine Abbring: Gebeeldhouwde koppen.

00:03:05 Igor Santhagens: Het zijn koppen van strenge mannen. Als je ernaar kijkt, denk je: het is heel gewichtig wat er gebeurt. Een daarvan is Pierre Cuypers, de architect van het Rijksmuseum. Er hangt ook een portret van de opdrachtgever, De Stuers, die vanuit het ministerie het hele museum bedacht heeft, samen met Cuypers.

00:03:31 Janine Abbring: Laten we even inzoomen op deze, voor die tijd, bekende kop. Pierre Cuypers, de architect van het Rijksmuseum. In welk jaar werd dit aan de gevel gehangen?

00:03:43 Igor Santhagens: Het Rijksmuseum is geopend in 1885. In een tijdsbestek van 7 jaar is het Rijksmuseum gebouwd.

00:03:52 Janine Abbring: Dat is helemaal niks, toch?

00:03:52 Igor Santhagens: Dat was echt heel weinig.

00:03:56 Janine Abbring: Dat is razendsnel.

00:03:57 Igor Santhagens: Het is heel compact gebouwd. Er waren ook veel mensen beschikbaar, veel mankracht, maar het was wel handwerk. Het gebouw is een bakstenengebouw. In die tijd was dat het grootste bakstenengebouw van Nederland. Elke steen is door iemand opgepakt en in de specie gelegd. Elk beeld dat je ziet, zoals dit portret van Cuypers, is waarschijnlijk ter plaatse gemaakt. Er was een beeldhouwersatelier op de bouwplaats.

00:04:20 Janine Abbring: Fantastisch. De architect heeft, laat ik mild zijn en niet het woord megalomaan gebruiken, zichzelf laten vastleggen op het gebouw.

00:04:28 Igor Santhagens: Niet één keer, maar een heel aantal keer. Deze is prominent bij de ingang. Kijk goed wie dit gemaakt heeft.

00:04:38 Janine Abbring: Kun je omschrijven wat we zien?

00:04:39 Igor Santhagens: Je ziet een portret dat in het metselwerk ingewerkt is. Het is een portret van een man. Hij is een beetje kalend en heeft een grote snor en wilde baard. Hij kijkt streng een beetje naar beneden, omdat hij vrij hoog boven het trottoir zit. Hij kijkt naar alle bezoekers die het museum ingaan.

00:05:02 Janine Abbring: Hij kijkt neer op de bezoekers. Dit is de architect die het Rijksmuseum destijds heeft ontworpen. Wat was het voor man? Wat had hij nog meer in zijn portfolio?

00:05:15 Igor Santhagens: Cuypers was een architect, opgeleid in Antwerpen. Hij heeft daar een zeer degelijke architectuur- en kunstopleiding gehad. Aanvankelijk is hij begonnen in Roermond. Daar is hij stadsarchitect geworden, omdat hij veel kennis had opgedaan over het bouwen van kerken. Op dat gebied gebeurde het een beetje in Roermond. Daar werd hij stadsarchitect en had al vrij snel een gerenommeerd bureau. Hij bouwde veel, met name kerken, door heel Nederland. Zelfs in het buitenland, in België en Duitsland, bouwde hij.

00:05:55 Janine Abbring: Het was zijn corebusiness.

00:05:57 Igor Santhagens: Het was zijn corebusiness. Hij was niet alleen architect, maar runde een bedrijf. Hij had heel veel vaklieden aan boord op alle soorten gebieden. Hij had in Antwerpen gestudeerd en daar veel mensen ontmoet waarmee hij in de toekomst wilde samenwerken. Dat ging op bouwkundig gebied, maar ook beeldhouwkundig, schilders.

00:06:22 Janine Abbring: Als je een kerk moet maken, heb je nogal wat verschillende disciplines nodig.

00:06:26 Igor Santhagens: Hij had een heel arsenaal en kon daarmee ook grote bouwprojecten aan. De gemiddelde kerk is al een vrij fors bouwwerk. Maar het Rijksmuseum was van een voorcategorie in die tijd.

00:06:42 Janine Abbring: Geboren in Roermond. Opleiding in Antwerpen. Op een gegeven moment ging hij naar Amsterdam. Waarom kwam hij naar Amsterdam?

00:06:49 Igor Santhagens: Hij was meerdere malen gevraagd om zich in Amsterdam te vestigen. Een van de redenen was dat het Rijksmuseum gebouwd zou gaan worden. Hij had al een opdracht om de Vondelkerk te bouwen en de Vondelstraat.

00:07:05 Janine Abbring: Die zijn ook allebei van zijn hand?

00:07:08 Igor Santhagens: Hij is ook in diezelfde Vondelstraat gaan wonen. Daar is hij aanvankelijk zijn bureau begonnen in Amsterdam. Later is dat op een andere plek gekomen. Hij was door de opdrachtgever gevraagd om in Amsterdam te komen wonen en werken. Het Rijksmuseum, dat al vrij snel daarna kwam, was een bouw van bijzonder grote omvang. Daarvoor moest de architect ook ter plaatse aanwezig zijn.

00:07:34 Janine Abbring: Dat kon hij niet op afstand doen.

00:07:35 Igor Santhagens: Cuypers was de architect die permanent op de bouw was en die ook wel ingreep op dingen die hij zag. Alle beeldhouwwerken werden op locatie gemaakt. Hij gaf ook alle schetsen aan de beeldhouwers, zodat die wisten wat er gemaakt moest worden. Hij keurde ook dingen goed of af. Als het afgekeurd was, werd het ook weggegooid. Hij was aanwezig op de bouwplaats.

00:07:54 Janine Abbring: Dan moest het opnieuw.

00:07:54 Igor Santhagens: Een tweede reden is dat hij vrij snel na de opdracht van het Rijksmuseum ook de opdracht kreeg om het Centraal Station te bouwen.

00:08:03 Janine Abbring: Van Amsterdam?

00:08:04 Igor Santhagens: Van Amsterdam, wat bijna in dezelfde bouwperiode overlappend gebouwd werd. De bouw van het Rijksmuseum was halverwege toen er gestart werd met de bouw van het Centraal Station.

00:08:17 Janine Abbring: Een klein stapje terug. Waarom was er behoefte aan een museum? Was die plek al vooraf bedacht?

00:08:22 Igor Santhagens: Er was behoefte aan een museum. Men kreeg door dat Nederland een hele mooie collectie had die versnipperd was over verschillende locaties, met name in Amsterdam. Het was de Rijkscollectie. Daarom vond men dat er een nieuw gebouw moest komen waar het allemaal in samengevat kon worden.

00:08:40 Janine Abbring: Het Rijksmuseum.

00:08:42 Igor Santhagens: Het Rijksmuseum. Men had gelijk een locatie in gedachten. Amsterdam begon in 1850 aardig vol te raken. Tot aan de Singelgracht was de stad helemaal volgebouwd en er was behoefte aan een extensie van de stad. Dat werd Nieuw-Zuid zoals we dat nu kennen. Om Nieuw-Zuid te kunnen bereiken, was het logisch om vanuit de stad een poortgebouw te maken. Men dacht: we maken één nieuwe weg naar Amsterdam Nieuw-Zuid.

00:09:13 Janine Abbring: Het werd een soort entreegebouw?

00:09:15 Igor Santhagens: Het werd een entreegebouw. Zelfs zo dat er in het begin trams doorheen liepen. Paardentrams in dat geval. Het was de verbinding naar de nieuw te bouwen stadswijk.

00:09:26 Janine Abbring: Die weg eronderdoor was echt bedoeld als doorgaande weg?

00:09:29 Igor Santhagens: Ja, die al gauw veel te klein werd. Daar kwam men later achter.

00:09:34 Janine Abbring: Wat was de centrale gedachte bij het ontwerp? Wat was Cuypers' uitgangspunt?

00:09:41 Igor Santhagens: Het uitgangspunt van Cuypers, op dit soort randvoorwaarden, was dat het een poortgebouw moest worden. Het was ook zijn doel om een gebouw te maken waarin getoond werd wat kunst was. Dat is het belangrijkste. Het werd niet een museum waar alleen kunst in komt te hangen. Hij wou ook de context en het vakmanschap op bouwkundig gebied laten zien. Door zijn manier van bouwen liet hij het bouwvak heel goed in kaart brengen. Hij liet ook zien waar kunst allemaal over zou gaan. Hij maakte de hele entourage.

00:10:16 Janine Abbring: Hoe doe je dat door middel van een gebouw?

00:10:19 Igor Santhagens: Dat doe je op verschillende manieren in dit geval. Een leuk detail om te vertellen is dat hij al dacht: hoe komen mensen dit gebouw binnen? Als je het museum een beetje kan voorstellen, had je links en rechts van de Museumstraat de twee voormalige ingangen die vrij klein, geknepen en donker waren. Daar kwam je naar binnen. Je voelde je al een beetje nietig als persoon. Dan liep je naar boven door het prachtige historische trappenhuis. Daar werd het al aangenamer en mooier. Daar zag je alle decoraties.

00:10:52 Janine Abbring: Dat is met het glas-in-lood.

00:10:53 Igor Santhagens: Het glas-in-lood daarachter van alle stichters van het Rijksmuseum. Dat gaat over alle mensen die destijds het geld bij elkaar gesprokkeld hebben, naast de overheid. Dan ga je nog een trap op en kom je in een voorhal. De voorhal is een hele mooie, grote, gewelfde ruimte, ook met een heel grote glas-in-loodpartij aan de noordzijde. Daar komt al veel licht binnen. Vervolgens loop je de eregalerij in, waar je aan het eind de Nachtwacht ziet. De Nachtwacht, het enige schilderij dat al een plek had tijdens het ontwerp van het museum. Dat hing helemaal vol in het licht. Je liep naar de kunst toe en was omgeven door alle uitingen. Cuypers had wel bedacht: het gebouw moet ook gaan over kunst en geschiedenis. Dat zie je in de gevels, patronen en schilderingen. Dat komt overal terug. Het hele gebouw gaat over kunst. Heel overdadig.

00:11:47 Janine Abbring: Het gebouw zelf ging ook over dat ambachtelijk vakmanschap dat hij wilde laten zien. Het gebouw als een soort beleving van de kunst, zoals jij het omschrijft.

00:11:59 Igor Santhagens: Een totaalervaring.

00:12:00 Janine Abbring: Mooi gezegd.

00:12:02 Igor Santhagens: Dat was zo totaal, dat toen het museum openging, Cuypers maar doorging met zijn decoraties en schilderingen. Totdat men zei: het is mooi geweest.

00:12:15 Janine Abbring: Het beeld waar we het over hebben is dus een zelfportret dat hij aan de gevel heeft gehangen. Hoe groot is het?

00:12:22 Igor Santhagens: Dat beeldhouwwerk is ongeveer 70 cm hoog. Dat is het beeld dat aan de noordzijde hangt. Aan de achterkant van het gebouw is ook een beeldhouwwerk van hem, een gevelbeeld. Daar staat hij de bouwvakkers te controleren. Hij heeft zich zo uitgevoerd dat hij langs een lijn natuursteen kijkt of er wel recht gemetseld is. Hij kijkt met zijn hand om te checken of het goed is. Het grappige is: aan de andere kant van het gebouw staat de opdrachtgever, De Stuers, de andere kant op te kijken. Die staat hetzelfde te doen. Daarmee laten zij zien dat zij de bouwheren zijn.

00:13:00 Janine Abbring: Ze houden een oogje in het zeil.

00:13:01 Igor Santhagens: Beetje netjes werken graag.

00:13:03 Janine Abbring: Hoe was de ontvangst van het gebouw toen het af was?

00:13:06 Igor Santhagens: Het viel een beetje dubbel, kan je zeggen. Aan de ene kant werd het gebouw heel positief ontvangen, want het was heel fijn dat er een Rijksmuseum was. De toen nog een vrij magere kunstcollectie had een huis gekregen. Dat was heel prettig en werd goed in gebruik genomen. Men vond het mooi. Het was een groot, prominent gebouw waar men trots op kon zijn.

00:13:30 Janine Abbring: Ik hoor een maar aankomen.

00:13:32 Igor Santhagens: De maar was ten eerste dat men vond dat het toch wel veel op een religieus gebouw leek, een kathedraal. Dat was ook de invloed van de opdrachtgever, De Stuers, geweest.

00:13:48 Janine Abbring: De hand van Cuypers, ook.

00:13:49 Igor Santhagens: De hand van Cuypers, die een kerkenbouwer was. Dat viel, zeker in Amsterdam, niet zo lekker. Amsterdam is geen katholieke stad, hooguit gereformeerd.

00:14:02 Janine Abbring: Die gereformeerden zijn van het sobere, niet van de pracht en praal.

00:14:05 Igor Santhagens: Dat viel helemaal niet goed. Men vond het te overweldigend, te prominent. Dat viel ook bij de directie van het Rijksmuseum van het begin al op. Men is niet heel lang nadat Cuypers verdwenen was van het veld, begonnen die overdadige decoraties aan de binnenzijde van het museum te temperen. Je moet je voorstellen: de eregalerij was net zo bont geschilderd als alle plafonds die je daar ziet. Dat werd al vrij gauw in een effen kleur geschilderd.

00:14:34 Janine Abbring: Ze probeerden het een beetje te neutraliseren.

00:14:37 Igor Santhagens: Dat neutraliseren is doorgegaan tot wij met de renovatie begonnen zijn, tot 2013. Het was min of meer gebouwd in de vorm van een kathedraal. Dat zie je duidelijk als je de eregalerij inloopt. Dan zie je een hoofdbeuk, middenschip en zijbeuken. Door alle kolommen en gewelven die er zijn, doet het veel denken aan een kathedraal.

00:15:04 Janine Abbring: Dat was een van de redenen dat de meningen verdeeld waren. Dat was de controverse?

00:15:09 Igor Santhagens: Dat was niet alleen bij de bevolking of het gemeentebestuur. Daar viel het ook niet heel erg goed. Ook bij het koningshuis, omdat dat ook niet bepaald weg was van het katholieke geloof.

00:15:20 Janine Abbring: De Oranjes vonden het ook maar zozo.

00:15:22 Igor Santhagens: Die vonden het maar zozo. Zo sterk zelfs dat ze niet eens op de opening wilden komen. Koning Willem III heeft geweigerd. Hij was wel uitgenodigd om op de opening te komen. Cuypers heeft wel vaak toenadering gezocht tot het koningshuis. Hij is bij koning Willem III op visite geweest. Dat was geen prettig gesprek. De verhoudingen waren behoorlijk bekoeld. Cuypers heeft wel zijn best gedaan om ook te verwijzen naar het koningshuis. Koning Willem III en Emma zijn ook meerdere malen vertegenwoordigd in alle decoraties.

00:15:55 Janine Abbring: Dus hij heeft zich een slag in de rondte gelobbyd, maar het mocht niet baten.

00:15:59 Igor Santhagens: Het werkte niet.

00:16:00 Janine Abbring: Als jij nu met jouw oog kijkt naar het gebouw, is Cuypers in zijn opzet geslaagd? Het uitgangspunt waarmee hij begon met het ontwerp.

00:16:13 Igor Santhagens: Ik denk dat het museum zeker gezien kan worden als een geslaagd gebouw. Je moet het ook in dat tijdsperspectief zien. In die tijd was het een heel goed museumgebouw, heel bruikbaar, grote zalen. Je zag in heel Europa op dat moment dat alle grote steden musea bouwden. Het Rijksmuseum past zeker in dat rijtje. Het is geslaagd. Het publiek vond het mooi. Het is ook een heel moeilijk gebouw. Daar stoeien wij nu nog steeds mee. Het is een dwingend gebouw. Het gebouw is voor het publiek moeilijk te lezen, met name omdat die weg eronderdoor loopt. De passage noemen we dat vaak. Daardoor is het heel moeilijk om de weg te vinden. Dat is minder geslaagd.

00:16:56 Janine Abbring: Voor mensen zonder richtingsgevoel, van wie ik er één ben, is dat het geval. Je denkt: waar ben ik?

00:17:02 Igor Santhagens: Precies.

00:17:02 Janine Abbring: Wat bedoel jij met een dwingend gebouw?

00:17:05 Igor Santhagens: Een dwingend gebouw dat heel nadrukkelijk van vorm is. Een museum zou je veel neutraler kunnen voorstellen. Dat je in een neutrale omgeving komt en je volledig kan richten op de objecten, de tentoonstelling en de kunst waar het om moet gaan. Met het Rijksmuseumontwerp is gezocht om zo dicht mogelijk bij de collectie te komen.

00:17:27 Janine Abbring: De collectie moet zich aanpassen aan het gebouw en niet andersom. Er is veel bijgebouwd in de loop der jaren. Wat is er zoal bijgekomen?

00:17:36 Igor Santhagens: Het museum bleek al vrij snel te klein te zijn. Men had behoefte aan een aantal faciliteiten waar men niet mee uit de voeten kon. Ten eerste kwam vrij snel de tekenschool. Dat is een voorziening die speciaal gemaakt is voor cultureel onderwijs. Dat ging over tekenen, schilderen, beeldhouwen.

00:17:56 Janine Abbring: Dat is aan de Hobbemakade?

00:17:56 Igor Santhagens: Dat is aan de Hobbemakade Dat is een voorziening die eerst gedacht was op de zolder in het hoofdgebouw. Dat bleek al gauw te klein te zijn. Cuypers en ook de opdrachtgever, De Stuers, vonden het heel belangrijk dat er aan kunsteducatie gedaan werd. Daarom is er een apart schoolgebouw gemaakt.

00:18:13 Janine Abbring: Die gaven daar zelf les?

00:18:14 Igor Santhagens: Ze gaven er zelf les. Ook De Stuers, die een baan had bij het ministerie, vond het zo belangrijk dat die zelf les is gaan geven. Ze waren bevlogen van hun werk. Dat is één uitbouw die er gekomen is.

00:18:26 Janine Abbring: Hoe zit het met die kasteelpoort en muren uit andere steden die ze bijna hebben lopen ronselen?

00:18:33 Igor Santhagens: Alle steden, net als Amsterdam, werden veel groter. Er werden veel nieuwe wegen aangelegd, waardoor gebouwen vaak moesten wijken. Dat ging vaak over stadspoorten, de Groninger Poort, de Utrechtse Poort. Er waren veel stadspoorten opgeslagen in een groot depot. Van alle interessante gebouwen waarvan men het jammer vond dat ze gesloopt werden, gingen de belangrijkste ornamenten naar een grote opslag van de rijksoverheid.

00:18:59 Janine Abbring: Die zijn ook weer in het museum beland.

00:19:02 Igor Santhagens: De Dokkumer Toren, de Franeker Toren, de Waterpoort van Gorinchem bijvoorbeeld, zijn belangrijke gebouwen waarmee men wat wilde doen. In een depot stonden ze maar te staan. Cuypers dacht: als ik er een sausje van architectuur over giet, worden het weer gebouwen en kan ik ze inpassen in de zuidvleugel. Dan maak ik daar bijvoorbeeld muren van. Ik laat de kasteelmuur van Breda terugkomen in de Cuypers-vorm.

00:19:30 Janine Abbring: Wat was het idee daarachter?

00:19:32 Igor Santhagens: Ik denk de hang naar vroeger. Aan de hand van alle taferelen en historische figuren uit de geschiedenis zie je dat Cuypers ook de bouw van de geschiedenis heel belangrijk vond. Hij wou laten zien dat je daar ook mee door kan. Het was de basis van zijn manier van bouwen. Hij had er groot respect voor.

00:19:53 Janine Abbring: Tegenwoordig kloppen er nog weleens gemeentes aan de poort: mag ik de poort weer terug?

00:19:58 Igor Santhagens: Op het ogenblik is er een grote renovatie van het Binnenhof. De bouwers, architecten, maar ook de archeologen bellen af en toe: we hebben gehoord dat die poort bij jullie in de tuin staat.

00:20:11 Janine Abbring: Een oude poort van het Binnenhof staat in de tuin? Die gaan jullie niet teruggeven?

00:20:16 Igor Santhagens: Dat is collectie, dat kan je niet teruggeven. Het is wel interessant. Ze komen vaak kijken om te weten waar die ooit gestaan hebben en wat de context daarvan is. De gemeente Groningen heeft me weleens gebeld. Meerdere mensen komen dan kijken naar die Groninger Poort. Die begrijpen ook wel dat het een collectie van de rijksoverheid is.

00:20:45 Janine Abbring: Zijn er geheime plekken in het museum die alleen jij kent?

00:20:51 Igor Santhagens: Er zijn een aantal plekken waar het publiek nooit komt. Het is een groot gebouw van 30.000 m².

00:21:01 Janine Abbring: Heb je een lievelingshoekje?

00:21:06 Igor Santhagens: Een lievelingshoekje heb ik niet echt. Ik loop er vaak 's morgens als eerste doorheen. Er is nog niemand. De deuren zijn net van het nachtslot. Ik moet ergens zijn en dan loop je langs de Nachtwacht of langs alle schilderijen. Dan kijk ik om me heen en denk: wat prachtig dat je hier kan rondlopen en als eerste kan kijken. Een lievelingsplek heb ik niet zozeer, maar bij de renovatie die onlangs uitgevoerd is, vind ik het Atrium heel erg geslaagd. Het museum heeft daardoor een entree gekregen die bij een museum van die omvang hoort. Daardoor kunnen wij veel meer publiek op een kwalitatief betere manier ontvangen. Ik vind dat heel goed geslaagd. Het is iets waar ik bij betrokken ben geweest en trots op ben.

00:21:57 Janine Abbring: Waar ben je nu mee bezig? Wat moet er nu verbeterd, veranderd, gerenoveerd? Hoe gaan jullie nu dingen aanpassen, zodat je meer mensen kunt faciliteren?

00:22:08 Igor Santhagens: Dat doen we op een aantal manieren. Ten eerste hebben we gekeken hoe de bezoeker binnenkomt en hoe comfortabel het is om door het museum te lopen. Daar gaan we grote aanpassingen in doen. We willen dat er minder lange wachtrijen komen. Dat je gemakkelijker dat mooie grote atrium binnenkomt, dat je sneller je jas kwijt bent en gemakkelijker je weg weet te vinden. We verhelderen de routing door het museum. Straks kan je op meerdere manieren het museum door. Je hoeft niet gedwongen routes te doen. We zorgen voor betere bewegwijzering. Er zijn een aantal functies die we van plaats veranderen, waardoor we het publiek meer ruimte gaan geven. De publieksvoorzieningen worden in kwaliteit verbeterd en alle bijzaken halen we zoveel mogelijk weg. Dat doen we op andere plekken. Daar zijn we mee bezig.

00:22:56 Janine Abbring: Als je het als een soort riviertje ziet, moet het makkelijker gaan doorstromen.

00:23:02 Igor Santhagens: Kanaliseren.

00:23:02 Janine Abbring: Dat alles onder het toeziend oog van Cuypers aan de gevel.

00:23:10 Igor Santhagens: Onze doelstelling is, ondanks wat ik net vertel, we houden het gebouw wel zoveel mogelijk in stand. Toen wij het museum verbouwden, was de slogan 'Verder met Cuypers'. We hebben niet gezegd: terug naar Cuypers, want dat is zo historiserend. We hebben wel gezegd: dit gebouw is een monument en we willen het respecteren zoals het is. Op de meest prominente plekken hebben we de restauratie zo ver mogelijk doorgevoerd, zodat het ook te zien is zoals het aanvankelijk bedoeld was. Dat blijven we doen.

00:23:41 Janine Abbring: Maar wel in de geest van.

00:23:44 Igor Santhagens: In de geest van Cuypers.

00:23:44 Janine Abbring: Hij kijkt een beetje fronsend vanaf de gevel, maar zou misschien ook wel goedkeurend hebben kunnen knikken.

00:23:50 Igor Santhagens: Dat denk ik wel. Ik hoop dat het zo is. We zijn nu 140 jaar verder. Er zijn al heel veel gebouwen gesloopt in de tussentijd die uit die periode dateren. Het Rijksmuseum staat en dat zal blijven staan. Er is geen enkele reden om iets aan te tasten aan de stijl waarin het gebouwd is.

00:24:14 Janine Abbring: Dit was aflevering 22 in de serie 'Wie kijkt mij aan?' van 'In het Rijksmuseum'. In de volgende aflevering een vrolijk huwelijksportret van Frans Hals. Tot dan. Vergeet niet om je te abonneren op deze podcast en een review achter te laten. Vinden we leuk.

Abonneer je op In het Rijksmuseum met je favoriete podcastspeler

Met dank aan

In het Rijksmuseum is powered by ING.